Hoe de City van Londen het leiderschap in de kapitaalwereld van New York overneemt

Londen heeft al in veel opzichten New York ingehaald. De opkomst van Azië speelt de City in de kaart. „De relatieve neergang van New York is tot op zekere hoogte onvermijdelijk.”

In Mansion House, de statige ambtswoning van de Lord Mayor in het hart van de Londense City, lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Een soort schildwacht in een kleurig pak leidt bezoekers via luisterrijke zalen vol zeventiende-eeuwse Hollandse meesters naar de werkkamer van John Stuttard, de huidige Lord Mayor – niet te verwarren met Ken Livingstone, de burgemeester voor heel Londen. Hoewel het archaïsche interieur en de ambtsketen om de nek van de 61-jarige Stuttard anders suggereren, is de City volgens de meeste analisten uitgegroeid tot het grootste en meest dynamische internationale financiële centrum ter wereld. New York, dat zo lang onaantastbaar leek, is door Londen in veel opzichten ingehaald.

Maar Stuttard, die als Lord Mayor de belangen van de City en de financiële sector in binnen- en buitenland behartigt, onthoudt zich van triomfalisme. „We zien dit niet als een wedstrijd met een nummer één en een nummer twee”, zegt hij waardig. „We bekijken hoe een financieel centrum als Londen zo goed mogelijk ontwikkeld kan worden en de internationale markten kan dienen.”

Alsof de City een liefdadige instelling is, onverschillig voor begrippen als winst en verlies. In werkelijkheid woedt er al sinds 1986, toen de Britse regering de deur wagenwijd openzette voor buitenlandse banken en bedrijven en buitenlandse werknemers, een keiharde concurrentiestrijd. Die heeft de City als geheel geen windeieren gelegd.

Volgens recente cijfers is Londen thans onder meer het grootste centrum voor de valutahandel, voor de internationale obligatiehandel, voor de internationale effectenhandel en voor internationale verzekeringen. De zaken gaan zo goed dat de Britse media rond Kerstmis meldden dat zo’n 4.000 bankiers een bonus van 1 miljoen pond (1,5 miljoen euro) of meer hadden opgestreken.

Ook de wereldwijde koersdalingen op de effectenbeurzen van deze week brengen de City niet van zijn stuk. Volgens Stuttard ligt het geheim voor Londens succes in zijn openheid en pragmatische regelgeving. „Londen is geen nationale stad meer”, aldus Stuttard, „maar een heuse internationale stad. Er werken nu alleen al in de Londense financiële sector bijna 200.000 mensen met buitenlandse paspoorten. Dat is 30 procent van het totaal. De Franse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy kwam onlangs een van zijn eerste verkiezingstoespraken in Londen houden omdat er hier zoveel Franse bankiers en zakenmensen zitten. Hoe toegankelijk de City is, kun je ook aflezen aan het feit dat nu ongeveer de helft van het onroerend goed in de City in handen is van buitenlandse financiële instellingen.”

Zo mogelijk nog belangrijker dan de openheid is de regelgeving. Anders dan in New York schrijven Britse bestuurders bedrijven zo min mogelijk de wet voor. De Financial Services Authority (FSA), de centrale regulerende en controlerende instantie in de City, stelt enkele vrij algemene regels vast. Maar de FSA is niet pietluttig. „Als het lijkt alsof een bedrijf zich niet aan de regels heeft gehouden, krijgt het de kans uit te leggen waarom het op een bepaalde manier heeft gehandeld”, zegt Antonio Governale, een Italiaan die als manager aan de Londense beurs (LSE) verbonden is.

Boetes zijn uitzonderlijk in de City. „Dat betekent niet dat we soft zijn met onze regels”, zegt Stuttard, de Lord Mayor. „Maar wij hoeden ons wel voor regelgeving in de Amerikaanse geest van Sarbanes-Oxley. Dan hanteer je echt een moker om een nootje te kraken.”

Een groot voordeel voor Londen is ook zijn geografische ligging. Door de opkomst van Azië kan Londen, anders dan New York, van twee walletjes eten. ’s Ochtends pikken de handelaren in Londen een staartje van de markten in Tokio, Shanghai, Hongkong en Mumbai mee, overdag zijn er de Europese markten en ’s middags en aan het begin van de avond zijn de Amerikaanse markten al volop aan de gang. Door de tijdszones is het veel moeilijker voor New York om contact te houden met Azië.

De soepele regelgeving in Londen maakt het ook aantrekkelijk voor veel bedrijven om zich op de Londense beurs te laten noteren. De grote jongens, zoals vorig jaar het Russische olieconcern Rosneft, doen dat op de LSE. Voor kleinere bedrijven is er sinds 1995 de AIM (Alternative Investment Market), met inmiddels noteringen van 1.640 ondernemingen. Haalden bedrijven er in 2004 voor een bedrag van 6,9 miljard euro op met aandelenuitgiftes, vorig jaar was dat al 23,6 miljard euro. In toenemende mate vragen buitenlandse bedrijven een notering op AIM aan. Van de 350 buitenlandse bedrijven zijn er nu zo’n 50 Amerikaans. „Drie jaar geleden hielden Amerikaanse bedrijven vaak nog tegelijkertijd een notering aan bij de Nasdaq in New York en bij AIM. Nu zijn er steeds meer die dat alleen bij AIM doen”, zegt Governale. „In de VS is er weinig aandacht voor kleine bedrijven. Voor veel bedrijven doet de thuisbasis er echter steeds minder toe. Voor hen telt de toegang tot kapitaal en daar heeft Londen veel te bieden. We zijn zonder twijfel de grootste financiële markt ter wereld.”

De relatieve neergang van New York is volgens deskundigen onstuitbaar. „Tot op zekere hoogte is het onvermijdelijk”, meent Jonathan Chenevix-Trench, bestuursvoorzitter van Morgan Stanley International. „Het maakt deel uit van een onderliggende trend van een verschuiving naar financiële centra in China en elders in Azië. Het hoort bij de mondialisering van de economie.”

Maar ook Londens marktaandeel is niet voor eeuwig gegarandeerd, beseft de Lord Mayor. Hij ligt er niet wakker van. „Het is best mogelijk dat het ooit afneemt. Maar dat geeft niet zolang de koek wereldwijd blijft groeien. Ook Londen zal daar nog steeds van profiteren.”