Laat alle hoop varen, gij die ...

Aan het einde van het 26ste gezang van ‘De Louteringsberg’ laat Dante de Provençaalse dichter Arnaut optreden, in het Provençaals. De dichter Stefan George publiceerde in 1909 een vertaling van fragmenten uit de Goddelijke Komedie. Voor ons ligt thans de derde druk uit 1922, deels onopengesneden, met gehavende rug, schitterend uitgegeven bij Bondi te Berlijn. George had het lumineuze idee om de strofen van Arnout in het Nederlands om te zetten en dan klinkt het zo:

Und er begann freigebig dann zu sagen:Zoozeer verheugt my ’t hoflyke in Uw vraagDat weigrend ik noch wil noch kan U plagen.Ik ben Arnaut die ween en zingend klaag.Ik die aldoor verleden waan betrachtEn vreugdvol hoop dat straks myn morgen daag’.Doch U bezweer ik door die zelve machtDie tot den hoogste trede U stygen doet:Gedenk te rechter uur my en myn klacht! –Dann barg er sich in reinigender glut.

Met zo’n dappere vertaling lijkt het of je onder water gaat, wordt meegenomen naar een andere wereld onder het oppervlak waar alles nieuw en nog ongezien is, vers als toen het gedicht voor het eerst gelezen werd. Wuivende anemonen, kleurige vissen, vele wezens waarvan je de naam niet eens weet.

Dante-vertalers Cialona en Verstegen hebben ervoor gekozen er niets mee te doen, met de vreemdtalige anomalie. Zij vertalen het Provençaalse koraalrif in de tekst van Dante op precies dezelfde manier, in precies dezelfde taal en met precies dezelfde toon waarop, waarin en waarmee zij de rest van de Komedie te lijf zijn gegaan.

Ik heet Arnaut. Al gaande moet ik klagenEn zingen, want ik kijk terug met spijtEn heb vol hoop de blik omhooggeslagen.

Het bijzondere van de oorspronkelijke regels wordt naar de natte dweil van het notenapparaat verwezen: „Het Italiaanse origineel heeft deze woorden van Arnaut Daniel in het Provençaals weergegeven, een taal die in zijn tijd waarschijnlijk zonder veel moeite door de Italianen gelezen werd.”

O. Is dat zo. En daarom kunnen de vertalers gewoon doorgaan op hun vertrouwde dreun in hun vertrouwde Jip en Janneke-idioom. Als de vertaling maar geen aanstoot geeft. Als oog en oor maar nergens in blijven haken. Als het maar lekker leesbaar blijft, in je zwemband dobberend in het pislauwe water van de Translantische Oceaan. In hun overigens lovenswaardige drang om Dante van alle plechtstatigheid te ontdoen, hebben ze in één moeite door ook alle poëzie weggeretoucheerd.

Aan de poort van de Hel hangt het waarschuwingsbord met de bekende, vurig gevleugelde welkomstwoorden: Lasciate ogne speranza, voi ch’ intrate. Het bord hangt ook bij de douane van Vertalië, in vele Vertaliaanse verbasteringen. ‘Geef elke hoop dus, wie hier ingaat, op.’ ‘Laat varen alle hoop gij die hier binnentreedt!’ ‘Laat dus al wat hoop/ is buiten, gij die binnenkomt.’ ‘Wie binnentreedt geve alle hoop verloren.’

En in de versie van Cialona en Verstegen, die de aanspreekvorm met het badwater overboord zetten: ‘Er is geen hoop voor wie hier binnentreden’.

Of om met Stefan George te spreken: ‘Lasst jede hoffnung die ihr mich durchschreitet.’

ROBBERT-JAN HENKES& ERIK BINDERVOET

Ga in discussie met Henkes en Bindervoet op hun weblog: www.nrc.nl/vertalie