Glazen plafond kost samenleving miljarden

Econoom. Hij werkt bij het ministerie van Financiën.

In het Nederlandse bedrijfsleven en openbaar bestuur zijn vrouwen overduidelijk ondervertegenwoordigd aan de top. Ook in internationaal opzicht bevindt Nederland zich onder de middenmoot.

Voor een deel kan de gebrekkige doorstroming van vrouwen naar hogere functies verklaard worden door het grote aantal vrouwen dat in deeltijd werkt. Maar er moet meer aan de hand zijn. Ook de vrouwen die wel voltijds werken maken namelijk minder makkelijk carrière dan mannen. Verschillen in opleidingsniveaus kunnen dit niet verklaren: jaarlijks studeren een kwart meer vrouwen dan mannen af in het hoger onderwijs. Verschillen in ambities vormen evenmin een verklaring.

De oorzaak moet eerder gezocht worden aan de vraagzijde. Blijkbaar is daar sprake van onwil of onwetendheid die het voor vrouwen lastiger maakt om hogere functies te bereiken.

Is dit erg? Vanuit het oogpunt van emancipatie: ja. Vrouwen en mannen lijken immers ongelijke kansen te hebben. Maar hoe luidt het oordeel vanuit een economisch perspectief?

Het antwoord op deze vraag hangt af van de precieze oorzaak. Voor zover het werken in deeltijd de gebrekkige doorstroom verklaart, is het antwoord niet eenduidig. Minder arbeidsaanbod betekent minder economische productie, maar ook meer vrije tijd. A priori is het effect op de totale welvaart niet evident. Voor bewuste en onbewuste discriminatie van vrouwen ligt dit anders. Gegeven dat mannen en vrouwen even geschikt zijn voor hogere functies, maar vrouwen desondanks veelal niet op hun eigenlijke niveau kunnen fungeren, is er duidelijk sprake van een verlies aan welvaart. Er ontstaat een (onvrijwillige) onderbenutting van grotendeels collectief gefinancierd menselijk kapitaal.

Stel dat we het ‘tekort’ aan vrouwen aan de top zo opvullen dat vrouwen op ieder (bovenmodaal) functieniveau evenredig vertegenwoordigd zijn. En stel verder dat we deze tekorten zonder problemen kunnen aanvullen met capabele vrouwen uit het direct onderliggende functieniveau. Als we de extra productie die dit oplevert waarderen met de loonverschillen tussen de opeenvolgende functieniveaus, dan zou het bruto nationaal product ruim 1,5 procent kunnen stijgen. Anders gezegd: dankzij het glazen plafond laten we als samenleving jaarlijks voor 8 à 9 miljard euro aan welvaart liggen.

Vormt dit verlies aan welvaart nu ook een economische rechtvaardiging van emancipatiebeleid? Als de beperkte opwaartse mobiliteit duidelijk het gevolg zou zijn van marktfalen wel. Maar er lijkt meer sprake van falende marktpartijen dan van een falend marktmechanisme. Topmanagers kunnen kennelijk niet erkennen dat vrouwen even geschikt zijn voor de hogere functies. Het is echter geen economisch legitieme overheidstaak om bedrijven en organisaties te wijzen op onbenutte kansen en mogelijkheden waar zij uitsluitend zelf van profiteren. Natuurlijk profiteren vrouwen ook, maar zij zullen tegenover hun hogere functies en salarissen wel een hogere productie moeten stellen.

Pleit dit economische beleidsmakers dan vrij om ook maar iets te doen aan het glazen plafond? Niet helemaal. Een betere doorstroming van vrouwen naar hogere functies zou via ‘schoorsteenwerking’ de werkgelegenheid voor vrouwen aan de onderkant van de arbeidsmarkt kunnen vergroten. Daarnaast kunnen betere carrièreperspectieven vrouwen prikkelen om (nog) meer te investeren in hun kennis en vaardigheden. Ook krijgen mannen in hogere functies te maken met meer concurrentie. Dit verbetert de marktwerking in de arbeidsmarkt en kan mannen, op hun beurt, aanmoedigen om ook meer in zichzelf te investeren. Deze mogelijke effecten zijn te speculatief om substantieel economisch beleid te rechtvaardigen. Beleidsmakers zouden wel aandacht kunnen besteden aan de mogelijk negatieve bijwerkingen van bestaand en nieuw overheidsbeleid. Maatregelen die er per saldo toe leiden dat vooral vrouwen in deeltijd blijven werken, helpen niet om het glazen plafond te doorbreken. Te meer omdat uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen de gevolgen van deeltijdwerk en loopbaanonderbreking voor hun carrière en salaris systematisch onderschatten.