De IJzeren Sluier

Dubbele paspoorten, stiekeme afspraken, geheime diensten, precies weten wat je wel en niet tegen wie kunt zeggen — tijdens de Koude Oorlog waren dat spannende onderdelen van het contact met wetenschappers uit het sovjetregime. Dat is nu gelukkig verleden tijd, maar liefhebbers van dit soort geheimzinnigheid hoeven niet te treuren. Ze kunnen dit nu allemaal opnieuw beleven. De Koude Oorlog mag dan over zijn, dat betekent niet dat er in de wereld geen IJzeren Gordijn meer te vinden is. Alleen is het een IJzeren Sluier en loopt het niet tussen Oost- en West-Berlijn, maar tussen Beiroet en Jeruzalem.

Een pion in deze nieuwe ideologische strijd tussen Oost en West is de Amerikaanse Universiteit van Beiroet – of, zoals iedereen zegt, de AUB – een instelling die alleen in de verdraaide logica van het Midden-Oosten kan bestaan. Gesticht in 1866 door Amerikaanse missionarissen, is deze universiteit samen met haar zusterinstelling in Caïro uitgegroeid tot het Oxbridge van de Arabische wereld. In regeringskringen van Damascus tot Amman vind je alumni van deze universiteit, niet alleen presidenten en ministers, maar misschien nog wel belangrijker, ook de meeste hoge ambtenaren. De Arabische varianten van Sir Humphrey Appleby uit Yes Minister dragen meestal een clubdas van de AUB.

Opvallend is dat in deze periode van hoogtijvierend anti-Amerikanisme, niemand in het Midden-Oosten een probleem heeft om aan een ‘Amerikaanse’ universiteit te studeren. Die relatie met de Verenigde Staten gaat trouwens verder dan alleen de naam. De colleges worden in het Engels gegeven, de universiteit is formeel gevestigd in de staat New York en moet voldoen aan de Amerikaanse regels en certificering. De hoogste bestuurders zijn dan ook meestal Amerikanen. De huidige president was bijvoorbeeld voorheen hoogleraar internationale betrekkingen in Princeton. Door deze buitengewone constructie is deze instelling minder vatbaar voor het complexe politieke krachtenspel in Beiroet.

De prachtig verzorgde campus van de AUB ligt ingeklemd tussen de besneeuwde bergen en de Middellandse Zee in een sjiek en redelijk rustig gedeelte van Beiroet. Als je langs de palmbomen en de zachtgele gebouwen met hun rode dakpannetjes wandelt, terwijl de westers geklede studenten zich naar de colleges spoeden, waan je je eerder in Californië dan in Libanon. Alleen roept hier en daar een bescheiden plakkaat in herinnering dat de betreffende collegezaal is opgeblazen in de laatste burgeroorlog.

Maar ondanks de stralende zon en de azuurblauwe zee is Libanon een moderne variant van het Finland uit de Koude Oorlog, een plaats waar de krachten van het Westen en het Oosten rechtstreeks aangrijpen en in een dodelijk potje touwtrekken verwikkeld zijn. De politieke landkaart van Libanon is zó ingewikkeld, met zoveel verschillende groeperingen moslims en christenen, zelfs nog met afstammelingen van ridders uit de kruistochten, dat het geheel een wiskundige fractal vormt, met eilandjes binnen eilandjes binnen eilandjes. Het land bezwijkt als het ware onder het gewicht van de geschiedenis.

Libanese wetenschappers bevinden zich dan ook in een onmogelijke situatie. Ze proberen uit alle macht de traditionele contacten met het Westen open te houden, maar dat is niet gemakkelijk. Vlakbij Beiroet liggen enkele van de grote wetenschappelijke centra van de wereld. In Jeruzalem, Tel Aviv, Rehovot en Haifa bevinden zich uitstekende universiteiten met onderzoeksgroepen die tot de wereldtop horen. Maar, hoewel het maar een autorit van anderhalf uur van Beiroet naar Haifa is, zou vandaag de dag alleen een suïcidale gek die weg willen afleggen. In Libanon is ieder contact met Israël officieel illegaal. Als van een van mijn Libanese collega’s bekend wordt dat hij met een Israëlische vakgenoot heeft gesproken, kan hij diezelfde dag een bezoekje van Hezbollah verwachten. Zelfs per ongeluk een e-mail uit Israël beantwoorden is gevaarlijk, daar moet je een anoniem adres voor gebruiken. Met een douanestempel uit Israël in je paspoort kom je trouwens sowieso het land niet in, wat het leven voor buitenlandse gasten ook niet gemakkelijker maakt.

Libanezen zijn een typisch emigrantenvolk en je kunt dan ook over de gehele wereld wetenschappers met een Libanese achtergrond vinden. Een van de beroemdste wiskundigen van deze tijd, Sir Michael Atiyah, winnaar van de Fieldsmedaille en voormalig president van de Royal Society en Master van Trinity College in Cambridge, is in Libanon geboren. Vorig jaar mocht ik bij een fundraiser ter ere van een naar hem vernoemde leerstoel in Beiroet spreken. De schitterende weelde van de Libanese crème de la crème deed Amerikaans aan. Maar tegenover de balzaal van het luxe hotelcomplex had een jaar eerder de dodelijke bomaanslag op premier Rafik Hariri de gevel van een compleet huizenblok weggevaagd. Een onbestemd gevoel van naderend onheil had de dinergasten dan ook in zijn greep – een gevoel dat sneller uitkwam dan velen toen vermoedden.

De oorlog van de afgelopen zomer heeft Libanon twintig jaar terug in de tijd gezet. Maar het land mag dan in duigen liggen, de universiteit blijft het ondanks alles goed doen. Tijdens de oorlog heeft de befaamde medische faculteit wonderen verricht onder de slachtoffers. Bijna alle studenten zijn na de zomer teruggekeerd, zelfs voor een gedeelte de studenten uit de Verenigde Staten, die typisch een jaartje naar Beiroet gaan om zich te verdiepen in de rijke cultuur van het Midden-Oosten en de geschiedenis van hun voorouders. Slechts een handjevol hoogleraren heeft het land verlaten en de universiteit heeft alweer een aantal nieuwe benoemingen kunnen doen, waaronder enkele Amerikanen en Europeanen. Het academische leven blijkt verrassend weerbarstig te zijn.

Vanuit ons comfortabele Westerse perspectief is deze vasthoudendheid bewonderenswaardig, maar moeilijk te vatten. Hoe kun je onderzoek doen en college geven midden in een burgeroorlog? “Ach”, zeggen mijn Libanese collega’s, “het is weliswaar slecht, maar lang niet zo slecht als tijdens de burgeroorlog in de jaren zeventig en tachtig. Toen moest je echt om drie uur naar huis om je kinderen van school te halen, want dan begonnen stipt de raketbeschietingen. We leven nu eenmaal in een slechte buurt van de wereld.” Precies dezelfde instelling ken ik van mijn Israëlische collega’s, die ook dwars door alle aanslagen en bommen heen hun werk blijven doen.

Dit soort dappere taferelen zijn ook in de Europese geschiedenis niet onbekend. In de zeventiende eeuw werd Engeland bijvoorbeeld door een verschrikkelijke burgeroorlog verscheurd. Dezelfde cocktail van strijdende religieuze facties, buitenlandse inmenging, de moord op een staatshoofd, maffiabazen en machtsbelangen als in het Beiroet van vandaag. Maar de wetenschap bloeide toen als nooit tevoren. Tijdens de Engelse burgeroorlog was al een geheime voorloper van de Royal Society actief.

Het is maar zeer de vraag of dergelijke romantische beelden van toepassing zijn op de huidige situatie in Libanon en de rest van het Midden-Oosten. Het is moeilijk om deze regio niet te zien in de greep van een grimmig schaakspel, een herhaling van zetten uit de Koude Oorlog. De wetenschap achter de IJzeren Sluier is echter op geen enkele manier te vergelijken met die van de Sovjet-Unie. In de communistische wereldvisie werd juist een belangrijke rol aan wetenschap en techniek toegekend, waar het vaak een welkome vlucht weg van de verstikkende ideologie was. Daarom waren die semi-illegale bezoeken aan collega’s uit het Oostblok intellectueel zo stimulerend. Ze borrelden van opgesloten ideeën.

De duistere krachten van Syrië en Iran die nu Libanon nog verder in hun greep proberen te krijgen, staan daarentegen helemaal niet welwillend tegenover de wetenschap, maar beschouwen dit eerder als een kwade invloed van het Westen. Universiteiten als de AUB zijn daarom belangrijke voorposten in deze strijd, die onze volle steun verdienen. De New York Times berichtte onlangs over een initiatief om een Amerikaanse Universiteit in Irak te stichten in navolging van de instellingen in Beiroet en Caïro. Gezien de goede ervaringen uit het verleden, is dat wellicht het beste dat de Verenigde Staten in die regio kunnen doen.