Leeg object vol geschiedenis

‘Er bestaat niet zoiets als een lege ruimte”, schreef de Amerikaanse componist John Cage in 1961 in zijn boek Silence. „Er is altijd iets te zien of te horen. Sterker: we kunnen proberen om stilte te laten horen, maar het zal ons niet lukken.”

Sinds die tijd hebben veel beeldend kunstenaars zich beziggehouden met het concept ‘leegte’. De Franse kunstenaar Yves Klein stelde de leegte (‘Le Vide’) al in 1958 tentoon in een Parijse galerie, waarvan hij voor de gelegenheid de muren had wit geschilderd. En de Engelse kunstenaar Martin Creed won in 2001 de Turner Prize met Work No. 227, een lege zaal van de Tate Gallery waarin alleen het licht op gezette tijden aan- en uitging.

Kunstenaar Yael Davids (Jeruzalem, 1968) heeft de tekst van Cage nu afgedrukt op de uitnodiging voor haar tentoonstelling End on Mouth in Galerie Akinci. Helemaal leeg is de door haar ingerichte ruimte niet. Middenin de galerie staat, schuin geklemd tussen vloer en plafond, een houten kist die zo groot is dat hij met gemak als podium zou kunnen dienen. Nu hij rechtop staat, lijkt het object nog het meest op de bekisting van een reusachtig schilderij. Er zit alleen geen kunstwerk in. De kist is leeg.

Ook in de vier tekeningen die achterin de galerieruimte hangen, overheerst de leegte. Er staan met potlood getekende handen op, die iets lijken te dragen of vast te houden. Wat wordt niet duidelijk – het grootste deel van het vel is wit gelaten. Het gevoel bekruipt je dat je kijkt naar de fysieke resten van een performance, de kunstvorm waar Davids al ruim tien jaar in excelleert. Blijkbaar had je erbij moeten zijn tijdens de opening. Nu het optreden voorbij is, blijft er weinig over om naar te kijken.

Een reader, die ter inzage ligt op de tentoonstelling, biedt uitkomst. Daarin staat de voorgeschiedenis van het project End on Mouth beschreven. De kist, of in ieder geval een die erop lijkt, blijkt een hoofdrol gespeeld te hebben op tentoonstellingen in Istanbul, Utrecht en Den Bosch. Toen zaten er acteurs en muzikanten in opgeborgen. Zij lazen een script voor of bespeelden hun instrument, terwijl een groep vrijwilligers de kist door de ruimte droegen. In de grote fabriekshal van kunstenaarsinitiatief Artis in Den Bosch maakte het ding, inclusief levende inhoud, zelfs enkele salto’s, zo blijkt uit de foto’s in het boek. Op een partituur die aan de muur van Akinci is gehangen kun je de bewegingen precies volgen. De positie van de kist is daar op een eigen notenbalk, onder de muzieknoten, weergegeven.

Opeens kijk je met heel andere ogen naar het tentoongestelde houten gevaarte. Wat eerst nog kolossaal leek, oogt nu ineens als een claustrofobisch kleine ruimte. Hoe hebben hier ooit drie mensen met hun muziekinstrumenten in gepast, vraag je je af? En hoe konden ze stoïcijns doorspelen terwijl ze intussen over de kop sloegen?

Zoals in een lege cel altijd de aanwezigheid van de gevangene voelbaar blijft, zo draagt ook dit object zijn eigen geschiedenis met zich mee. Het is alsof de gebeurtenissen die het heeft meegemaakt erin opgeslagen zijn. Je kunt het gesteun en gegiechel van de acteurs bijna horen. De geur van muf zweet dringt zich op. Kijkend naar het lege ding slaan je gedachten op hol. Ze wekken het kunstwerk opnieuw tot leven.

En dus kan je bij het verlaten van de expositie John Cage alleen nog maar gelijk geven. Inderdaad, een lege ruimte bestaat niet.

Yael Davids: End on Mouth. T/m 17 maart in Galerie Akinci, Amsterdam.