Koffie in de sneeuw

Stef Penney: De tederheid van wolven. Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekmann en Nienke van der Hoeven. Prometheus, 437 blz. € 19,95

De firma Whitbread begin ooit als bierbrouwerij, en beheert nu een keten restaurants in Groot-Brittannië. De literaire prijs waaraan het bedrijf zijn naam had verbonden, werd toegekend aan boeken die zowel spannend als van literaire waarde waren. Winnaars werden onder anderen: Ted Hughes, Kazuo Ishiguro, Bruce Chatwin.

Nu is de Whitbread Award omgedoopt in Costa Award, naar de koffieketen. Misschien dat koffie chiquer werd gevonden dan bier, maar de eerste winnaar van de koffieprijs is een boek dat het niet van de literaire kwaliteit moet hebben, maar veeleer van de spanning (en van de veelvuldige reclame voor verse koffie die de personages steeds voorgeschoteld krijgen). In het juryrapport worden de stijl en de beschrijvingen van het landschap geroemd, en de conclusie typeert Stef Penney’s roman De tederheid van wolven, onbedoeld als nogal klef: ‘een verhaal vol liefde, schoonheid en spanning. We hebben het in een adem uitgelezen.’

De roman leest inderdaad vlot weg. Het boek is namelijk één grote achtervolgingsscène, nadat een pelshandelaar is gelyncht. De blanke kolonisten worden daarbij geholpen door de indianen die allemaal even slim en sympathiek zijn. Uiteindelijk wordt de moordenaar gevonden, wordt de onschuld bewezen van de ten onrechte beschuldigde indiaan en van de homoseksuele zoon, tevens minnaar van de vermoorde pelshandelaar. Ondertussen heeft een Noorse vrouw een nederzetting van zwaar gelovigen weten te ontvluchten, wordt een doodgewaande dochter teruggevonden en is er ontegenzeggelijk veel landschap en sneeuw. En dat wordt allemaal vanuit verschillende invalshoeken verteld, waarbij de focus op het perspectief van de vrouw ligt.

Penney zelf leed lang aan agorafobie en kon dus geen plein betreden, laat staan de Canadese vlakten. Ze schreef haar roman met louter Londense bibliotheekkennis. Daar zal ze ook het idee hebben opgedaan voor het interessantste deel van haar roman: de ontcijfering van een oude indianentekst die wellicht van ceremoniële aard is. Maar helaas: de code wordt niet gekraakt en op Penneys vraag of indianen beter zouden zijn behandeld door de blanken ‘als ze een geschreven cultuur hadden gehad’ geeft ze geen antwoord. Wat overblijft is een detective met veel sneeuw, een beeld van indianen dat zo plat is als een dubbeltje en waarin de kolonisten er weinig positief vanaf komen. Een ouderwetse western dus, maar zonder hoogtepunten, waarin de ondergeschikte rol van kolonistenvrouwen en indianen aan een overbodige emancipatoire invuloefening worden blootgesteld.