Tsaar, bevrijder en macho

Bon vivant Alexander II leidde Rusland de moderne tijd binnen. En zoonlief draaide alle hervormingen terug.

Edvard Radzinsky: Alexander II. De laatste grote tsaar. Uit het Engels vertaald door Fred Hendriks. Balans, 446 blz. €22,50

Stof voor een geweldige roman. Zo typeerde een tijdgenoot van Alexander II (1818-1881) diens leven. Hij was tenslotte de tsaar die in 1861 de lijfeigenschap afschafte, lokaal zelfbestuur invoerde, de perscensuur verlichtte, de dienstplicht drastisch bekortte, nieuwe universiteiten stichtte en een einde maakte aan de willekeur van de bureaucratie en de politie. De tsaar-bevrijder, zoals Alexander II wordt genoemd, veranderde Rusland van een politiestaat in een rechtsstaat naar Europees voorbeeld. Als hij niet was vermoord dan had hij ook nog een grondwet ingevoerd en was de revolutie in 1917 misschien niet uitgebroken.

Een ander ingrediënt voor zo’n roman is dat je Alexander II makkelijk als macho kunt neerzetten, die de opstandige stammen op de Kaukasus bedwingt, een onstuimig seksleven leidt en er de laatste vijftien jaar van zijn leven een bijvrouw op na houdt bij wie hij drie kinderen verwekt. Vergeet ook niet de manier waarop hij na zes mislukte aanslagen aan zijn einde komt door een bom die een student hem voor de voeten werpt. En voor degene die zich nu nog niet heeft laten overtuigen, is er nog die slotscène in het Winterpaleis, met de latere Nicolaas II die in een plas bloed aan het sterfbed van zijn grootvader staat en met Alexanders geliefde die over zijn lijk ligt te huilen.

Over het leven van Alexander II is al een aantal biografieën geschreven. Daaraan heeft de Russische historicus en toneelschrijver Edward Radzinsky er een toegevoegd. Zijn Alexander II. De laatste grote tsaar is – net als zijn eerdere biografieën van Nicolaas II, Raspoetin en Stalin – een spannend, dramatisch relaas. Maar zijn manier van geschiedschrijving kan ook irritant zijn. Zo vertoont Radzinsky een neiging tot het vaststellen van de meest idiote samenhangen. In zijn Alexander II-biografie laat hij bijvoorbeeld de maand maart een rol spelen. In die maand overleed Ivan de Verschrikkelijke, werd Paul I vermoord, deed Nicolaas II troonsafstand, overleed Stalin en werd Alexander II opgeblazen. Toeval? Nee dus, lijkt Radzinsky te benadrukken.

Irritant is ook dat Radzinsky het niet kan laten vergelijkingen te maken met het Gorbatsjov-tijdperk. Hij strooit dan kwistig rond met begrippen als perestrojka (herstructurering) en glasnost (openheid) als hij het over Alexanders hervormingen heeft.

Lijfeigenen

Nadat de voorouders van Alexander zijn uitgelicht, waarbij de nadruk ligt op hun neiging elkaar om zeep te helpen als het zo uitkomt, belandt Radzinsky bij Alexanders vader Nicolaas I. Deze tsaar, die in 1825 genadeloos afrekende met de opstandige gardeofficieren die na de dood van Alexander I een grondwet eisten, zou Rusland dertig jaar lang met harde hand bestieren. Hij riep daartoe de Derde Afdeling in het leven, de geheime politie die tot aan de revolutie van 1917 een hoofdrol speelde in de Russische geschiedenis. Het hoofd van die organisatie, graaf Benckendorff, vroeg zich in 1839 al af of de kwestie van de bevrijding van de lijfeigenen niet van bovenaf geregeld moest worden voordat die lijfeigenen zichzelf zouden bevrijden. Nicolaas I stond aanvankelijk open voor deze oplossing, al hield hij zijn opvattingen geheim. Interessant is dat troonopvolger Alexander ertegen was, omdat hij dacht dat zijn vader dit wilde horen.

Op zijn sterfbed in 1855 is Nicolaas I er echter van overtuigd dat alles bij het oude gelaten moet worden, wil de autocratie overleven. ‘Houd alles zo vast!’ zegt hij tegen Alexander, waarbij hij zijn hand tot een vuist balt om te laten zien hoe zijn zoon Rusland in zijn greep moet houden. Maar na de nederlaag in de Krimoorlog in datzelfde jaar wordt duidelijk dat Rusland tot op het bot verrot is, als gevolg van een alomvattende corruptie en een verouderde krijgsmacht. Hervormingen lijken het enige middel om de ondergang af te wenden.

In 1856 deelt Alexander de adelsvergadering zijn voornemen mee de lijfeigenschap in de nabije toekomst af te schaffen: ‘Als we de boeren niet de vrijheid van bovenaf geven, zullen ze haar van onderop nemen.’ Ook zegt hij dat die afschaffing ‘beslist niet vandaag’ zal gebeuren. Vervolgens zet Radzinsky hem neer als een eeuwige weifelaar, die zijn broer Nicolaas en de tsarina nodig heeft om een duw in de goede richting te krijgen.

Kaaswinkeltje

Radzinsky heeft als een van de weinige historici gebruik kunnen maken van documenten uit de Russische staatsarchieven, zoals het geheime archief van de Derde Afdeling en dat van de politie. Maar ook de dagboeken van hovelingen en politici, die de laatste jaren in Rusland zijn uitgegeven, vormen een belangrijke informatiebron. Hoogtepunt is het dagboek van de hofdame Anna Tjoettsjeva, die een scherp oog had voor de huichelachtige edelen die de keizerlijke familie omringden.

Radzinsky schenkt veel aandacht aan de opkomst van de terroristenorganisatie Narodnaja Volja (Wil van het Volk) die aan het eind van de jaren zeventig van de negentiende eeuw wordt opgericht en de monarchie met geweld omver wil werpen. Hij maakte hiervoor uitvoerig gebruik van politieverhoren van leden van deze groep, wat een fascinerend relaas oplevert met een sleutelrol voor een met dynamiet gevuld kaaswinkeltje op de vaste zondagse route van de tsaar door Petersburg.

Aan het slot van zijn biografie vraagt Radzinsky zich af of de trage informatieverwerking bij de Derde Afdeling het gevolg is geweest van boze opzet. Ook durft hij te beweren dat Narodnaja Volja door functionarissen van de Derde Afdeling is gebruikt om de tsaar uit de weg te ruimen. Aldus zouden conservatieven willen voorkomen dat Rusland een grondwet kreeg. Hun hoop was tenslotte gevestigd op tsarevitsj Alexander Alexandrovitsj die na de dramatische gebeurtenissen van maart 1881 als Alexander III de troon zou bestijgen. Onder deze ijzervreter werd de klok in Rusland vijftig jaar teruggedraaid. Toen Alexander III herinnerd werd aan het grondwetsontwerp dat onder zijn vader was opgesteld, antwoordde hij: ‘Grondwet! Willen ze de keizer van heel Rusland een eed laten afleggen op vee?’ Nog geen veertig jaar later zou dat vee in Rusland de macht overnemen.