Giuliani weigert conservatieve haviken naar de mond te praten

Gisteren presenteerden de voornaamste Republikeinse kandidaten zich aan de conservatieve diehards van hun partij. Het betoog van koploper Giuliani was opmerkelijk gematigd.

Moed kan Rudy Giuliani niet ontzegd worden. Dat bleek toen de onbetwiste koploper in de Republikeinse race voor de presidentsverkiezingen gisteren de rechterflank van zijn partij toesprak.

Op de jaarlijkse Conservative Political Action Conference (CPAC) komt de ruggengraat van conservatief Amerika bijeen. Wapenlobbyisten, Hillary-haters, Kyoto-bashers, abortus-is-moord-ijveraars en andere hoeders van het compromisloze conservatisme laven zich er aan hun leiders.

Gisterochtend gaf Wayne LaPierre het voorbeeld. De vice-president van de National Rifle Association hakte in op de media, de burgemeester van New Orleans (die na orkaan Katrina „de rechten van wapenbezitters schond’’ door wapens van achterblijvers in te nemen) en de Verenigde Naties („on-Amerikaanse hufters’’). Hij oogstte zes open doekjes, in een kwartiertje.

Maar Rudy Giuliani weigerde zijn gehoor naar de mond te praten. In een geïmproviseerd en kalm betoog legde hij uit dat het waarschijnlijk een vergissing was om na 9/11 te spreken van een ‘War on Terror’. „Wij zijn niet in oorlog met hen, zij zijn in oorlog met ons.” Tot tweemaal toe benadrukte hij dat Amerika moet ophouden zich aan de buitenwereld als oorlogszuchtig te presenteren. „Wij zijn een vreedzaam land.’’ En met een verwijzing naar Reagan – „alleen met kracht zullen wij vrede bereiken’’ – voorspelde hij dat, net als na de Tweede Wereldoorlog, „onze vijanden van vandaag onze vrienden van morgen zullen zijn’’.

Het leverde hem slechts één open doekje op. En veel activisten waren na afloop bedrukt. Een studente uit South-Carolina – anti-Hillary button op de revers („Stophernow.com’’) – smaalde na afloop: „Hij lijkt Michael Moore wel met zijn ‘samen’ en ‘vriendschap’ en ‘vrede’. Brrrr.’’ Haar naam wilde ze niet geven omdat ze de media niet vertrouwt, zei ze.

CPAC-aanhangers hebben in het verleden laten zien dat ze Republikeinse kandidaten met een te laag conservatief gehalte kunnen breken. Maar de Amerikaanse kiezer schuift naar het midden, en de drie Republikeinse frontrunners zijn daarvan de uitkomst. Ook senator John McCain uit Arizona en oud-gouverneur Mitt Romney uit Massachusetts zijn gematigder dan de meeste conservatieven in Amerika lief is.

Giuliani geldt vooral in sociaal-ethische kwesties als te links voor de Christian Right (hij steunt het recht op abortus en is voor beperking van het wapenbezit), maar zijn populariteit is sinds 9/11 zo groot dat hij tegen elke Democratische kandidaat een kans maakt. McCain, die deze week zijn kandidatuur aankondigde, heeft een zelfde nationale uitstraling. Maar hij zaaide in het verleden zoveel wantrouwen bij conservatieven dat hij niet eens welkom meer is op CPAC (bovendien verliest hij de laatste tijd in peilingen razendsnel terrein aan Guiliani, vermoedelijk door zijn voorkeur voor extra troepenzendingen naar Irak).

De derde in de prognoses, de minder bekende Romney, pleegde gisteren vooral onderhuidse aanvallen op zijn concurrenten. Hij haalde zijn echtgenote, met wie hij al 38 jaar samen is, op het podium om zijn huwelijkstrouw te onderstrepen: Guiliani is tweemaal gescheiden. Hij keerde zich tegen tegemoetkomingen aan illegalen: McCain pleit daar al jaren voor.

Maar ook hij koos op onderdelen voor een gematigde presentatie. Voor een deel nam hij weliswaar Bush’ retoriek over de oorlog tegen terreur over. Hij sprak van „gewelddadige jihadisten”, die een „wereldwijd kalifaat” nastreven. Maar ook stelde hij „Marshall-hulp aan niet-radicale moslimlanden’’ voor. Het leverde ook hem een gereserveerde ontvangst op: drie open doekjes.

Zodoende kan een dark horse nog altijd met de Republikeinse nominatie aan de haal gaan. En afgaande op CPAC heeft de voormalige gouverneur van Arkansas, Mike Huckabee (vijf open doekjes), daarvoor de beste papieren. Zijn indirecte aanvallen op Guiliani werden enthousiast begroet. Diens abortusstandpunt – hij is tegen maar vindt dat vrouwen het recht hebben zelf te kiezen – is „alsof je zegt: ik wil mensen niet afslachten maar ik koop wél een slachthuis’’.

Hij stelde zich voor als vertegenwoordiger van de gewone man. Huckabee is afkomstig uit een arm gezin en groeide net als Bill Clinton op in Hope, Arkansas. „Ik ben niet de kandidaat van Wall Street, K Street [waar de lobbykantoren in Washington zijn gevestigd, red.] en zeker niet van Sunset Boulevard’’, zei hij. „Ik ben de keuze van gewone mensen uit het hart van dit land. Van jagers en vissers, van mensen die bij Wal Mart winkelen, die van countrymuziek houden en die naar talkradio luisteren.’’

Het ging erin als koek. Van hem geen relativeringen van de ‘War on Terror’. „We stáán niet aan de vooravond van de Derde Wereldoorlog. We zitten er middenin.’’ Overleg, diplomatie en containment zijn „ideeën die niet meer werken met mensen die ons land willen vernietigen’’. Klaterend applaus.