Een hoed zonder hoofd

In de column van Marita Mathijsen over `censuur` zijn enige onjuistheden geslopen (W&O 17 februari). Aangezien het de Amsterdamse makelaar, steenkoper, en dichter Jan Fredrik Helmers (1767-1813) betreft, over wie veel is geschreven, en Marita Mathijsen hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde is met een specialisatie in de negentiende-eeuwse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam is, lijkt het nuttig om te corrigeren. Helmers` woning was niet in Den Haag, maar hij leefde en stierf in Amsterdam (na zijn huwelijk in het huis Keizersgracht 16). Amsterdam heeft niet minder dan drie straten en een plantsoen naar hem genoemd. In zijn gedicht De Hollandsche natie werd door de keizerlijke censor niet geschrapt, maar werd waarschijnlijk door Helmers vooraf zelfcensuur toegepast. Het verhaal over soldaten die naar Helmers` woning kwamen om hem te arresteren, en daar door zijn zwager Adriaan Loosjes naar de zojuist overleden dichter werden gebracht, is waarschijnlijk apocrief en kennelijk niet ouder dan 1822. Bron is het gezaghebbende: M. van Hattum, Jan Fredrik Helmers (1767-1813); Leven en werk van een Amsterdamse wereldburger, Schiphouwer en Brinkman, Amsterdam, 1996.