‘Als trainer mag ik het niet emotioneel bekijken’

Erwin Koeman kreeg afgelopen zondag voor het eerst ‘rot op’ te horen van fans van Feyenoord. Maar de trainer blijft zichzelf. Kalm, nuchter. „Ik ben met de kop omhoog gekomen, en zal ook met de kop omhoog weer vertrekken.”

Eigenlijk had hij het al eerder verwacht, het supportersprotest. Als ervaren speler en trainer weet Erwin Koeman dat de pijlen op hem worden gericht, als de resultaten van Feyenoord blijven tegenvallen.

Koeman voelt zich ook verantwoordelijk voor de wisselvallige prestaties. „Je moet altijd eerlijk zijn tegenover jezelf. En ik wil ook dat mensen eerlijk tegen mij zijn. Als men vindt dat ik niet meer de inspirerende factor ben voor de groep, dan moet men dat tegen mij zeggen. Dan gaan we uit elkaar, zo simpel is het. Dat gevoel heb ik niet, maar in het voetbal kan het morgen totaal anders zijn. Als een voorzitter zegt: ‘ik sta achter Koeman’, kan je de volgende dag op straat staan. Maar ik ben met de kop omhoog gekomen, en zal ook met de kop omhoog weer vertrekken.”

Maar zover is het nog lang niet. De trainer had deze week, aan de vooravond van weer een belangrijke thuiswedstrijd met het oog op deelname aan de play-offs voor de voorronde in de Champions League (tegen Roda JC) een „goed en duidelijk gesprek” met de directie. Hij heeft de intentie zijn contract, dat nog loopt tot 2009, vol te maken. Maar dan moet het volgend seizoen wel beter, moeten er versterkingen komen. „Dat weet de directie ook.” En anders houdt Koeman de eer liever aan zichzelf.

Toch vindt de oefenmeester dat Feyenoord het gezien de omstandigheden tot nu toe redelijk goed heeft gedaan, met die vijfde plaats. „We staan waar we thuishoren. En je kan wel zeggen dat we tweede moeten staan, maar ik denk niet dat dat reëel is. Ik mag het niet emotioneel bekijken, terwijl de supporters dat wel doen. Dat is hun goed recht, maar dat mag ik niet als trainer. We proberen hoger te eindigen, maar ons doel blijft de eerste vijf, om dan via een achterdeur de voorronde van de Champions League te halen.” Dat zou niet echt verdiend zijn, weet ook Koeman, en hij ervaart het niet als topsport, „maar zo zit het systeem van de play-offs nu eenmaal in elkaar”.

Europees voetbal – en zeker de Champions League – zou een groot succes zijn na het rampjaar dat Feyenoord heeft doorgemaakt. Met het late vertrek van Dirk Kuijt, de protesten rond de inmiddels vervangen voorzitter Jorien van den Herik, de omstreden komst van Ajax-spits Angelos Charisteas, de berichten over de wankele financiële toestand, de supportersrellen in Nancy en de daaropvolgende uitsluiting uit het UEFA-Cuptoernooi, bleef het geen dag stil in en rond de Kuip.

Geen wonder dat Koeman zich vaak meer een crisismanager dan een trainer voelt. „Ik ben in een periode gekomen waarin het met de club niet goed ging, dat wist ik van tevoren. Maar achteraf is gebleken dat de club er eigenlijk nog minder goed voorstond dan ik dacht. Oké, dat is niet altijd even leuk, maar c’est la vie.”

„Eigenlijk is het zo geweest sinds ik hier twintig maanden geleden arriveerde. Maar ik wist dat ik bij een club kwam waar het nooit rustig is. Dus daar stel je je op in.” En de perikelen hebben zeker hun invloed gehad op het spelniveau, meent Koeman. „Dat is niet meer dan normaal, zeker bij zo’n jonge groep. De spelers hier krijgen een versnelde, harde leerschool. Je hebt ook jongens die daar onzeker van worden, gespannen en gestresst. Ook op het veld. Dan ga je proberen de dingen té goed te doen, en dan gaat het meestal verkeerd. Maar ik geloof dat we het ergste hebben gehad, dat we vanaf nu vooruit kunnen kijken. En op het moment dat het heel slecht ging, hebben we ook als team onze rug gerecht. Dat vond ik heel belangrijk.”

Met zijn ervaring probeert hij de spelers te helpen, er wordt over gepraat. Maar uiteindelijk moeten ze het zelf leren, meent Koeman. En langs de lijn of op het trainingsveld maakt hij zich wel eens boos, maar hij is ook altijd de eerste om zijn spelersgroep te beschermen. Rustig, met de nodige zelfspot soms.

„Nee, dat oefen ik absoluut niet. Je bent zoals je bent. En ik denk dat mensen heel snel door iemand heen prikken als je je anders gaat voordoen dan je bent. Ik ben een vrij rustig persoon. Op zijn tijd spuw ik ook vuur. Maar ik ben niet iemand die gemaakt voor de televisie zijn gal gaat spuwen. Omdat ik kwaad moet overkomen of iets dergelijks. En bovendien, ik denk ook dat je een boegbeeld bent van de club. Daar houd ik altijd rekening mee.”

Zijn voorganger Ruud Gullit zei ooit dat hij als Feyenoord-coach niet te benijden was. Zover is Koeman nog niet, hij vindt het nog steeds een prachtige club om voor te werken. Toch zijn er van die momenten dat het niet zo leuk meer is. Na de aankoop van Charisteas stond een supporter langs het veld met een aardappelmesje in de hand. Schreeuwend: ‘Dit hebben jullie in onze rug gestoken.’ Maar het absolute dieptepunt vindt Koeman toch ‘Nancy’.

„Ik verafschuw geweld. Ik kan me best voorstellen dat supporters teleurgesteld zijn in de club, daar kan ik heel goed mee omgaan. Maar waarom moet dat altijd met geweld gepaard gaan? Dat begrijp ik niet. In Nederland zijn we wat dat betreft al heel ver gezakt. Veel te ver. De grenzen hebben we al een paar keer overschreden wat mij betreft. En er wordt natuurlijk heel veel over gesproken in de politiek. Maar ik denk dat veiligheid voor de mensen het allerbelangrijkste is.”

„Je ziet in heel Europa dat het geweld extremer wordt. Als ik lees dat Nederland wat geweld aangaat op de derde plaats staat na Engeland en Ierland, dan zegt dat toch wat. Of als de korpschef van Amsterdam na Ajax-Feyenoord zegt ‘alles is prima verlopen, ik wou dat het altijd zo zou zijn’. Maar daarna hoor ik dat er drie agenten gewond zijn. Dus iedereen mag zomaar met flessen en blikjes gooien en niemand wordt gearresteerd. Over een jaar zijn we dan zover als in Italië, dat er eens een agent of een supporter dood aangetroffen wordt. Zo wordt het er niet leuker op.”