Arib klaagt over dubbele standaard

Khadija Arib (PvdA) verweert zich tegen kritiek op haar lidmaatschap van een Marokkaanse raad. „Je bent opeens verdacht en niet loyaal aan Nederland.”

„Sinds wanneer mogen we ons niet inzetten voor democratiseringsprocessen elders in de wereld”, reageert het donderdag beëdigde Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) op de ontstane ophef over haar lidmaatschap van de Conseil Consultatif des Droits de l’Homme, een onafhankelijke adviesraad voor de mensenrechten in Marokko.

Diverse media meldden de afgelopen dagen het lidmaatschap van Arib, die van Marokkaanse origine is. „Alsof ik de spion ben van de Marokkaanse koning”, reageert Arib verontwaardigd. Het Kamerlid klaagt over de media die de feiten zouden verdraaien. De Wereldomroep meldde dat de raad voor de mensenrechten van de Marokkaanse koning Mohammed VI de opdracht had meegekregen om de Marokkaanse identiteit van migranten in Europa te verstevigen. Dat werd gisteravond nog eens herhaald in Nova.

Toen Arib in november werd benaderd om zitting te nemen in de raad, heeft ze er positief op gereageerd. „Juist omdat dit initiatief is voortgekomen uit de werkzaamheden van een soort waarheidscommissie in Marokko.” Arib bestrijdt dat de raad aan de leiband ligt van de Marokkaanse koning Mohammed VI. „De voorzitter van de raad heeft zeventien jaar in de gevangenis gezeten. Hij is een soort Marokkaanse Mandela. Ook zitten er een senator uit Frankrijk en een parlementslid uit België in de raad, evenals veel wetenschappers uit diverse landen.” Volgens Arib onderzoeken de Marokkaans-Europese intellectuelen de komst van een raad voor de mensenrechten naar het Franse en vooral het Spaanse model na Franco. Naar eigen zeggen is Arib gevraagd omdat ze is begaan met de vrouwenrechten.

„Er wordt hier gemeten met een dubbele standaard”, zegt Arib. Als ze zich had ingezet voor de vrouwen in een ander Afrikaans land, of in Zuid-Amerika, had er geen haan naar gekraaid, gelooft het Kamerlid. „Deze hele ophef is ontstaan omdat Marokko een islamitisch land is. Dan ben je opeens verdacht en niet loyaal aan Nederland.” Ze zal niet toegeven aan de plotselinge ophef, zegt ze. „Ik blijf me inzetten voor mijn principes, in Nederland en in Marokko.”

In 1989 werd Arib overigens enkele dagen vastgehouden in een Marokkaanse politiecel, omdat ze zich publiekelijk inzette voor de positie van Marokkaanse vrouwen. Ze kon pas na tussenkomst van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken terugkeren naar Nederland.