Vanaf morgen niet meer: hekjes als fietsenstalling

Vroeger, toen alles nog beter was, had je van die hele schattige ‘gleuftegels’. Heel simpel – zoals de naam al zegt: een tegel met een gleuf erin. Voor je fiets. Heel onpraktisch ook: het voorwiel gleed de gleuf in en dan moest je maar hopen dat je fiets bleef staan, enigszins onstabiel.

Het oer-Hollandse fietsenrek is beter. Helemaal ideaal is dat rek niet, het kost enig gewrik om tussen twee ‘lage’ (en bezette) plekken je voorwiel in een ‘hoge’ plek te krijgen. Toch kunnen er vrij veel fietsen op een relatief kleine oppervlakte geparkeerd worden, dankzij het rek.

En wat hebben we nu? Op de plek van het fietsenrek, waar met gemak tien, vijftien fietsen in pasten, staan nu vier hekjes. De fiets moet tegenwoordig tegen een ‘fietsbeugel’ gezet worden.

Wat een fietsbeugel is, wordt prachtig omschreven in een stukje ambtelijk proza van de gemeente Den Haag:

‘In Den Haag wordt voor het realiseren van onbewaakte stallingsplaatsen voor fietsen gebruik gemaakt van het zogenaamde ‘nietje’ als fietsbeugel. Dit is een rvs-hekje waartegen de fiets gezet kan worden en op een eenvoudige wijze goed aan kan worden vastgezet om diefstal te voorkomen. (...) De kwaliteit van de Haagse fietsbeugel wordt als positief ervaren omdat de fiets eenvoudig kan worden neergezet en de fiets niet wordt beschadigd (bv. verbogen voorwielen), bovendien kan de fiets goed worden vastgezet waarmee de kans op diefstal wordt verkleind.’

Aha. De ‘kwaliteit’ van de fietsbeugel wordt als „positief ervaren”. Dat is goed nieuws. Toegegeven: de kans op een ‘verbogen voorwiel’ is bij het fietsenhek stukken kleiner dan bij het fietsenrek. Maar de kans op ‘geen plek!’ is vele malen groter. Vier beugels! Daar kunnen welgeteld acht fietsen staan.

Waar moet de fiets staan als de hekjes al vol staan? Tegen een andere fiets aanzetten? Erg onhandig. Probeer je fiets maar eens onder een andere fiets weg te halen. Wrikken in het aloude rek is zo gek nog niet.