Lessings prehistorie

Doris Lessing: The Cleft. Fourth Estate, 260 blz. € 29,99

Al meer dan een halve eeuw is Doris Lessing een Britse schrijfster van aanzien; de lijst van haar titels beslaat, in kleine lettertjes, bijna twee pagina’s. De nieuwste toevoeging is weer voorbeeldig uitgegeven, met een reus van een schuin vliegende adelaar buitenop en achterin een sprekend portret van de schrijfster als grande dame.

Het zou verheugend zijn als de inhoud ook zo goed was. Dat is niet het geval. Lessing heeft al eerder romans geschreven over werelden die zij net zo min kent als iemand anders: een serie van vijf onder de titel Canopus in Argos die speelde in het diepst van het heelal; sindsdien een paar boeken over het leven op de aardbol in een berooide verre toekomst; en hier hebben wij The Cleft, dat onze prehistorie wil oproepen, met als hoofdthema het begin van seksuele relaties.

Als het verhaal begint, bestaan zulke relaties nog niet. Kinderen worden spontaan geboren uit vrouwen die in een manloze gemeenschap leven op een berg aan zee. Meestal zijn de borelingen ook vrouwelijk; soms jongetjes die dan afgevoerd worden naar een ander gebied waar zij in een ander soort leven opgroeien.

Dan komt de tijd wanneer de seksen nader contact met elkaar maken, en daarmee begint de moeizame opbouw van de mensheid zoals wij die kennen, met mannen en vrouwen gemengd. De verteller, die als onderzoeker de verantwoordelijkheid heeft voor het beeld van onze voorgeschiedenis, is een Romeinse senator in de keizertijd, die wel eens zijn eigen opinies en vermoedens laat horen tussen de verhalen over de prehistorische samenlevingen.

Dit weten wij niet, en op dat punt hebben wij geen duidelijkheid, schrijft hij ook af en toe, wanneer hij merkwaardigheden van de vroege samenleving onverklaard moet laten. Hoe hij andere dingen wel weet blijft onopgehelderd; er is geen teken dat hij opgravingen of archieven tot zijn beschikking heeft gehad.

Het had vernuftige en grappige inzichten kunnen opleveren over onze seksuele relaties toen die nog nieuw waren. Maar grappen maken was al nooit een van Lessings sterke punten. De lezer moet zich tevreden stellen met bewondering voor het vermogen van deze vrouw die na een bijna zeventigjarige schrijverscarrière nog steeds de moed heeft om onmogelijke verhalen te verzinnen. Zij bevindt zich in het pantheon, citeert de uitgever uit een boekbespreking: op grote hoogte samen met Balzac en George Eliot.

Het is maar goed dat die twee niet tot hun negentigste doorgeleefd hebben, zou een hoofdschuddende lezer van The Cleft kunnen mopperen – en dan weer bedenken dat Lessing al jaren geleden haar eerdere onherkenbare werelden beschreef en daarna toch weer, zoals in The Fifth Child bijvoorbeeld, met een voorbeeldig doordachte roman aankwam.