‘Als je bang bent, bereik je niets’

Karin Bouman (46) knipt en trimt al 28 jaar honden. „De baas van de bouvier kwam met de halve familie kijken omdat ze niet geloofden dat zo’n grietje hem aankon.”

Gedwee ondergaat de maltezer op tafel zijn behandeling, berustend in het onvermijdelijke. Hij oogt wat minnetjes nu de scharen hun werk bijna hebben voltooid. Zijn witte vacht ligt als een achteloos hoopje op de grond, verdwaalde haarplukken kleven aan het fleecetruitje van de kapster. Als ook baard en wenkbrauwen even later in model zijn getrimd, kan deze kleine klant weer fris gestroomlijnd met zijn baas mee naar huis.

„Er zijn eigenaren die iedere zes weken terugkomen”, zegt Karin Bouman. „Het is veel werk om het zelf bij te houden. Kort haar is makkelijker te kammen en ze vinden het ook mooier, maar voor de hond maakt het niets uit.”

Karin Bouman (46) heeft zich de afgelopen achtentwintig jaar bekwaamd als hondentrimster in Hoofddorp. Het werk verenigt twee passies die ze van jongs af heeft gekoesterd: honden en knippen. Niettemin beziet ze nut en noodzaak van haar vak met opmerkelijke nuchterheid die niet zelden haaks staat op de wensen en opvattingen van de haar frequenterende hondenbezitters.

„Het zal de hond een biet wezen of zijn haar eraf gaat. Mensen denken altijd dat het haar lang moet zijn in de winter en kort in de zomer. Dat is niet zo. Honden zweten alleen op hun tong. Als het haar eraf is, hebben ze het niet minder warm. Maar je kunt praten als Brugman, het blijft een hardnekkig misverstand. Ik had zelf altijd honden met lang haar, die hadden het ’s zomers lang niet zo heet als de rottweiler die ik nu heb. Hij is niet alleen kortharig maar ook dun behaard en toch wordt hij helemaal onwel van de hitte.

„Er zijn honden met stevig haar die geplukt moeten worden. Bijna alle terriërs, bouviers en schnauzers bijvoorbeeld hebben hard haar dat je eruit moet trekken. Ze hebben vaak jeuk als je die haren laat zitten. Zulke honden hebben baat bij een trimbeurt, hoewel ik me afvraag of ze er echt zo slecht aan toe zouden zijn als je het niet doet. Ze krijgen op den duur een minder mooie vacht en mensen willen nu juist een hond waarvan iedereen op straat zegt: ‘wat is hij prachtig’.”

In de afgelopen decennia is er steeds meer op vacht gefokt, zegt Bouman, waardoor het uiterlijk van sommige soorten veranderde. Ze maakte het proces van nabij mee bij de bouvierfokker in Hoofddorp, met wie ze jaren samenwerkte voordat ze zich vestigde als zelfstandig hondentrimster. „Ik begon daar op mijn achttiende als stagiaire, ik leerde er fokken en trimmen. Bouviers waren in die tijd kale stokharige honden, nu zijn ze poedelachtiger, ze worden met veel meer haar gefokt. Zachte wollige honden zijn steeds gewilder: het haar is leuk te modelleren en te knippen.’’

De behoefte aan volbehaarde honden heeft de vraag naar bepaalde soorten en rassen sterk beïnvloed, constateert ze. En ook in de omgang tussen mens en hond heeft ze veel zien veranderen. „Dertig jaar geleden had bijna iedereen in Nederland een bouvier. Je kon de dag vullen met alleen bouviers trimmen. Onder mijn klanten had ik Hells Angels met bouviers, maar ook de burgemeester van een dorp verderop. De koningin zou bij hem op visite komen en daarom moest zijn bouvier er goed uitzien. Ik heb er zelf in totaal zeven gehad, het zijn vlotte stoere honden. Net als boxers en dobermanns zien ze er tegenwoordig minder indrukwekkend uit door het verbod op het couperen van oren en staart. Dat soort honden is uit de mode geraakt. Kleine witte hondjes zijn nu erg populair. Hondjes met speldjes in hun haar waar je mee kunt tutten.

„Kijk alleen al naar alle honden die wekelijks een wasbeurt krijgen. Er zijn talloze shampoos waardoor ze nog witter worden en luchtjes zodat ze lekker ruiken. Al dat wassen is niet slecht voor honden, zoals vroeger werd gedacht, maar ze stellen het niet op prijs. Als ze klaar zijn, zie ik ze wel de dijk opgaan en in de sloot springen. Men laat het hier doen om niet al die troep thuis te hebben. Vooral in de zomer maak ik overuren: de honden moeten in de vakantie fris gewassen naar een pension of een ander logeeradres. Ook voor Kerst is het een drukke periode, dan wil iedereen dat zijn hond is opgepoetst.

„Meer dan de helft van de honden, schat ik, heeft gebruiksaanwijzingen. Ze zijn niet altijd even consequent opgevoed en daar moet je in de salon rekening mee houden. Veel mensen kunnen niet tegen hun hond op. Als honden hier binnenkomen en ik me buk om ze te aaien, zie je de baas soms zijn adem inhouden en dan merk ik dat ze dat zelf niet hoeven te proberen. Die honden misdragen zich thuis. Toen ik net begon, had ik een bouvier die zich bij zijn baas als een spook gedroeg, maar bij mij heel braaf was. Die baas kwam met de halve familie kijken omdat ze niet geloofden dat zo’n grietje hem aankon. Bazen hebben een grote invloed op het gedrag van hun huisdier, daarom stuur ik ze weg als ik de hond behandel. Op dat moment moet hij mij als baas zien.

‘Bij mij durven ze niet vervelend te doen. Ik moet er in hun ogen echt uitzien als een enorme enge lelijke hond. Een hond weet direct wat hij aan je heeft en ik weet meteen wat ik aan hem heb, dat leer je. Een hond die hier de eerste keer komt, moet je corrigeren en laten merken wat je wil, anders gaat hij bijten, piepen of hij probeert van de tafel te springen. „Om dit werk goed te kunnen doen, moet je dominant zijn. Honden als pitbulls zijn gladharig, die komen hier niet, maar ik heb wel politiehonden gedaan, bouviers. Dat zijn geen doetjes, als het nodig is sleuren ze een kerel uit de kroeg naar buiten, maar als je bang bent, bereik je niets in de trimsalon.”

Leren knippen, trimmen en omgaan met honden is een kwestie van geduldig oefenen en stage lopen, naast een theoretische cursus aan het Huisdier Kennis Instituut. Er zijn, aldus Bouman, honderden verschillende rassen en het duurt lang voordat iemand al die vachten goed kan modelleren. Veel ervaring deed zij naar haar zeggen op in haar begintijd, toen ze hondenshows bezocht en prijzen won.

„Als je honden fokt, hebben ze bepaalde kwalificaties nodig, want uitmuntende honden krijgen betere kinderen. Je moet zes tot acht keer per jaar naar shows gaan. Als de hond genoeg punten heeft verzameld, kan hij kampioen worden. Hij hoeft daarvoor niets te kunnen, als hij maar goed in elkaar steekt en er goed uitziet. Een mooie stevige vacht die strak in model blijft zitten, heb je niet na één knip- of trimbeurt. Dat vergt veel tijd. Je moet bijna haartje voor haartje behandelen, zodat de vacht vol en hard wordt en verschillende laagjes krijgt. Je kunt er uren per week aan knutselen, echt leuk voor een hond is dat niet, nee. Maar je moet doorzetten, hij went eraan, net als aan die shows. Met een goed kapsel kun je het oordeel enorm beïnvloeden en eventuele tekortkomingen verdoezelen, keurmeesters kijken daar niet altijd doorheen.”

Een knip- of trimbeurt schommelt, afhankelijk van de grootte van de hond, tussen de 20 en 75 euro. Voor een behandeling hebben klanten niet alleen veel geld, maar vaak ook ook uren reizen over, constateert ze. „Het is soms wel een raar beroep. Als je eenmaal een naam hebt, trek je klanten die er alles voor over hebben om een goed resultaat met hun hond te bereiken. Uren reizen is geen enkel bezwaar. Ik heb een mevrouw uit München die altijd helemaal hiernaartoe rijdt om haar airdaleterriër te laten trimmen. Er zijn ook Amerikanen en Canadezen die bij mij hun honden willen laten knippen en met hen op het vliegtuig stappen alsof het de bus is.”

Knippen, aldus Karin Bouman, is altijd ‘een tic’ geweest. Ze knipt ‘alles’, of het nu mensen zijn of de heg, maar honden toch het liefst. Desondanks heeft ze besloten binnenkort te gaan stoppen: het werk begint haar fysiek te zwaar te worden. „Niemand houdt dit tot zijn vijfenzestigste vol. In een groter bedrijf kun je stagiaires voor je laten werken, maar dat past niet bij mij, ik doe het liever zelf. Trimmen en kammen kost veel meer kracht dan mensen knippen. Mensen springen niet uit hun stoel en hangen niet over je heen. Honden wel, die moet je ondersteunen, vooral de grote. Je wordt er erg gespierd van. In de meeste trimsalons staan ze bij hun kop en staart vast aan een band die aan het plafond hangt, zodat ze niet kunnen gaan liggen of van de tafel springen. Ik heb dat nooit gedaan, maar dat betekent dat je ze moet vasthouden en altijd moet opletten dat ze geen onverwachte dingen doen.

‘Het is moeilijk om afscheid te nemen. Sommige klanten ken ik al twintig jaar, die komen hier met hun derde of vierde hond. Wat ik ga doen, weet ik nog niet. Er moet toch ook een leven zonder honden mogelijk zijn? Als ik het toch erg mis, dacht ik, kan ik misschien shiatsu voor honden beginnen, een drukpuntmassage. Dat bestaat nog niet, maar ik kan me voorstellen dat er belangstelling voor is. De hond is een familielid waar mensen echt alles voor doen, ze kopen halsbanden met diamanten of ze hangen hun eigen dure armband aan de halsband. We hebben het een stuk beter gekregen en dat merk je ook aan de honden.”