In de woonkamer hangt een witte mist

Zeker 18 inwoners van Curaçao overlijden jaarlijks vroegtijdig aan aandoeningen veroorzaakt door de raffinaderij. De rechter doet vandaag uitspraak in een zaak van bewoners onder de rook.

Op een heuvel tegenover de Curaçaose raffinaderij staat het huis van MiQuelina Concepcion. De woonkamer biedt uitzicht op rokende schoorstenen, ze steken zwart af in de avondschemer. Uit het industriële complex klinkt een rommelend gebrom. Concepcion (43) vindt het nog meevallen. „Het stinkt nu niet eens”, zegt ze, terwijl ze het tl-licht in de kamer aanknipt. „’s Nachts is het veel erger. Dan ruik je die sterke zwavelgeur, is er veel meer herrie en hangt hier in de huiskamer een witte mist.”

Zeven jaar geleden is de helft van een van haar longen operatief verwijderd. In 2003 volgde de andere helft. Sindsdien heeft ze hart- en nierklachten en is ze suikerpatiënt. „De dokter zegt dat als ik hier blijf wonen mijn dagen geteld zijn, maar ik heb drie kinderen en geen geld om te verhuizen.” Sinds haar geboorte woont ze in het huis tegenover de raffinaderij, maar tot de operatie had ze nooit begrepen dat de rook schadelijk was.

Concepcion is een van 22 Curaçaoënaars die samen met een onder de rook gelegen bedrijf en de Stichtingen Humanitaire Zorg en Schoon Milieu op Curaçao (SMOC) een rechtszaak hebben aangespannen om schadevergoeding en handhaving van de milieunormen af te dwingen. Zowel bij de eigenaar van de raffinaderij, overheidsbedrijf Refineria di Korsou, de huurder, Refineria Isla – dochter van het Venezolaanse staatsolieconcern Petroleos de Venezuela SA (PdVSA) – als de Curaçaose en Antilliaanse overheden.

Onder de toegestane normen, die een stuk ruimer zijn dan in Nederland, mag de raffinaderij per dag 80 microgram zwaveldioxide en circa 60 microgram fijnstof uitstoten. Maar de zwaveldioxide-emissie ligt gemiddeld tussen de 85 en 270 microgram en op sommige dagen wordt 800 microgram gemeten. De uitstoot van fijnstof wordt sinds 2000 niet meer bijgehouden. „Dat is zo treurig”, zegt SMOC-voorzitter Peter van Leeuwen, tevens apotheker, „over de hele wereld laait de discussie op over de gevaren van fijnstof, maar hier besluit men het niet meer te meten.”

Uit een studie van Nye Ecurys blijkt dat jaarlijks 18 Curaçaoënaars vroegtijdig overlijden aan door de rook veroorzaakte gezondheidsschade. Een voorzichtige schatting, meent mensenrechtenactivist Norbert George van de Stichting Humanitaire Zorg. „Er wonen 20.000 mensen onder de rook, van wie 6.000 kinderen”, zegt George. „De uitstoot wordt alleen maar meer, dus als je dat doorrekent, is veertig een reëler getal.”

Volgens de gedaagden kan de hinderwetverordening niet worden nageleefd. „Dat betekent sluiting van de raffinaderij”, was het verweer tijdens de zitting. En dat ligt gevoelig op Curaçao. De komst begin twintigste eeuw van de toenmalige Shell-raffinaderij luidde een periode van grote welvaart in voor de bevolking. Daardoor is mogelijke sluiting voor veel Curaçaoënaars onbespreekbaar.

Maar nadat Shell de stalen stad bij vertrek van het eiland in 1985 voor 1 dollar aan de lokale overheid had verkocht, werd PdVSA de nieuwe huurder. Onder het leasecontract, dat loopt tot 2019, huurt het concern de raffinaderij voor 14,5 miljoen euro per jaar van de overheid. Daarbij komen alle aanpassingen en investeringen voor rekening van PdVSA. De afspraak maakt PdVSA weinig enthousiast om te investeren in de raffinaderij.

Uit een rapport van het onderzoeksbureau Purwin & Gertz uit 2005 blijkt dat, wil de raffinaderij concurrerend blijven en aan de milieueisen voldoen, een investering nodig is van 880 miljoen euro. De raffinaderij zelf zou 235 miljoen waard zijn. Er wordt nu een nieuw onderzoek uitgevoerd naar de reële marktwaarde. Ondertussen bekijkt de overheid een voorstel van PdVSA, waarbij het 51 procent van de aandelen in de raffinaderij wil overnemen.

Maar het bedrijf kan voor een grotere kostenpost worden geplaatst. Want de bewoners eisen ook een voorschot van omgerekend 182.000 euro om de vergoeding voor de geleden gezondheidschade te kunnen bepalen. „Als dat wordt toegekend”, zegt George, „denk ik dat we als stichting rechtszaken voor nog veel meer bewoners gaan voeren.”

MiQuelina Concepcion wil vooral dat er iets aan de rook wordt gedaan. „En als dat niet kan”, ze hoest diep, „dan moet de raffinaderij sluiten. Heel veel mensen lijden eronder.” Het is inmiddels donker geworden. Onderaan de heuvel is de raffinaderij veranderd in een futuristische lichtstad. Gekuch klinkt uit het huis van de buren. Concepcion hoopt dat er vanavond niet wordt afgefakkeld. „Dan is het tenminste donker en kan ik gewoon slapen.”