Japanse premier betwijfelt beweringen troostmeisjes

De Japanse premier Shinzo Abe heeft gisteren voor het eerst sinds zijn aantreden openlijk zijn twijfel geuit of het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog zogenoemde ‘troostmeisjes’ tot prostitutie heeft gedwongen. Gevraagd naar zijn mening over een Japanse verklaring uit 1993 waarin de toenmalige kabinetssecretaris gewag maakte van ‘dwang’ en zijn verontschuldigingen aanbood voor de misdaden van het Japanse leger, antwoordde Abe dat er geen bewijzen zijn voor dwang, zoals gedefinieerd in deze verklaring. „We moeten verder denken op basis van het feit dat de definitie is veranderd”, zei hij.

De kwestie van de seksslavinnen van het Japanse leger staat sinds enkele weken weer volop in de aandacht. In het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is een resolutie ingediend die de Japanse regering oproept onomwonden het bestaan van gedwongen prostitutie te erkennen en excuus aan te bieden aan de slachtoffers. Enkele voormalige ‘troostmeisjes’ getuigden onlangs in het Huis. Zij lieten er geen twijfel over bestaan dat zij met geweld tot seks werden gedwongen.

De Zuid-Koreaanse president Roh Mu-hyon refereerde gisteren in zijn toespraak ter herdenking van de opstand tegen het Japanse koloniale bewind aan de getuigenissen van de vrouwen. „Hoe hard de Japanners hun misdaden ook proberen te verbergen, de internationale gemeenschap zal de onder het Japanse bewind begane misdaden nooit vergeven.”

De Japanse minister van Buitenlandse Zaken, Taro Aso, en kabinetssecretaris Yasuhisa Shiozaki reageerden al eerder dat de getuigenissen niet geheel gebaseerd waren op objectieve bewijzen. Premier Abe, die vorig jaar september aantrad, heeft zich in zijn politieke carrière laten kennen als een havik die een groot gedeelte van de internationale kritiek op het Japanse oorlogsverleden afwijst. Zijn nadruk ligt op het bijbrengen van vaderlandsliefde aan de Japanse jeugd. In zijn ijver om de door zijn voorganger Junichiro Koizumi gebrouilleerde relaties met de Aziatische buurlanden te verbeteren, heeft hij zich sinds zijn aantreden niet uitgelaten over aan de oorlog gerelateerde kwesties, zoals de omstreden Yasukuni tempel, waar ook oorlogsmisdadigers worden herdacht.

Abes achterban begint zich echter te roeren en een aan de premier gelieerde groep van 120 parlementariërs heeft gisteren de regering opgeroepen de verklaring uit 1993 in heroverweging te nemen. Abes korte reactie gisteravond zou een voorbode kunnen zijn van een koerswijziging die ook hem in botsing kan brengen met landen als China en Zuid-Korea, waar het merendeel van de ‘troostmeisjes’ vandaan kwam. In de Filippijnen, en ook in Nederland, werd vandaag meteen fel gereageerd op zijn uitspraak, maar in eigen land is deze nog zo goed als niet in de publiciteit gekomen.