‘Afbouwen’ blijft beeld bij ouderen

De bal ligt bij werkgevers en bonden, maar het kabinet moet wel meewerken.

Misschien is het hun leeftijd – de jongste van de drie economen wordt dit jaar vijftig – maar vooral het lot van oudere werkzoekenden maakt veel bij hen los. De feiten stemmen niet positief. Jonge werkzoekenden vinden nu makkelijk werk, ouderen komen nog altijd moeilijk aan de slag. Het aantal werkzoekenden van boven de 50 blijft al twee jaar steken rond de 200.000.

Voor iemand van 50 die zijn baan verliest, is de bijstand een reëel perspectief, zegt hoogleraar De Beer. „De werkloosheidsuitkering loopt maximaal 39 maanden, dan houdt het op.” Dat is drie jaar, en één op de drie ouderen heeft na drie jaar nog geen nieuwe baan.

Hoe kan het toch, dat ouderen zo moeilijk weer aan het werk komen? De economen zoeken de verklaring vooral in percepties. „Een werkgever denkt: m’n werknemers stoppen toch op hun 61ste, dus ga ik niet investeren in hun scholing. Dat vergroot hun kansen natuurlijk niet”, zegt De Beer.

Bovendien leeft het idee dat oudere werknemers minder presteren, zegt hoogleraar Van Ours. Het beeld dat oudere werknemers minder productief zijn, vindt hij te simpel. Van Ours noemt een onderzoek naar de productiviteit van werknemers van Daimler Benz, de Duitse autofabrikant. Hoe meer dienstjaren, hoe hoger de prestaties van werknemers. Maar een hogere leeftijd drukt het positieve effect van meer werkervaring wel. De twee tegengestelde effecten zijn ongeveer even groot, waardoor de productiviteit gelijk blijft.

Een jonge werknemer is snel, maar mist nog ervaring. Een oude werknemer is minder snel, maar heeft een hoop ervaring. Hetzelfde bleek uit een onderzoek naar typisten. Een oudere typist kan minder snel typen dan een jongere typist, maar hij kan wel grotere stukken tekst in één keer verwerken.

Niet alleen werkgevers denken bij ouderen aan steeds minder presterende, ‘afbouwende’ werknemers, ouderen hebben dat beeld zelf ook. „Werknemers is het Zwitserlevengevoel aangepraat”, zegt Van Ours. Oudere werknemers maken geen eindspurt, maar gaan rustig aan afbouwen. De ‘kekke zestigers’ genieten van alle mooie dingen van het leven, maar niet van werk, zegt De Beer.

De percepties van werkgevers en werknemers bevestigen elkaar. Zowel werkgever als werknemer stelt zich in op afbouwen, niet op met volle kracht doorgaan en al helemaal niet op nieuwe uitdagingen aangaan. De werkgever investeert weinig in oudere werknemers en de oudere werknemer blijft zitten waar hij zit. Dan is het niet gek dat ouderen moeilijk weer aan de slag komen. Sterker nog, in zo’n wereld is de vrees om geen nieuwe baan te krijgen terecht.

Wat is hieraan te doen? Om te beginnen moet volgens de economen het nieuwe kabinet niet komen met maatregelen die de verkeerde kant op werken, zoals uitbreiding van de levensloopregeling. En het verlagen van de leeftijdgrens waarop WAO’ers herkeurd moeten worden van 55 naar 45 jaar helpt helemáál niet. Het gaat om een groep van ruim 400.000 mensen. „Daar zitten veel mensen bij die echt kunnen werken, er is geen reden om hen op deze manier af te schrijven”, zegt De Beer.

Maar de inzet van ouderen is vooral een zaak van werkgevers en werknemers, vinden de economen. Een omslag hierin moet van werkgevers en vakbonden komen, niet van de overheid. Geld voor scholing van oudere werknemers moet volgens hen op bedrijfstakniveau geregeld worden. Ook demotie – een stapje terugdoen vergemakkelijken door de beloning minder van leeftijd te laten afhangen – is een zaak van werkgevers en vakbonden, zegt De Beer.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘ Afbouwen ’ blijft beeld bij ouderen (3 maart, pagina 23) is sprake van verlaging van de leeftijdsgrens waarop WAO’ers herkeurd moeten worden van 55 naar 45 jaar, wat ruim 400.000 mensen zou raken. Dit betrof de situatie in 2004. De voorgestelde verlaging van de leeftijd (van 50 naar 45 jaar) waarboven mensen die aanspraak maken op een WAO-uitkering niet meer worden herkeurd, heeft nu betrekking op 116.000 mensen.