Foto’s op ‘Istanbul Modern’ stellen beeld van Turkije bij

Welke beelden van Turkije heeft de rest van de wereld in zijn hoofd? Op een tijdelijke tentoonstelling van Magnum-fotografen in Istanbul Modern kun je er enkele tegenkomen.

In Turkije, en vooral in Istanbul, kun je vaak horen klagen dat het Europese beeld van het land en zijn bewoners niet klopt. De opening in 2004 van Istanbul Modern, het eerste Turkse museum voor moderne kunst, moest een bijdrage leveren aan een verandering van dat imago.

Het museum bewijst wel dat er zoiets als hedendaagse kunst bestaat in Turkije, maar door alleen werk van Turkse kunstenaars in de permanente tentoonstelling op te nemen, wordt het universele en kosmopolitische karakter van kunst weer ontkend. Daarentegen is de tijdelijke expositie in het souterrain, waarin zestien fotografen van Magnum werk over Turkije laten zien, een zinnige bijdrage aan de discussie over de beeldvorming, zoals die door de ogen van vooraanstaande buitenlandse kijkers tot stand kwam.

De enige Turk van de zestien, Ara Güler (1928) is eigenlijk geen echt lid van Magnum, al leverde de veteraan van de Turkse fotografie wel eens werk aan het agentschap. Zijn foto’s in zwart-wit, met nadruk op de jaren vijftig, sluiten het best aan bij het beeld dat lezers van het werk van Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk van Istanbul zouden kunnen hebben: een broeierige, naar het verleden hunkerende stad die als een deken over zijn bewoners ligt.

Een groot deel van de Nederlandse (en Duitse) beeldvorming van Turkije is bepaald door de aanwezigheid sinds de jaren zestig van ‘gastarbeiders’ en hun kinderen. De Franse fotograaf Gilles Péress (1946) legde de beginjaren van die migratie gedetailleerd vast. Weinigen van die eerste generatie migranten kwamen uit Istanbul of andere grote steden; het was zelfs het beleid van de Nederlandse regering om liefst analfabeten uit het diepst van de provincie te selecteren.

Migratie is een belangrijk thema op de expositie. Ook Turken die in 1951 uit Bulgarije vluchtten zijn te zien bij aankomst in Edirne, op foto’s van Erich Lessing. Zelfs fictieve migranten drongen door tot de selectie, door de foto’s die Costa Manos in 1963 maakte op de set van Elia Kazans Hollywoodfilm America, America. Het is een ruime en ruimhartige definitie van het beeld van Turkije, want de film over Kazans Griekse familie die aan het begin van de twintigste eeuw uit Klein-Azië via Istanbul naar de Verenigde Staten emigreerde, is vervuld van clichés over corrupte Osmaanse ambtenaren en gemeen loensende Turkse bandieten. Vervolging van Armeense medechristenen was in Kazans visie de druppel die de emmer voor zijn familie deed overlopen.

Propaganda in tegengestelde richting was de opdracht die Robert Capa (1913-1954) vlak na de Tweede Wereldoorlog van de Amerikaanse regering aannam. Om Turkije in de Koude Oorlog in het westerse kamp te houden, moest Capa de moderniteit en westerse snit van de door Atatürk vormgegeven samenleving visueel documenteren. Capa was een groot fotograaf, die aan zo’n opdracht toch weer een formeel interessante draai wist te geven. Zijn foto’s van de bedrijvigheid in de haven rijmen direct op het uitzicht vanuit het museum op het laden en lossen aan een kade van de Bosporus.

Het leerzaamst voor de beeldvorming is het werk van fotografen die zich alleen door hun eigen nieuwsgierigheid lieten leiden. Zij slagen er soms in vooroordelen te overwinnen. De in Griekenland opgegroeide Nikos Economopoulos (1953) had alleen maar gruwelijke verhalen gehoord over de Turken, totdat hij het land voor het eerst zelf bezocht. Hij maakte vele reizen door Turkije en zijn beelden getuigen van een verraste, open blik die ook de kijker uitnodigt om na te denken over de in zijn eigen hoofd voorgebakken beelden van exotische armoede en een dor, stoffig landschap.

Een andere verrassing vond ik het werk van de Frans-Amerikaanse Antoine d’Agata (1961), die in schimmige, beweging suggererende vignetjes van Istanbul een zwoele, zinnelijke stad maakt, waar iedereen maar aan één ding kan denken. De foto’s hangen in een zaaltje apart, waar aan de buitenkant gewaarschuwd wordt dat sommige bezoekers er misschien door geschokt zouden kunnen worden. Deze liberale aanpak blijkt ook uit het toestaan van politiek beladen woorden in de begeleidende teksten als ‘Koerden’ en ‘opstand’.

Wat moeilijk valt te beoordelen is of Istanbul Modern een vooral voor het buitenland bestemde vrijhaven is om juist het liberale karakter van het huidige Turkije te benadrukken of dat wij ten onrechte denken dat iedereen er sommige woorden (en beelden) op een goudschaaltje legt. Ik neig naar de eerste veronderstelling. Buiten bepaalde wijken van Istanbul zullen foto’s als die van D’Agata niet snel geëxposeerd worden.

Turkey by Magnum, Istanbul Modern, Karaköy, Istanbul, tot en met 20 mei.