Korte trappers

De eerste die ik de term hoorde gebruiken, was Louis van Gaal. Het ging over Wesley Sneijder, de middenvelder van Oranje die volgens tv-analist Van Gaal ‘kort’ kon schieten. Hiermee werd niet gewezen op een vermogen om ballen over een korte afstand te verplaatsen – de zogenaamde korte bal. Het tegenovergestelde was eerder het geval. Het compliment aan Sneijder bestond eruit dat hij weinig tijd en ruimte nodig heeft om een bal veel vaart te geven. En daar gaat het tegenwoordig vaak om, zei Van Gaal.

Ik begon er eens op te letten bij de wedstrijden die ik daarna zag, en inderdaad, in het topvoetbal zie je tegenwoordig veel korte trappers. Ryan Babel van Ajax kan het, en Jefferson Farfan van PSV: ze zwenken van de zijkant naar het midden van het veld en zonder dat iemand een schietbeen al te nadrukkelijk naar achteren heeft zien gaan – kost te veel tijd en ruimte – trappen ze de bal naar het doel. Lionel Messi is er een meester in. Kijk eens hoe de kittige aanvaller van Barcelona de vijandige verdedigers in zijn nabijheid haast negeert door de bal kort bij zich te houden, om ze vervolgens kort – maar wel hard – naar het doel te trappen. Kort schieten is het antwoord op kort dekken.

De peetvader van de korte trap is natuurlijk Romario. De mollige Braziliaan liet zijn voornemens nooit ‘lezen’ door de doelman. Hij liep met de bal aan de voet naar het doel en hups, daar lag het ronde gevaarte in het net.

Goede tv-analisten openen je ogen voor dingen waar je zelf misschien niet op was gekomen. En Van Gaal: je begrijpt hem. Ik zag hoe Maarten Martens, de middenvelder van Van Gaals clubteam AZ, scoorde tegen Fenerbahçe uit Turkije. Martens ontving de bal links in het strafschopgebied en hij controleerde de bal of er Velpon aan zat. In deze spannende Europa-Cupwedstrijd hield hij de bal met subtiele bewegingen kort bij zich, hij wachtte tot de enige verdediger die hij nog voor zich had naar hem toegleed zodat hij hem eenvoudig kon omspelen, en toen pas, met een hyperkort beweginkje, trapte hij de bal met zijn begenadigde linkervoet onder de keeper door. Een wondergoal. Of nee, een moderne goal.

Dat Van Gaal deze korte trapper afgelopen zomer naar AZ haalde, snap ik. Dat Van Gaal hem na diens staaltje van kort schieten tegen Fenerbahçe weer op de bank zette (thuis tegen Ajax), begreep ik dan weer niet. Dat Van Gaal de voorkeur gaf aan Nordin Boukhari, een nogal lange trapper, nog minder. Maar kijk, zo heb je er toch weer een maatstaf bij om spelers te beoordelen. Trap je lang of trap je kort, daar gaat het om.