Bewegende stillevens

'Ik ga af op alles dat stinkt in de stad, binnenshuis. Mensen die vervuilen, mensen die dood zijn', zegt Henk Plenter (63) op opgeruimde toon. Hij werkt bij de Dienst Vangnet & Advies van de GGD en doet dit werk al 37 jaar. We rijden naar een keurige nieuwe portiekflat in Amsterdam-West. De voordeur zit met een hangslotje vast. Van de hoogbejaarde vader van de flatbewoner hebben we de sleutels gekregen. Zijn zoon is een zware alcoholist en onlangs opgenomen in het ziekenhuis.

Plenter beslist ook over de zogeheten 'opruimingen', woningen die zo ernstig vervuild zijn dat ze onder dwang worden leeggehaald en schoongemaakt. Dat zijn er gemiddeld veertig per jaar. Ik maak er vandaag vier mee. Een zware dag.

In de woning hangt een dikke stanklucht. Alles, de vloer, de bank, de stoelen en tafels, is overdekt met vuilnis, plastic verpakkingen, peuken en groen uitgeslagen etensresten. Ik zie een half aangevreten hamburger met een ondefinieerbare kleur, een groenblauw gekleurd pak met twintig kadetten, veertig tot vijftig lege drankflessen. Daartussen liggen waardevolle spullen, als mobiele telefoons, boeken, cd's. Wat is gevallen, is nooit meer opgeraapt. Ik hoor gezoem. Wonderlijk. De computer staat nog aan, met een afgebroken spelletje patience. Plenter noemt dit soort woningen stillevens. Het zijn de stille getuigen van volledig ontspoorde levens. Plenter trekt de koelkast open. De etenswaren zijn overdekt met een zwarte laag die beweegt. 'Jezus Henk, wat is dat?' roep ik. 'Het zijn vliegjes', zegt Plenter onverstoorbaar. Ook het aanrecht ziet zwart van de vliegjes. 'Kijk, een verstopping. Typerend. Dat loopt dan over en dat laat je een paar maanden zo staan', zegt Plenter. 'Moet je de wc zien à. Oh, oh!' Eén kamertje staat vol met spullen, waaronder een gloednieuwe mountainbike, maar is niet vervuild. Een schone enclave. 'Dat zie je ook heel vaak', zegt Plenter. 'Ooit is hij goed begonnen.' Het is duidelijk: dit wordt een opruiming.

Die ochtend was ik al getuige van een opruiming in een portiekflat in de Bijlmer. De vrouw in ochtendjas keek emotieloos vanaf de bank toe hoe twee mannen van de vaste opruimploeg in oranje hesjes haar woning leeghaalden. Geen drinkster. Ze speelt de hele dag videospelletjes. 'Twee jaar geleden is mijn broer gestorven. Toen is het mis gegaan.' Het is al de tweede keer dat de dienst hier komt, vertelde Plenter. 'Helemaal uit de hand gelopen. We ruimen niet alleen op, maar bijna altijd wordt ook de hulpverlening ingeschakeld. Dan gaat de thuiszorg erin, de Jellinek, het Leger des Heils, noem maar op. In Amsterdam kan heel veel. Maar je moet wel willen. Dat vergeten de mensen wel eens. Dan hoor je:

” Ze doen nooit wat. En hoe kan dat nou?” Geloof me: iedereen krijgt hulp in deze stad.'

Plenter krijgt meldingen binnen via de GGD zelf, van de politie, de milieudienst, de woningcorporaties, de stadsdelen en natuurlijk van buren. Jaarlijks reageert hij op zes- tot zevenhonderd klachten. Hij heeft er een dagtaak aan. Opruimploegen doen het werk. Alleen stoffelijke overschotten doet hij zelf, althans als ze er erg aan toe zijn. Plenter komt ook op 'plaatsen delict', ruimt de slachtoffers van moord en doodslag op. Dat gebeurt zo'n veertig keer per jaar.

Tijdens de rit, terug naar de binnenstad, komt een melding van de politie binnen. Plenter heeft de agente direct aan de lijn. Het gaat om de nieuwbouwwoning van een psychotische man in Oud-West. De man zou verschillende keren geprobeerd hebben brand te stichten. De buren zagen hem met jerrycans benzine sjouwen.

De bende binnen valt mee. Maar op vijf plekken aan het plafond, bij de lichtpunten, zijn zwarte blakerplekken die getuigen van even zoveel pogingen tot brandstichting. Bovendien heeft de man, in een woede-aanval, zo lijkt het, de elektriciteitsmeter en de gasmeter van de muur gerukt en kapot proberen te trappen. De gasmeter ligt op half zeven met de half ontblote elektriciteits-hoofdkabel ernaast. Doodeng.

De man is een paar dagen eerder in bewaring gesteld. Hij lijkt mij een gevaarlijke gek, die opgenomen zou moeten worden. Het is onduidelijk of dat ook echt gaat gebeuren.

Terug in de auto schudt Plenter zijn hoofd: 'Is zijn gekte belangrijker dan de veiligheid van de buren?' Op de afdeling Vangnet werken behalve Plenter 26 sociaal-psychiatrische verpleegkundigen (SVP'ers) die 24-uurs diensten draaien. 'Er zijn permanent mensen in die stad bezig die achter gestoorde mensen aan zitten. Als ik merk dat iemand in de war is, dan vraag ik of er een SVP'er komt.' Hij vertelt over een woning in Amsterdam-Oost die een week eerder is leeggehaald. Er kwam in totaal tweehonderd kubieke meter spullen en vuil uit.

Wat gebeurt er verder met zo'n man?

'Hetzelfde als met iedereen. Wij halen de woning leeg en hij krijgt een hulpaanbod. Deze man is zo eigenwijs, die doet het niet. Dus hij begint weer opnieuw. Dat is de vrijheid die je hier hebt. Als hij verder geestelijk in orde is, dan gebeurt er niks. Maar als hij het weer doet, verliest hij zijn woning. Wij zijn er niet om mensen van hun woning te schoppen, maar soms ben ik er wel eens voor.

Die brandstichter van vanmorgen, daarmee gaat het al een paar jaar zo. Er is een hele groep die niet te helpen is. Je moest eens weten hoe de hulpverleners zich uit de naad werken en mensen achter hun kont lopen. Als je het uiterste hebt gedaan om iemand te helpen, dan houdt het een keer op. Mensen hoeven in onze stad nooit op straat te slapen. Alles is in Nederland tot aan het graf geregeld. Als de vuilniszakken tot het plafond gestapeld liggen, als je de ratten en muizen ziet lopen of als er brandgevaar is, dan moet je ingrijpen. Dat is toch gezond verstand?'