Nederlands Kampioen Striptekenen

Koen Ubels (10) won zondag het Nederlands Kampioenschap Striptekenen van 9 tot 11 jaar. Hij tekende Teun de schildpad, Tim de kikker en Tommie de Pinguïn, figuren die hij zelf bedacht.

„Om een strip te maken bedenk ik een verhaal, maak een grove schets, dan de indeling op het blad”, zegt Koen. Daar maakt hij dan een scan van. Tekst en kleuren zet hij via de computer in zijn strips. „Op het NK ging dat anders. Dan kleur je je strip met potlood. Het kost veel tijd, maar het is mooi, want met potlood zit er meer ‘leven’ in je strip.”

Koen deed mee aan het NK-striptekenen, niet zozeer om te winnen, maar om nog beter strips te leren maken. „Ik teken elke dag. Thuis maak ik dan soms een neus, een oog, en van het een komt het ander. Zo leer je steeds verder.”

Koen kreeg op het NK twee uur de tijd voor zijn strip. „Dat lijkt lang”, zegt Koen, „maar ik heb al meer dan twee uur nodig om een verhaal te bedenken.” Gelukkig had Koen zijn verhaal al in zijn hoofd. „Naast me zat er een in de problemen; die moest alles nog verzinnen.”

Juist het uitdenken van een strip vindt Koen het moeilijkst. „De tekst moet kort zijn en er moet één hele grote grap in zitten.”

Verhalen met goeie grappen schud je niet zomaar uit je mouw. „Gelukkig is het zo dat je als striptekenaar niet alles zelf hoeft te verzinnen.”

Alles wat Koen ziet is bruikbaar voor een verhaal. „Een tijdje geleden keek ik naar de televisie. Daar zag ik een paar mannen die keihard op tafel sloegen. De glazen vielen eraf.” Koen maakte hiervan een strip over een boom vol bessen. „De mannen wilden de bessen plukken. Het lukte niet en ze gaven het op. Teleurgesteld slaat er één op de bast van de boom en alle bessen vielen. Dat vind ik een goeie grap.”

Soms komt een idee vanzelf. „Laatst lag ik in bed. Ik sliep bijna en toen dacht ik aan een pop met een pistool in zijn hand. Hij schoot en er kwam een vogel uit.” De volgende dag maakte Koen er een strip van.