Alles beter dan aids

`Alles beter dan aids`, kopt het artikel van Bram Vermeulen (Zaterdags Bijvoegsel, 24 februari). Besnijdenissen, vaginale gels en toverdrankjes, hoe experimenteel ook, worden ingezet om de opmars van aids in Zuidelijk Afrika te bestrijden. `De wetenschap moet voort. Daar horen risico`s bij`, beschrijft Vermeulen de wanhopige zoektocht naar nieuwe geneesmiddelen. Onlangs werd een test met een vaginale gel, een `chemisch condoom`, gestaakt. 35 vrouwen die voorafgaand aan de test gezond waren, bleken besmet met hiv.

Wij begrijpen hoe belangrijk nieuwe medicijnen tegen aids voor ontwikkelingslanden zijn. Maar de paniek over de gevolgen van aids en de druk om snel een levensreddend medicijn te ontwikkelen, zijn geen legitimatie om de rechten van proefpersonen uit het oog te verliezen.

De omstandigheden waaronder nieuwe medicijnen in ontwikkelingslanden worden getest, zijn zorgwekkend. In veel gevallen is de gezondheidszorg ontoereikend. Mensen nemen deel aan klinisch onderzoek omdat het voor hen de enige manier is om behandeld te worden. Dikwijls betekent het einde van het onderzoek ook het einde van hun behandeling. Dit is in strijd met de Verklaring van Helsinki, de meest gezaghebbende richtlijn voor medisch onderzoek met mensen. Dezelfde verklaring zegt dat deelname vrijwillig moet zijn. De vergoeding voor deelname aan een test is voor arme mensen echter vaak een belangrijke reden om mee te doen, mogelijke gezondheidsrisico`s ten spijt. De kwetsbare positie van proefpersonen maakt toetsing van onderzoeksvoorstellen door een medisch-ethische commissie dus essentieel. Maar veel van deze commissies in ontwikkelingslanden kunnen hun taak niet naar behoren uitvoeren door gebrek aan geld en menskracht.

Juist in deze situatie dienen bedrijven die betrokken zijn bij geneesmiddelenonderzoek de internationale richtlijnen voor goed klinisch onderzoek te volgen.