Wilt u de totale gezondheid?

We staan op een drempel tussen twee werelden. Achter ons nog een paar rijtjes huizen uit het laatst van de negentiende eeuw, die typisch Amsterdamse panden van vier verdiepingen, smal, donkere baksteen, zorgvuldig metselwerk. Voor ons een betrekkelijk laag gebouw, vijf verdiepingen, maar wel van megaformaat in hyperstijl. Aan alle kanten overwegend glas, dat aan de zuidwestkant wordt onderbroken door een diagonaal complex van lijnen, misschien een soort jaloezieën of een mechanisme voor de ventilatie. Is het mooi? Dat komt later aan de orde.

We zoeken de hoofdingang, komen langs een paar kantoren en bedrijven die Engelse namen hebben. Overal zitten mensen aan hun computer. Er is ook een soort restaurant waar werknemers in een verantwoorde snack bijten. Iedere tik, iedere hap is openbaar want overal is glas. Een hoek om, en dan staan we tussen twee met peuken gevulde openluchtasbakken voor de hoofdingang die elektronisch beveiligd is. Zonder problemen komen we binnen; in een hal waar je een vliegtuig kunt parkeren. Roltrap naar de entresol, zelfde hangarformaat. Nog een roltrap, en dan, na het passeren van een elektronisch beveiligd tourniquet komen we in een brede binnenstraat met twee flinke boompjes in potten, en links en rechts hoge glazen wanden.

Achter deze wanden zitten journalisten van drie kranten aan de computer. Deze redacties zijn ook weer door dikke, zorgvuldig gezeemde glaswanden van elkaar gescheiden. De bureaus zijn opgesteld in rijen, of beter gezegd, het zijn vierlingbureaus die gescheiden door een laag opstandje tegenover elkaar staan. Eigenlijk is het één geheel. De wanden en het meubilair zijn in stresswerende tinten geverfd of gespoten. Overal ruikt het geweldig fris, want nergens mag worden gerookt. De rokers ontmoeten elkaar in kleine abri-achtige, met een afzuigkap uitgeruste installaties op de gang. Er wordt geweldig goed voor de journalisten gezorgd.

Af en toe moet ik naar het Media Park in Hilversum. Eerst melden, dan over brede straten met belangrijke gebouwen, langs vijvers en grintperkjes naar het belangrijke gebouw van mijn bestemming. Langs de openlucht-asbak, via het elektronische tourniquet naar de afdeling waar ik moet zijn. Ik loop door zeer grote ruimtes. Daar zitten aan uitgekiende bureaublokken, omringd door glas en stresswerend gekleurde muren, de mediaparkmensen te werken. Ook hier ruikt het ongelofelijk fris. Je kunt aan de radio- en televisieprogramma’s wel merken hoe gezond die mensen zijn.

Hoe richt je een kantoor in? Ik onderschat het probleem niet. De architect moet de efficiëntie waarborgen en ervoor zorgen dat de klerken gezond blijven en dat ze zich ook nog een beetje op hun gemak kunnen voelen. Deze drie grootheden zijn onderling afhankelijk. Althans, zonder gezondheid geen efficiency, en zonder efficiency geen arbeidsvreugde, en wie geen arbeidsvreugde heeft voelt zich niet gezond. Klopt dat? Nee.

Kranten-, tijdschriften- en omroepredacties die ik me herinner, werden stuk voor stuk gekenmerkt door een beheerste rotzooi en er hing het aroma van papier en tabaksrook. Ik weet dat roken heel slecht is voor de gezondheid van de roker en de meerokers. Ik zal geen sterveling tot de tabak brengen, maar ik weet ook dat nicotine de efficiency van de hersenen bevordert. Totaal rookvrije werkplaatsen zijn goed voor de levensmiddelenindustrie en de ziekenhuizen, maar niet voor de media. Daar moet een efficiënte óngeorganiseerdheid heersen. Dat is noodzakelijk voor de beste werking van de vrije geest.

De nieuwste binnenhuisarchitectuur van het kantoor doet denken aan de Airconditioned Nightmare van Henry Miller, uit 1945. Of meer nog aan de films van Jacques Tati, vooral Playtime, uit 1967. En het gaat niet alleen over roken. Er komt een ogenblik waarop de eerste redacteur mataglap wordt van de totale gezondheidszorg die zijn bedrijf hem aandoet.