In depot museum duizenden lijkresten

In de opslagruimten onder het Tropenmuseum in Amsterdam liggen schedels en andere stoffelijke resten van duizenden koloniale onderdanen. Het gaat om de vergeten boedel van de fysische antropologie ofwel ‘rassenkunde’, die nu voor het eerst in kaart is gebracht.

Sinds de herontdekking van de partij lichaamsdelen in een atoomschuilkelder onder het Amsterdams Medisch Centrum heeft de museumstaf zes jaar gewerkt aan het sorteren en documenteren van dit menselijke studiemateriaal – waaronder hersenen van Chinezen, schedels van Papoea’s en Javaanse kinderen. De hele inventaris en een reconstructie van het onderzoek naar rassenonderscheid worden vandaag gepresenteerd op een congres in Londen.

„Wij zijn het eerste museum dat het bezit van menselijke resten zo systematisch onder ogen ziet en naar buiten brengt”, zegt conservator David van Duuren, hoofdauteur van de publicatie Physical anthropology reconsidered. Human remains at the Tropenmuseum.

Tot verbazing van de museumstaf bleek het onderzoek naar specifieke raskenmerken tot eind jaren ’60 te zijn beoefend. Kennelijk, concludeert hoofd museale zaken Susan Legêne, was men twee decennia na de jodenvervolging „nog steeds op zoek naar raskenmerken”.

Het Tropenmuseum wil nu op ‘een nette manier’ van de verzameling af. Crematie is een mogelijkheid, maar ook teruggave aan wie er aanspraak op zou kunnen maken. Internationaal Papoea-vertegenwoordiger Viktor Kaisiëpo zegt dat hij eventueel een claim zal leggen op de 1.225 schedels, beenderen en botfragmenten die zijn opgegraven uit een Papoea-begraafplaats op het eiland Biak, waar hij vandaan komt. „Maar dan zou het wel om mijn eigen verwanten moeten gaan, en ik zou er wel wat mee moeten kunnen.”

Het Tropenmuseum overweegt nog een afscheidstentoonstelling in te richten onder de titel ‘Vaarwel aan de fysische antropologie’.

Tropenmuseum:pagina 37