De vrije krant irriteert omdat hij bestaat

Het Russische dorp Maina heeft zijn eigen vrije pers. Onze Kran’ concurreert met de staatskrant De Leninist. ‘Het dilemma is hier elke week: koop ik de krant of twee eieren?’

De Tataarse boer Rasjid heeft twee problemen. Ze heten Vasilja en Fjodor, kolossale kamelen die de helft van zijn koeienstal vullen. Ooit liet Rasjid zich tegen zakenpartners uit Kalmukkië ontvallen dat een babykameel hem best aardig leek. Een week later laadde een vrachtwagen twee babykamelen uit. Nu is de lol eraf. Altijd maar vreten die krengen, en een rothumeur! „Ze bijten en schoppen, ik ben doodsbang voor ze.” Vasilja is nu zwanger: straks is er geen ruimte meer voor koeien in de stal. Goede raad is duur.

Andrej Skolni klapt zijn notitieblokje dicht. „Dit opent volgende week mijn voorpagina”, belooft hij. Skolni brengt vandaag Onze Krant rond en zamelt en passant informatie in voor zijn volgende nummer.

Elke week tikt hij twaalf pagina’s vol lokaal nieuws en maakt zijn vrouw Natasja de krant op in de driekamerflat die ze delen met vier dochters. Onze Krant heeft een oplage van vijfduizend exemplaren en kost vijf roebel (15 cent). Dat levert Skolni per week zo’n driehonderd euro op: niet slecht voor Maina.

Als de westerse pers sombert over de vrije pers in Rusland, gaat dat om een handjevol erudiete kranten en weekbladen die je in dorpen als Maina nooit zult vinden. Omgekeerd weet bijna niemand dat Maina een van de zeer weinige Russische dorpen is met een onafhankelijke pers. Onze Krant strijdt er om de lezersgunst met staatskrant De Leninist.

Maina ligt in de Wolga-regio Oeljanovsk, geboortegrond van Lenin en altijd ontevreden. Bij verkiezingen krijgt ‘tegen iedereen’ steevast de meeste stemmen. De regio vertoont alle kwalen van het platteland: fabriekjes en kolchozen sloten, de jeugd trok naar de stad, oudjes en dronkelappen bleven achter om in stervende dorpen te leven van hun pensioentjes, kippen en akkertjes.

In Oeljanovsk komt daar vijftien jaar wanbestuur door rode populisten bovenop. Skolni: „Niet zo lang geleden hadden wij hier in de winter geen gas, nauwelijks verwarming en maar drie uur per dag stroom. Oudjes vroren gewoon dood.”

Na enkele jaren van economische voorspoed zit het met die basisbehoeftes goed. Wat nog ontbreekt is hoop. „Er komt niets van de grond”, zegt Skolni. „De mensen drinken en klagen. Zelf ondernemen ze niets.”

Skolni, een atletische veertiger met kaalgeschoren hoofd en snor, is een uitzondering. Elke week in je eentje een krant schrijven, dat is hard werk. En vandaag is zijn drukste dag. De drukker brengt om half acht ’s ochtends de hele oplage langs, Andrej vouwt handig vierduizend kranten, zijn gasten, zichzelf en vrouw Natasja in een Oka, de kleinste auto van Rusland. Half begraven onder bundels kranten tuffen we langs ingesneeuwde dorpjes, winkeltjes en kiosken. Daar wordt Onze Krant naast winterpenen en flessen nepwodka te koop aangeboden.

„Het wekelijkse dilemma voor de dorpeling: koop ik Onze Krant of twee eieren?”, zegt Skolni. Met koppen als ‘Inbreker wurgt 73-jarige in bed’ of ‘Boer vindt gestolen hond terug door te blaffen’ haalt Skolni hen week in, week uit over die eieren te laten liggen. „De formule is simpel. Feiten en nieuwtjes voor dorpelingen over dorpelingen. Wat er elders in de wereld gebeurt, zal ze hier worst zijn.”

Hoe is zijn verhouding met de macht? Maina heeft sinds 1930 de staatskrant De Leninist. Die krijgt geld van het rayonhoofd en houdt kantoor tegenover het zilveren standbeeld van Lenin. De Leninist oogt anders dan Onze Krant. Geen chocoladeletters, nieuwsfoto’s of blote dames: helemaal geen nieuws eigenlijk. De Leninist drukt deze week de nieuwe hymne van de regio Oeljanovsk af naast een foto van een boer met sikkel tussen ruisend graan en een dromerige beschouwing over het dorpsleven. Binnen staan een lang interview met het rayonhoofd, oude recepten, streekverhalen en bekendmakingen van staatswege.

Journalist Skolni leerde bij De Leninist het vak. „De hoofdredacteur bracht mij die gezwollen stijl bij die ik later weer afleerde. We schrijven voor opa en oma, zei hij. Maar ik geloof dat opa en oma iets anders willen lezen.”

In 2000 liep het fout tussen hem en De Leninist. In de barre winter sneeuwde het gehucht Skripino in en vergat iedereen de weg naar het dorp te vegen. Skolni hoorde dat en waadde vier kilometer tot zijn middel door de sneeuw om te kijken hoe het ervoor stond met de zes stokoude inwoners van Skripino. Niet best, zo bleek. Ze hadden enkele dagen geleefd van één brood, daarna ging een baboesjka op hongertocht en kwam nooit terug. „Doodgevroren. Ze dook pas in de lente op, toen de sneeuw smolt. Een sneeuwklokje, ja.” Skolni wist zijn hoofdredacteur tot publicatie te bewegen, dit tot woede van het rayonhoofd. Die stuurde een sneeuwploeg met brood naar de vijf resterende oudjes, veegde hun de mantel uit omdat ze zo klaagden en riep De Leninist op het matje.

Skolni vond daarna werk in de stad Oeljanovsk. Eind 2003 keerde hij in triomf naar Maina terug om voor een jong en modern rayonhoofd een lokale tv-zender op te zetten. Dat ging uiteindelijk niet door, en Skolni vroeg hij het rayonhoofd of hij zijn eigen krant mocht beginnen. Dat mocht. Skolni: „En daarom heeft ons dorp dus een vrije pers. Men dacht dat het rayonhoofd me beschermde, hoewel hij mij van alles verbood. Dan sloeg-ie met zijn vuist op tafel.” Wat mocht Skolni zoal niet plaatsen? „Een lijst met geboortes, huwelijken en sterfgevallen bijvoorbeeld. Alleen die laatste kolom had enige omvang, dat vond hij deprimerend.”

Hoe lang houdt Maina zijn vrije pers? Het rayonhoofd boycot Skolni en wil diens flat aan een vriend geven. Skolni steekt soms de draak met de lokale macht, met het troosteloze leven in de dode dorpen. „Maar politiek bedreig ik niemand. Op verkiezingen zitten de dorpelingen thuis te drinken, dan komen ze langs. Hup, mee, je moet vandaag op Ivanov stemmen”, aldus Skolni. „Ik ben eerder bang dat Onze Krant gewoon irriteert omdat hij bestaat. Als ze mijn computers met een rotsmoesje in beslag nemen, is het uit met de vrije pers hier. Ik ga me niet verzetten natuurlijk.”