Kinch’ moeiteloze mix van hiphop en jazz

Concert: Soweto Kinch. Gehoord: 1/3 Utrecht Jazz Festival Tivoli, Utrecht. Herh. 2 en 3/3, SJU Jazzpodium en Vredenburg, Utrecht.

Geweld, schietpartijen en drugs. Het leven in het district B19 in het Britse Birmingham is hard, maar toch niet slecht, weet Soweto Kinch. Immers, achter het mistroostige, grijze beton van de woonkolossen in zijn wijk schuilt méér: dromen, hoop, verlangen.

Saxofonist en rapper Soweto Kinch maakte zijn eigen torenflat onderwerp van zijn cd A Life in the Day of B19: Tales of the Tower Block. Die insteek, zo bleek gisteravond op de eerste avond van het Utrecht Jazz Fest in Tivoli, geeft Kinch’ eclectische urbanjazz vorm en inhoud. De boomlange Kinch moet het als rapper niet hebben van stoere poses, bling-bling of andere opschepperij. Het vuur zit in zijn van metaforen bolstaande, realistische verteltrant. In een mix van humor en cynisme brengt de musicus al dan niet fictieve medebewoners tot leven. Zoals de beklagenswaardige buschauffeur, wiens toekomst hem door de vingers glipt.

De raps over de kale, harde realiteit in B19 worden logisch afgewisseld met snel gespeelde moderne bopjazz waarin de hiphopritmes moeiteloos integreren. „Mijn linkerhand is hiphop en mijn rechter is jazz. Beide horen bij mijn lichaam. Een keuze maken zou niet kunnen”, had de musicus al eens in een interview gezegd.

En inderdaad, terwijl in het hechte kwartet de elektrische gitaar onderkoeld meespeelt en de bas en de drums stuwen en aangeven, dringt in het bijzonder één aspect van de saxofoon altijd weer door: de zeggingskracht van de noten. Want ook in zijn instrumentale muziek weet Kinch raad met emoties en zet hij uitroeptekens.

De half gevulde zaal liet zich gisteravond in eerste instantie niet makkelijk overtuigen. Maar Kinch, die met zijn grensverleggende muziek de jazz in Groot-Brittannië een heel nieuw gezicht gaf, wist respect af te dwingen. In vurig gespeelde en onversneden improvisaties, met hoorbare invloeden van onder meer Sonny Rollins en Kenny Garrett, prikkelde de saxofonist. Met Bijlmer-achtige beelden van flats en kille metrogangen op een scherm en diverse soundscapes uit de computer, daverde en scheurde Kinch en bepaalde hij de stemming – met zijn muziek.