‘Een kip zegt geen au’

Kippen hebben het slecht in Nederland, vindt etholoog Jeroen van Rooijen. Pluimveehouders moeten rekening houden met hun natuurlijke behoeften. „Een kip wil een tuinachtige omgeving.”

Sander Voormolen

‘Het lastige van kippen is dat je niet ziet niet wanneer ze pijn lijden’, zegt pluimvee-etholoog Jeroen van Rooijen. Maar lijden doen ze in de Nederlandse pluimveehouderij, aldus Van Rooijen. De grootste knelpunten zijn volgens de Wageningse etholoog de batterijkooien en het zogeheten snavelkappen.

Van Rooijen deed meer dan twintig jaar gedragsonderzoek aan uiteenlopende dieren. Uiteindelijk kwam hij terecht bij het onderzoekscentrum voor de pluimveehouderij Het Spelderholt in Beekbergen. “Ik onderzocht daar het eetgedrag van kippen met automatische voedselverstrekkers, het paringsgedrag van kippen, de invloed van snavelkappen op het eetgedrag van kippen en het stofbadgedrag van kippen in grote kooien. Ook bestudeerde ik het loopgedrag van kalkoenen.” Nu werkt Van Rooijen niet meer, maar hij is nog altijd zeer betrokken bij het pluimvee-onderzoek.

Aan de tafel in de woonkamer van zijn huis in Wageningen uit hij zijn frustratie over de trage invoering van verbeteringen van het welzijn van kippen. “De Nederlandse pluimveehouderij komt heel weinig tegemoet aan het welzijn van kippen. Het is er uitermate slecht mee gesteld. Het voornaamste probleem zijn de batterijkooien, waarin de leghennen in veel te kleine ruimtes in veel te grote aantallen bijeen gehuisvest zijn. In 2012 worden er nieuwe Europese regels van kracht die de minimale ruimte per kip vergroten, maar veel gewicht zal het niet in de schaal leggen”, aldus Van Rooijen.

Wat is dan het beste alternatief voor de batterijkooien?

“Het zogeheten étagesysteem is al veel beter. Daarin heb je schappen waarlangs een kip zich verticaal kan bewegen. Kippen voelen zich veiliger als ze hoger zitten. Nog mooier is het volièresysteem met vrije uitloop. Het mooiste is dan als er ook wat beplanting staat, een tuinachtige omgeving, gras met struiken eromheen, daar houdt de kip van.”

Wat is precies het bezwaar tegen snavelkappen?

“Onderzoek in Canada wees uit dat het kappen van snavels neuroma’s veroorzaakt. Dat zijn woekeringen van de zenuwuiteinden. Bij de mens zijn die neuroma’s geassocieerd met fantoompijnen. Vandaar dat ik vermoed dat gekapte kippen net zo’n soort pijn ervaren.”

Waarom zien we dat niet aan de kip?

“Dat is onderdeel van het natuurlijke kippengedrag. Kippen zijn aardig tegen elkaar zolang alles in orde is. Voor een kip is het daarom belangrijk om te doen alsof er niets aan de hand is.”

“In mijn onderzoek naar het effect van snavelkappen, heb ik zelf ook eens geprobeerd een kip te snavelkappen. Dat is een kunst want je moet met je vinger op de keel van de kip de tong naar achteren trekken. Dat deed ik niet genoeg en als gevolg daarvan hakte ik van dat arme beest behalve de snavel ook de helft van de tong af. De kip moet vreselijke pijn hebben gehad, maar je zag er niets aan. Ze ging gewoon weer in haar hok zitten alsof er niets aan de hand was.”

Is het mogelijk het snavelkappen diervriendelijk te maken?

“Kappen van een heel klein puntje werkt niet, want dat groeit heel snel weer aan. Ik heb in mijn onderzoek gekeken of je dieren kon snavelkappen waarbij ze zo min mogelijk verminkt werden, maar het bleek dat hoe meer je de boel kapot maakte, hoe effectiever het was tegen verenpikken. Maar ook alleen het puntje weghalen is verminkend, want dat zit boordevol tastzintuigen. Boeren hebben doorgaans de neiging er zoveel mogelijk af te halen, zodat net niet de hoornlaag er geheel afvalt. Professionele snavelkappers weten precies tot hoe ver ze kunnen gaan.”

“Kippen met een gekapte snavel hebben meer een merelsnavel dan een roofvogelsnavel. De dieren krijgen daardoor moeite met eten. In de praktijk maakt snavelkappen het verenpikken minder effectief en hebben de dieren ook meer tijd nodig om te eten. Boeren geven ze ook vaak meel in plaats van korrels om de tijd die nodig is om te eten op te rekken. Al die bezigheden verkleinen het risico op verenpikken. ”

Hoe komen we ooit van het snavelkappen af?

“Bij verenpikken zijn het altijd bepaalde individuen die dat doen. Dan zou je zeggen: haal die slechteriken eruit en het komt allemaal goed. Maar het is heel lastig om te zien wie er pikt, veel duidelijker is wie er gepikt wordt. En als je al een verenpikker betrapt, zie die dan maar eens te pakken te krijgen tussen al die kippen.”

“Wat nu dringend moet gebeuren is genetisch selecteren tegen verenpikken. Voor de oorlog waren er al aanwijzingen dat sommige kippenrassen hiervoor minder gevoelig waren dan anderen. Je kunt je afvragen waarom dit probleem niet veel eerder is aangepakt. Op een bijeenkomst van kippenfokkers werd mij duidelijk waarom dat werd uitgesteld: we kunnen het ons simpelweg niet veroorloven, zeiden de fokkers. Als je aandacht besteedt aan kannibalisme kom je minder snel vooruit bij het verhogen van de ei- of vleesopbrengst, en dan verlies je je concurrentiepositie. Het is altijd makkelijker om de snavels te kappen, dus is er geen reden om tegen het verenpikken te selecteren. Hetzelfde geldt voor de immuniteit, die bij batterijkippen ronduit slecht is.”

Waar komt dat kannibalistische verenpikken vandaan?

“Verenpikken is normaal gedrag onder abnormale omstandigheden. Dieren in een prikkelarme omgeving gaan elkaar pikken. Een kip is nieuwsgierig en heeft voortdurend de behoefte om te exploreren. Het zijn rasopportunisten. Het pikgedrag is voortgekomen uit het voedselzoeken. Ze kunnen eindeloos pikken op een plekje op de muur. Het is van een andere categorie dan agressief pikken, want dat is altijd gericht op de kop van de ander. Het is net als bij varkens: daar is agressie ook gericht tegen de kop. Maar het staarten knabbelen is puur nieuwsgierigheid.”

“Hoe groter het aantal kippen dat je bij elkaar zet, des te groter de kans dat er een aantal verenpikkers tussen zitten. Vaak gaat het lang goed tot de kippen ergens van schrikken en ze aan een kant van het hok samendrommen. Dan gaan ze met scherpe nagels over elkaars kale rug. Pas als er dan bloed stroomt, ontstaat kannibalisme.”

Maakt het nog uit of kippen binnen of buiten gehouden worden?

“Dat heeft beslist effect. Het welzijn van kippen die nooit buiten komen is kleiner dan dat van kippen die altijd buiten zijn en ’s nachts in een boom slapen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de buitenkippen het best ruien.”

“Wilde kippen zijn dieren die aan de bosrand leven. Ze zijn gewend om de eerste paar meter open vlakte buiten het bos te gebruiken, maar wagen zich niet verder, want ze willen altijd beschutting in de buurt. In de kunstmatige situatie van een uitloopren komt dat overeen met stallen en wat bouwseltjes in het open terrein. De beschutting tegen roofvogels en roofdieren moet nabij zijn.”

Buiten zijn is dus belangrijk. Was u daarom ook tegen de ophokplicht die werd afgekondigd in reactie op de opmars van het gevaarlijke H5N1-vogelgriepvirus?

“De ophokplicht leek mij een volkomen onnodige maatregel. Het bood geen voordelen, alleen maar nadelen. Er is nooit enig wetenschappelijk bewijs geweest dat wilde vogels het H5N1-virus naar het commerciële pluimvee hebben overgebracht. Sterker nog: door het ophokken is de kans op het uitbreken van de vogelgriep in stallen alleen maar groter geworden. De vogels leefden onder stressvolle omstandigheden, heel veel dieren bij elkaar. De kans dat een virus onder zulke verzwakte vogels uitbreekt is veel groter.”

“Er zijn heel veel argumenten die erop wijzen dat het transport van kippen of kipproducten de oorzaak waren voor de verspreiding. Bij het Chinese Qinghai-meer gingen veel wilde vogels dood aan H5N1. Maar dat is geen afgelegen meer zoals wel gesuggereerd wordt. Er loopt een spoorlijn naartoe en er zijn viskwekerijen die kippenmest gebruikten in hun vijvers. Als de verspreiding naar West-Europa via trekvogels had plaatsgevonden, dan hadden eerst de vogels in India besmet moeten zijn. Iedere dag vertrekken er uit China vliegtuigen vol eendagskuikens naar onder meer Nigeria. De tweede grote broederij is in Turkije. Nigeria bleef rustig kippen importeren van landen die al waren getroffen door de vogelgriep.”

“Het ophokken is heel slecht geweest voor de vrije uitloopkippen, de markt stortte in. Ik heb mij in dat opzicht vooral gestoord aan het optreden van de Rotterdamse viroloog Ab Osterhaus, die keihard beweerde dat buiten lopend pluimvee een gevaar vormde. Hij gaf met dat pseudowetenschappelijk argument voeding aan vooroordelen tegen uitloop- en hobbykippen, als zouden zij niet netjes en hygiënisch zijn. Dat klopt niet. Voor hobbydieren is een belangrijk criterium dat zij vitaal zijn. Dieren die dat niet zijn, vallen meteen af op een tentoonstelling. Ze worden niet intensief gehouden, in ontzettend kleine aantallen en hebben nauwelijks contact met elkaar. Dit in tegenstelling tot de industriekippen waar dierenartsen, voederleveranciers etcetera continu over de vloer komen, met risico op verspreiding.”

“Feit is dat in 2003 tijdens de vogelgriepuitbraak met het H7N7-virus geen enkele biologische kip besmet is geraakt. Dat is mijns inziens ook logisch, want deze dieren zijn veel minder gestresst en daardoor fysiek veel sterker. Er werd een goedaardig virus geconstateerd bij dieren in de vrije uitloop. Deze kippen hadden intussen antistoffen opgebouwd tegen het virus. Hun weerstand was veel beter. Door buiten te lopen kwamen de dieren al van alles tegen, waardoor zij sterker waren.”

Dierenwelzijn heeft nu wel de aandacht van de politiek. De Partij voor de Dieren wist bij de laatste verkiezingen twee Kamerzetels te bemachtigen. Hoe ziet u dat?

“ Het is een natuurlijke reactie. Dat zulke one-issue partijen een kans krijgen betekent alleen maar dat de traditionele politieke partijen het op dit punt de laatste jaren behoorlijk hebben laten afweten. Maar ik sta er wel sympathiek tegenover. Ik ben blij dat de zaak nu op de agenda staat. Het is een kwestie van een lange adem. Uit mijn onderzoek van 25 jaar geleden bleek dat varkens liever leven op stro dan op een kale vloer. Je zou er moedeloos van worden als je ziet hoe langzaam dat inzicht doordringt in de praktijk.”

“Bovendien denk ik dat als je het aan de consument overlaat, er niets van een verbetering van het welzijn terechtkomt. Als het daaraan werd overgelaten, bestonden ook de slavenhandel en de kinderarbeid nog.”

Zijn kippen echt zo dom?

“Mijn Groningse leermeester Gerard Baerends heeft wel eens gezegd dat intelligentietesten niets zeggen over de intellectuele vermogens van dieren. Ieder dier is aangepast aan zijn eigen leefomgeving, dus onderlinge vergelijking heeft niet zoveel zin.”

“In het algemeen kun je echter wel zeggen dat herbivoren minder intelligent zijn dan roofdieren, die het moeten hebben van inventiviteit en snelheid. Kippen zijn opportunistische alleseters net als ratten en varkens. Ze zijn ontzettend gewiekst in het vinden van voedsel, of het nu vliegen, planten of zaden zijn.

“In een klassieke test kan een kloek haar kuiken dat onder een glazen stolp wordt geplaatst niet meer vinden. Achter een muurtje vindt zij haar kuiken wel. De kloek gaat hier af op het gehoor, maar dus niet op het zicht. Is dat dom?

“Kippen kunnen trouwens beter zien dan wij. Het beeld op hun netvlies is veel scherper en zij kunnen tegelijk naar achter, naar voren en opzij kijken. Maar echt slimme beesten zijn het niet. Ze zijn wel slimmer dan een merel.”