Passie houdt Tom Steels overeind in bizarre sport

In de jaren negentig vierde de Belgische wielrenner Tom Steels triomfen bij de Mapei-ploeg van Patrick Lefevere en Johan Museeuw. Na jaren van tegenslag, privé en op de fiets, wil het gemeenteraadslid van Sint-Niklaas terugkeren op topniveau.

Maarten Scholten

Hij was goed in conditie, maar wie zat er in de Ronde van Qatar na de eerste serieuze massasprint van dit seizoen met bebloed hoofd en gebroken sleutelbeen op de grond? „Niet te geloven, enorm spijtig”, prevelt Tom Steels.

Nog altijd is de ervaren Belgische topsprinter boos op Raborenner Graeme Browne, die hem brutaal onderuit reed. Hij schreef er zelfs een brief over aan de internationale wielerunie. „Het was de eerste keer in mijn carrière dat ik op zo’n smerige manier omver werd gereden. Je weet natuurlijk dat iedereen knokt voor een goede positie, maar er zijn grenzen. Brown heeft die grenzen overschreden. De massasprint is een van de mooiste disciplines van de wielersport. En geen boksmatch.”

Vier dagen na het ongeluk trainde Steels weer. „Van het sleutelbeen had ik na een operatie niet veel last meer. Het grootste probleem is om al die vuiligheid van de narcose uit uw lijf te krijgen. De lever raakt geïrriteerd.”

Toch maakte de coureur van Predictor-Lotto vorige week zijn comeback, in de Volta ao Algarve. „Er zit nog een ijzeren plaat in, en tijdens zo’n eerste koers merk je dat je wat paniekerig reageert om je te plaatsen in het peloton. Maar je geeft jezelf de tijd niet om te herstellen. Je moet verder. Het is een ramp om in deze periode een week of tien dagen te verliezen.”

Morgen is in Vlaanderen de opening van het wielerseizoen, de Omloop Het Volk. Steels start een dag later in Kuurne-Brussel-Kuurne. „Na mijn blessure kies ik heel bewust voor een lichter programma, met als doel om zo snel mogelijk weer te winnen.”

In de jaren negentig deed hij dat vaak. In de Mapei-ploeg van Patrick Lefevere won hij de Omloop Het Volk, Gent-Wevelgem (twee keer), de nationale titel en negen Touretappes. „De tweede keer dat ik Gent-Wevelgem won, was zo mooi. Wilfried Peeters en Johan Museeuw die in de finale dertig kilometer op kop rijden voor u, een snotneus van 28. Dat blijft me altijd bij. Ik zat in die wedstrijd met kippenvel op mijn lijf om niet te verliezen. Zelfs als ik er aan terugdenk, krijg ik weer dat gevoel.”

Vanaf 2000 volgt tegenslag op tegenslag. Klierkoorts is de bron van veel ellende. Steels doet een stap terug, naar het bescheiden Landbouwkrediet. „Bij Mapei voelde ik me het vijfde wiel aan de wagen.”

Als de klierkoorts na jaren is geweken, tekent hij in 2005 bij het grotere Davitamon-Lotto. „Ik achtte me sterk genoeg om weer de plek in te nemen die ik gewend was.”

Maar de pech houdt niet op. Hij valt uit in zowel de Giro als de Vuelta („ik reed m’n knie eraf”), en een jaar later volgt een gecompliceerde schouderbreuk in Parijs-Roubaix. „Dat is de zwaarste revalidatie geweest. Ik moest drie maanden lang elke dag naar de fysiotherapeut. Mijn arm kon niets meer. Ik kon me drie maanden niet aankleden, niet eten. Maanden later moest nog steeds iemand anders mijn vlees snijden. Wat als wielrenner erger is: nog altijd kan ik op de fiets geen eten uit mijn linkerzak pakken.”

Ook privé maakte de familie Steels een moeilijke tijd door, na de geboorte van hun gehandicapte dochtertje Lobke. „Op zo’n moment is wielrennen maar werk. Ik kan zeggen: het heeft voor ons gezin een meerwaarde gegeven. Het leven wordt wat drukker en je moet wat meer organiseren. Het is spijtig voor onze dochter, maar voor onszelf als gezin… het heeft ons dichter bij elkaar gebracht. En we hebben er veel vrienden bij gekregen. Uiteindelijk balanceert het wel een beetje.

„Als je privé zulke dingen meemaakt en al zolang in de wielersport zit, ga je relativeren. Dan ga je terug naar de essentie. Waarom doe je het allemaal nog? Het is uw passie, anders is het niet te verklaren. Het genot van te winnen, het plezier onder de renners, het afbeulen op training. Het is een microbe die zich in uw lijf heeft gezet en dan nooit meer loslaat.”

De recente problemen in het wielrennen laten Steels niet onberoerd. Zeker niet toen recentelijk zijn oude ploegleider Lefevere in opspraak raakte, omdat er bij Mapei dope zou zijn verstrekt. „Ik kon het niet geloven, omdat ik zelf met die mensen heb gewerkt. Achteraf is er weinig heel gebleven van dat verhaal. Wat ik er van heb overgehouden: schrik voor bepaalde media. Bewijsmateriaal is niet eens belangrijk meer. Je moet zelf maar zien om je reputatie weer op te poetsen.”

De routinier relativeert het dope-probleem. „De wielersport is op de goede weg.” Maar er valt nog wel veel te verbeteren. „In de Algarve was de wedstrijd dertig tot veertig procent zwaarder dan twee jaar geleden. Zo gaat het tegenwoordig met alle rondes. En de renners moeten gewoon dezelfde programma’s rijden, dus het komt allemaal op onze rug. Ik vind de ProTour een goed initiatief. Gevolg is wel dat we elke koers starten met tweehonderd man. Maar de parcoursen worden niet aangepast. Dat maakt het gevaarlijker en stresserender.”

Steels constateert dat de stem van de renners in de wielerwereld nauwelijks wordt gehoord. De fietsende politicus – sinds een jaar is hij in zijn woonplaats Sint-Niklaas gemeenteraadslid voor de linkse combinatiepartij sp.a-Spirit-Groen! – lanceert een idee. „Je zou moeten werken met renners die net zijn gestopt. Die moeten drie jaar aan dit soort zaken werken en dan worden afgelost door anderen. Het zou logisch zijn als de renners op die manier invloed krijgen op het sportieve beleid.”

Maar of het haalbaar is? „Dit is soms een bizarre sport.”