Europa verjaart

Stel je een verbond van vrije democratische en welvarende staten voor. Een verbond dat zo aantrekkelijk is voor de omringende landen dat ze in de rij staan om lid te worden van de club. Ze zijn daarvoor bereid om door tal van hoepeltjes te springen: hun financiën op orde te krijgen, hun rechtsstaat aan te pakken, de lieve vrede te bewaren, hun bedrijfsleven tot transparantie te dwingen, hun oorlogsmisdadigers voor het gerecht te slepen en hun burgers op te voeden in de geest van vrede, vrijheid en democratie.

Een verbond van staten dat een voorbeeld is voor de rest van de wereld. Dat moet wel haast een utopie zijn.

Eind deze maand bestaat het Verdrag van Rome 50 jaar. Op 25 maart 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap opgericht. Daar hoort een feestje bij, zou je denken. Maar de feeststemming is ver te zoeken. Europa zucht onder haar eigen overgewicht. Nieuwe lidstaten worden niet meer met klaroenstoten binnengehaald maar met argusogen bekeken. Hoofdstad Brussel wordt geassocieerd met regelzucht, bureaucratendom en zakkenvullerij. Steeds meer burgers van dat vrije verbond vrezen dat de Brusselse directieven hun eigen nationale verworvenheden en tradities bedreigen. En de euro is de monetaire zondebok van Europa.

Waar komt toch die angst vandaan? Wat is er logischer dan te denken dat we met zijn allen beter zijn opgewassen tegen de globalisering dan met de oorspronkelijke zes founding fathers van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal? Waarom heeft die boodschap al zijn aantrekkingskracht verloren?

Een deel van de schuld ligt bij de politici. Ook het regeerakkoord van het kabinet Balkenende IV wijdt enkele passages aan Europa. 'Het kabinet zet zich in voor een sterk draagvlak voor de Europese samenwerking, in dialoog met de burgers'. Lippendienst. Dor proza. Lees liever de historicus H.L. Wesseling die in M uitlegt dat Europa gewoon een kwestie is van geloven.