‘Mijn schurk heeft een punt’

Michael Robotham promoveerde van ‘ghostwriter’ tot gevierd thrillerschrijver. Hij deed onderzoek op de Amsterdamse Wallen. ‘Ik schaamde me kapot toen ik hier voor het eerst kwam.’

Michael Robotham op de Amsterdamse Wallen Foto Jørgen Krielen Jorgen Krielen/Amsterdam, 07-02-2007/ Robotham (Michael?) poseert bij het raam van een prostituee nabij de Oude Kerk. Krielen, Jorgen

De Australiër Michael Robotham (1960) was journalist en professioneel ghostwriter voordat hij als thrillerschrijver debuteerde. Het bleek een gouden greep. Hij had zich voor het schrijven van vijftien ‘autobiografieën’ ingeleefd in het bestaan van Spicegirl Gery Heliwell, zangeres Lulu en vergelijkbare internationale beroemdheden. Nu verzon hij zijn personages, schreef van een van hen zelfs een fictionele biografie en maakte hen vervolgens tot ik-vertellers van vuistdikke thrillers.

Zijn debuut De verdenking werd een internationaal succes. In zijn tweede roman, Het verlies, promoveerde Robotham een bijfiguur uit het eerste boek tot hoofdpersoon. Wederom kreeg hij veel lof toegezwaaid voor de uitstekende psychologie, zijn zwierige stijl en de leest-als-een- trein-ervaring die hij zijn lezers wist te bezorgen. Het verlies werd onderscheiden met de prijs voor de beste Australische thriller.

Onlangs verscheen De nachtboot, waarin het vertellersstokje wederom aan een nieuwe ik-persoon is overgedragen. Na een psycholoog van middelbare leeftijd en een bijna pensioengerechtigde politieman met een Roma-achtergrond is ditmaal de beurt aan Alisha Barba, een 29-jarige Britse agente van Indiase komaf. „Dat was een hele uitdaging”, aldus de auteur, „voor een 46-jarige blanke Australische man.”

Nachtboot is een typische Robotham. De nepzwangerschap van haar vriendin Cate zet politieagente Ali op het spoor van adoptiebureaus en IVF-centra. Tegelijkertijd wissen criminelen sporen van mensenhandel uit. Samen met haar gepensioneerde collega Ruiz reist Barba naar drugs- en prostitutiestad Amsterdam, waar alle ellende vandaan lijkt te komen.

Voor het boek deed Robotham onderzoek in Nederland. „De Australische samenleving is ondanks allerlei ontwikkelingen blijven steken in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Nederland heeft met vallen en opstaan in allerlei opzichten vooruitgang geboekt. In Australië roept het verstrekken van gratis naalden voor junkies nog enorme protesten op, om maar eens wat te noemen.” Research op de Amsterdamse wallen, dus. ,,In buitenlandse boeken over Australië knuffelt iedereen koala’s en rijdt op kangoeroes. Dat soort onzin wilde ik voorkomen.” Robotham liet zich rondleiden en sprak met deskundigen. „Ik schaamde me kapot toen ik hier voor het eerst kwam. Die ramen waren fascinerend, maar ik wendde mijn blik af.”

En vervolgens schreef u een boek over mensensmokkel en andere gruwelijkheden die allemaal in Amsterdam samenkomen.

„Nee, zo zie ik dat niet. In de eerste plaats heb ik mijn best gedaan om te beschrijven hoe mooi Amsterdam is en in de tweede plaats had ik die criminele activiteiten in een groot aantal Europese steden kunnen laten plaatsvinden. In Nederland neemt mensensmokkel de laatste jaren dankzij het strengere asielbeleid juist af. In de derde plaats gaat mijn boek niet in hoofdzaak over mensensmokkel, geloof ik.

„Het gaat over de obsessie om kinderen te krijgen. We wachten tegenwoordig tot achter in de dertig met het krijgen van kinderen en dat resulteert in steeds meer kinderloosheid. Dat wordt steeds moeilijker en daar komt de wetenschap ons een handje helpen. IVF levert echter in hooguit 25 procent van de gevallen resultaat op. Het verhaal gaat dus over vriendschap en het verlangen naar kinderen.”

En natuurlijk ook over mensensmokkel.

„Er worden jaarlijks 300.000 mensen naar West-Europa gesmokkeld, waarvan minstens 50.000 vrouwen die in de prostitutie belanden. Er zijn mij verhalen bekend van vrouwen die naar Italië werden gesmokkeld voor prostitutie, die vervolgens zwanger werden en van wie de baby’s werden verkocht. Ik heb die zaken gecombineerd, het wanhopige verlangen naar een kind en de snelst groeiende vorm van criminaliteit: commercieel draagmoederschap. Het is illegaal, maar het is tegelijkertijd onmogelijk te controleren of er iemand 50.000 euro bij een ander in de hand drukt.”

Het is loodzware thematiek.

„Thrillers zijn door de bank genomen wegwerpproducten. Maar crime-fiction is ideaal voor het overdragen van kennis over vrijwel elk onderwerp en ook voor het behandelen van morele kwesties. De nachtboot is mijn meest thematische boek tot nu toe. Ik hoop oprecht dat mensen die het lezen er nog een dag of wat mee blijven rondlopen, juist vanwege die morele kwesties als commercieel draagmoederschap en mensensmokkel.”

In al uw boeken komen personages voor die voor God spelen. Nu zelfs eentje die mensenhandel legitimeert.

„Shawcroft heeft veel gemeen met iemand uit de werkelijkheid die met veel succes grote liefdadigheidsprojecten organiseerde. Het was een dekmantel voor zijn sadistische pedofiele praktijken. Een gruwelverhaal, dat 25 jaar duurde. Zijn rechtvaardiging was: ‘Oké, ik misbruik kinderen, maar die lagen wel dood te gaan van de honger en nu leven ze nog. Ik heb er bovendien veel meer gered dan misbruikt.’”

Dat is cynisch.

„Maar hij heeft in al zijn morele ambivalentie wel een punt. Alle misdadigers in mijn boeken hebben zwarte en minder zwarte kanten. Je kunt bij allemaal begrijpen waar hun misdadigheid uit is ontstaan en je kunt zelfs medelijden met ze voelen. Dat geldt voor de motieven van Shawcroft ook. Wij maken adoptie echt veel te ingewikkeld. Ik laat hem ergens zeggen: ‘Als iemand een bank berooft, sluit je niet alle banken. Maar als een pedofiel er in slaagt een kind te adopteren, leggen we wel het adoptiesysteem helemaal plat.’ Het is vergelijkbaar met het terrorisme-dilemma: mag je iemand martelen die weet waar een bom ligt die honderden mensenlevens zal kosten? En zo ja, mag je dat ook doen als de kans dat hij het weet slechts vijftig procent is?”

Hoe zit het dan met de moraliteit van het schrijverschap? Mag je mensen vermaken met leed?

„Ja. Niet alleen mannen, ook vrouwen lezen angstaanjagende boeken als The Silence of the Lambs. Ze lezen die volgens mij omdat ze zich daardoor veiliger voelen in hun eigen wereld. Mensen kopen en lezen thrillers omdat ze houden van orde en overzicht. De misdaad wordt opgelost, de dader gestraft. Zo zien mensen het graag, in een andere wereld willen ze niet leven. Het is troostrijk omdat aan het einde de orde wordt hersteld.”

Is dat ook waarom u het schrijft? Bent u de grote trooster?

„Ik wil mijn lezers niet met valse geruststellingen afschepen. Ik wil ze aan het denken zetten, echt van de problematiek doordrongen laten raken en bij vlagen wil ik ze laten sidderen en ineenkrimpen. Maar tegelijkertijd zijn thrillers natuurlijk amusement. Ik ben een emotioneel mens die houdt van ‘happy endings’. De wereld van de roman kent zijn eigen regels. Als auteur neem je mensen mee op reis. Dat schept dan bepaalde verantwoordelijkheden. De lezers zijn bereid je te volgen, zelfs naar heel nare plekken. Je mag ze onderweg schokken en blootstellen aan van alles, maar ze vertrouwen erop dat jij ze veilig thuis brengt. Dat ben je dan als schrijver ook verplicht.”

Dat neemt niet weg dat een happy ending bij deze thematiek volstrekt onrealistisch is.

„Helemaal mee eens. Maar hoe onrealistisch ook, de lezer beseft heus wel dat de mensensmokkel dankzij mijn happy ending niet opgelost is.”

Is uw werk een kunst of een ambacht?

„Wat de beste schrijvers op de beste momenten op kunst weten te laten lijken, is in feite toch pure ambachtelijkheid. Wat heel helder lijkt, licht en vanzelfsprekend, is altijd het resultaat van veel hard werk.”

Michael Robotham: Nachtboot. Uit het Engels vertaald door Joost Mulder. Cargo, 411 blz. €19,90