Weekboek 9

Bibliotheken lenen vooral kinderboeken uit

Kinderen en jongeren lenen de meeste bibliotheekboeken. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Literaire Rechten Auteurs (LIRA). De stichting houdt een jaarlijkse steekproef onder driekwart van de Nederlandse bibliotheken, om te zien hoe vaak boeken zijn uitgeleend. De tophonderd voor 2005-2006 bestaat bijna helemaal uit jeugdliteratuur. Onbetwiste leider in het uitleenklassement is Francine Oomen, die de eerste vier plaatsen bezet met haar puber-zelfhulpboeken Hoe overleef ik…. Op plaats vijf staat de sociaal-realistische klassieker Blauwe Plekken van Anke de Vries. Jacques Vriens komt in de tophonderd veertien keer voor. Ook Carry Slee gooit hoge ogen met Spijt! en tien andere boeken. Harry Potter verschijnt vanaf plaats zestien. Niet of nauwelijks aanwezig zijn auteurs als Paul Biegel, Tonke Dragt en Annie M.G. Schmidt. Kinderen van tegenwoordig zijn geen dromerige escapisten. En ze lezen het liefst van eigen bodem. Carry Slee kan wel bedenken waarom. „Kinderen kiezen voor een boek waar ze hun eigen leefwereld in kunnen herkennen. Ik denk dat de maatschappij te ingewikkeld is geworden om ze af te schepen met elfjes en kaboutertjes. Tenzij je realistische fantasie schrijft, zoals Rowling nu, en vroeger Astrid Lindgren en Annie Schmidt. Ook heel veel volwassenen lezen Harry Potter!”

„Kinderboeken worden al jarenlang veel uitgeleend”, legt Schelte van Ruiten van Stichting LIRA uit. „Kinderen zijn de meest trouwe bibliotheekbezoekers. Maar als we een lijstje uitdraaien met de meest uitgeleende auteurs, zien we plotseling een andere groep opkomen: streekromanschrijvers als Gerda van Wageningen en Henny Thijssing-Boer,” aldus Van Ruiten. „Die zie je in de winkels amper terug, maar worden en masse uitgeleend in de provincie.” Tussen stad en provincie bestaan nauwelijks verschillen, zegt Van Ruiten. „Behalve echt specifieke titels. In Drenthe staat er altijd ‘iets over de hunebedden’ in de top 20.”

Némirovsky nestbevuiler?

Was Irène Némirovsky een antisemiet, of een scherp criticus van haar eigen milieu? De Russisch-joodse Némirovsky stierf in 1942 in Auschwitz. Bij leven was zij een gevierd auteur in Frankrijk. In 2004 verscheen het boek waar zij tot haar deportatie aan had gewerkt: Suite française, in Nederland verschenen als Storm in juni (De Geus). Het werd een bestseller.

De verdenking van antisemitisme die de internationale gemoederen verhit komt vooral door haar heruitgegeven David Golder. ‘Vrouwen en joden komen er slecht vanaf,’ schreef deze krant vorig jaar over het boek. Het zwartgallige verhaal van een rijke joodse bankier was bij verschijning in 1929 een groot succes. Maar ook iemand als de antisemitische schrijver Robert Brasillach was er weg van. Némirovsky was rijk en elitair. Onder haar kennissen bevonden zich prominente antisemieten. Vlak na haar arrestatie schreef haar man in een smeekbrief aan de Duitse ambassadeur, dat zij in haar werk ‘geen sympathie toonde voor joden noch bolsjewieken.’ In Suite française zijn Duitsers geen eendimensionale engerds. 'Némirovsky’s onbehagen over haar eigen identiteit verpest David Golder, en vertroebelt Suite française,’ schrijft het Amerikaans-joods magazine nextbook.org. ‘Het is alsof Némirovsky nog steeds de gevechten uit haar jeugd voerde; alsof de armen nog steeds bedreigender waren dan de Duitsers.’ Bevriend met de vijand, vermoord in Auschwitz. Was ze nou goed of fout? Ze beschreef haar echtgenoot liefkozend als ‘een bruinharig mannetje met een erg donkere huidskleur.’ En niet alleen joden komen er slecht vanaf. Ook vrouwen, Fransen en katholieken. „Ik ben zelf joods en ik vind het niet antisemitisch,” zei haar Engelse vertaler Sandra Smith vorige week tegen de Britse krant The Guardian. „En dat geldt voor wel meer boeken waar onaangename joodse personages in voorkomen.” Vorige week verscheen bij De Geus Nemirovsky’s Het Bal, over een tiener met nouveau riche-ouders.