Saaie Sting tokkelt wat op zijn oude luit

Concert: Sting, Edin Karamazov en Stile Antico. Gehoord: 1/3 Concertgebouw Amsterdam.

Aan de vooravond van de reünietournee met The Police was het optreden van rockzanger, gitarist en actievoerder Sting gisteravond een van de braafste evenementen in de 119-jarige geschiedenis van het Amsterdamse Concertgebouw. In de uitverkochte zaal lagen Perzische tapijten op het podium, er waren zes luiten met bescheiden versterking. En Sting zong omringd door stilte broze liederen van John Dowland (1563-1626).

„Je bent naakt in die muziek”, zei Sting vorig jaar in een interview in deze krant over het repertoire op zijn cd en dvd The Journey & The Labyrinth, vorig jaar oktober uitgebracht door het klassieke label Deutsche Grammophon.

In concertvorm tijdens een tournee is het een snelcursus van anderhalf uur over John Dowland. Uitleg over leven en werk in het Engeland van Elizabeth I en de rest van Europa. Voorlezen uit brieven. Zingen van zijn meestal melancholieke liederen.

Sting tokkelt wat op zijn luit, maar laat het virtuoze werk over aan zijn leermeester Edin Karamazov. Het Londense koortje Stile Antico heeft bijzonder weinig te doen. Het zou passen in het Utrechtse Festival Oude Muziek, maar zelfs daar bevreemden door de aan saaiheid grenzende ingetogenheid. Als Sting het heeft over de grillen van Elizabeth I, verwacht je een illustratief surprise-optreden van Rowan Atkinson als Blackadder. En als hij zegt dat Engeland toen een politiestaat was, een nummer van The Police.

Het Oude Muziek-publiek zou perplex staan van de opening: de overbekende Toccata en Fuga in D van Bach, niet op een machtig orgel maar op de luit van Karamazov. Wegens het ontbreken van een programma en teksten, denken nu een paar duizend mensen dat die muziek van Dowland is.

Crossover is het niet, wat Sting doet, hoogstens in de tijd gezien. Hij komt serieus met de echte Dowland van vier eeuwen geleden. Hij heeft zangles genomen, zijn hese timbre is gebleven, zijn techniek en zijn expressieve mogelijkheden zijn beperkt. Maar mede dankzij zijn présence waren de prestaties alleszins aanvaardbaar en ze hielden het publiek van 20 tot 60-plus muisstil. Sting opereert hier in de traditie waarin popmusici de breekbare stilte opzoeken. Beatle George Harrison ging midden jaren zestig naar de Indiase sitar-speler Ravi Shankar, schreeuwlelijk Janis Joplin zong op roerende wijze het a cappella-liedje Oh Lord, won’t you buy me a Mercedes Benz.

Bij de toegiften moest er uiteindelijk ook wat anders, zoals Hellhound on my Trail van Robert Johnson, met passend helhondengehuil en Message in a Bottle van, inderdaad, The Police.