Kabinet laat Kamer nog honderd dagen wachten

Debat tussen oppositie en coalitie in Kamer over regeringsverklaring én over naderende verkiezingen.

Het debat over de regeringsverklaring, dat de Tweede Kamer gisteren tot laat in de avond hield met premier Balkenende (CDA), ging officieel over de voornemens van het nieuwe kabinet. Maar het werd meer dan een debat over de nog wat vage regeringsverklaring. De verkiezingen voor de Provinciale Staten, volgende week woensdag, bepaalden het debat tussen oppositie en coalitie.

Balkenende gebruikte het parlementaire debuut om zijn kabinet te presenteren als een groep die luistert naar de samenleving. De komende honderd dagen gaat het kabinet in gesprek met maatschappelijke organisaties. Hij deed ook een handreiking aan de oppositie. Partijen die „een constructieve dialoog zoeken”, mogen aanschuiven, zei Balkenende.

De meeste oppositiepartijen stonden gematigd positief tegenover de beleidsvoornemens van het kabinet. Zo zei GroenLinks-leider Femke Halsema dat het land „een zucht van verlichting slaakt” nu CDA, PvdA en ChristenUnie zijn gaan regeren. De SGP pleitte er voor het kabinet over honderd dagen nog eens terug te laten komen. Dan wordt pas duidelijk wat het kabinet precies wil.

De oppositie zocht de aanval vooral in de concessies die de coalitiepartners hadden moeten doen om het kabinet te vormen. De PvdA kwam onder vuur te liggen over het uitblijven van het onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid in de Irak-oorlog. PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar noemde dit een „pijnlijke concessie” die de PvdA aan het CDA had moeten doen. Het CDA wilde per se geen onderzoek naar de politieke steun. In ruil daarvoor had de PvdA volgens Tichelaar wel andere „harde punten” binnengehaald.

Hierop kreeg de PvdA kritiek van de SP, GroenLinks en D66. „De PvdA heeft de meest essentiële taak van het parlement gedwarsboomd, waarheidsvinding”, zei Pechtold (D66). Halsema: „Er heeft dus iets van ruilhandel plaatsgevonden.” De PvdA kreeg van de linkse oppositie ook kritiek op het sociale karakter van het kabinet. Daar had volgens GroenLinks en SP een tandje bij gemogen.

Het CDA kreeg de meeste kritiek van voormalige coalitiepartner VVD. VVD-leider Rutte had kritiek op het asielbeleid, het financieel beleid en de medisch-ethische agenda van Balkenende IV. Balkenende noemde het financiële beleid van het nieuwe kabinet solide. Hij viel uit tegen Rutte, toen die het kabinet verweet te „potverteren”, na jaren van zekere begrotingen onder partijgenoot Zalm.

De ChristenUnie werd ondervraagd over de paragrafen over de zogenoemde medisch-ethische onderwerpen. Door het ene deel van de Kamer werd dat uitgelegd als een nederlaag voor de (vrijzinnige) PvdA, anderen vonden juist dat de ChristenUnie hier verloren had. Halsema nam de nieuwe fractievoorzitter van de ChristenUnie, Arie Slob, hierover onder vuur. Slob: „Zowel voor oude als voor nieuwe ambtenaren van de burgerlijke stand geldt dat zij gewetensbezwaren kunnen hebben.”

Zo probeerde de oppositie vooral de verschillen tussen de coalitiepartijen uit te vergroten. Soms met gedeeltelijk succes, maar nooit met het gewenste effect: het uiteenspelen van de coalitie. Halverwege de avond leek Balkenende, die geroutineerd alle aanvallen afweerde, niet echt meer in de problemen te zullen komen.