‘Ik speel de essentie van de hond’

Cholerische zanger Maarten van Roozendaal (44) debuteert als acteur in het toneelstuk ‘Storm Gek’ van Huis aan de Amstel. Hij speelt de hond.

Voelt u zich getypecast?

„Sinds ik vertel dat ik een hond ga spelen, zeggen vrienden opeens: inderdaad, je bent sprekend een Ierse setter.”

Het lange gezicht, de grote bruine hondenogen, die doorrookte, hoge uithalen van de stem...

„Ik word trouwens ook wel vergeleken met een kameel, dus wellicht mag ik volgende keer de kameel spelen.”

Hoe gaat het met blaffen?

„Volgens de tekst moet ik hier en daar blaffen. Maar dat werkte niet. Nu zeg ik één keer woef. Verder los ik het op met hoesten. Als er mensen binnenkomen, begin ik flink te hoesten. Dat lijkt wel op blaffen.”

En op handen en voeten lopen,hijgen met de tong uit de mond, ontlasten in het openbaar?

„Nee, dat hoeft niet. Ik zit wel in een rieten mand, ik draag een bontje, en ik ga één keer apporteren. Maar ik ben geen geschoold acteur, ik probeer niet te transformeren. Anders zit er iemand op toneel die slecht een hond nadoet. In plaats daarvan speel ik de essentie van een hond. Het is vooral een afspraak met de zaal: ik speel vanavond de hond. Dat moeten ze verder maar geloven.”

Heeft u ook tekst?

„Zeker. Ik praat met mijn baas Britje, het meisje dat de hoofdrol heeft. De hond heet BoeDa, dat was voor mij een betere ingang tot de rol dan het nadoen van een hond.”

Want u speelt de hond als een verlichte, oosterse wijsgeer met een dikke buik?

„Zoiets. Ik speel een wijze vriend die alles beschouwt en becommentarieert. Ik ben de hond van een meisje wier ouders gaan scheiden. Uit protest weigert ze te lopen. De hond is de enige die haar nog kan bereiken. Hij zegt tegen haar: het is zo, je moet het aanvaarden, je zult er mee moeten leren dealen. Zo smijt ik wat met algemeenheden.”

U staat aan de zijlijn?

„Ja, en dat is wel lekker voor de verandering. Normaal sta ik met twee, drie musici op het podium, en ben ik degene die me helemaal op de zaal richt, die de hele avond moet trekken.”

Gaat u zingen?

„Ik heb vijf korte liedjes geschreven, eentje heet Brave meisjes, en ik zing een duet met Lies Visschedijk. Het zijn flarden die in de handeling passen. Stormgek is een toneelstuk voor kinderen, dus het gaat niet over drank, nacht en liefdesleed, zoals anders.”

Is dat moeilijk, kinderliedjes?

„Nee, je hebt juist meer vrijheid, omdat kinderen meer als normaal aanvaarden. En ik hoef me niet te schamen als ik al te lyrisch word.”

En is acteren moeilijk?

„Och, ik heb een vrije rol gekregen , ik wandel er zo'n beetje doorheen, ik mag mijn eigen gang gaan.”V

Heeft u een hond?

„Nee, ik ben meer een kattenmens. Maar we zijn nooit thuis, dus we hebben geen huisdieren. Ook geen kinderen trouwens. Dat zou zielig zijn. Nu is niemand van ons de dupe.”

Heeft u wel andere honden bestudeerd?

„Mijn technicus nam op tournee altijd een grote zwarte hond mee. Nero. Hij is nu dood. Sinds Nero ben ik er meer van gaan begrijpen.”

‘Stormgek’ van Huis aan de Amstel. Première morgen in Haarlem. Tournee t/m 6 mei. Inl 020–4272350 of www.huisaandeamstel.nl.