Hij verdient die 14 miljoen

Er is geen verband tussen prestaties van een bedrijf en beloning van de topman, zegt professor Piet Duffhues.

„Managers kunnen hun eigen beloning vaststellen.”

Topmannen krijgen hun hoge salarissen niet omdat ze bedrijven beter laten presteren, maar – zo lijkt het – omdat ze de macht hebben die zich toe te eigenen. Dat zegt professor financiering Piet Duffhues van de Universiteit van Tilburg naar aanleiding van eigen onderzoek, dat hij deze zomer in de VS publiceert. „En topbestuurders zijn schaars.”

Vorige week ontstond weer ophef over de hoogte van beloningen, onder meer naar aanleiding van de 14 miljoen die bestuursvoorzitter Bennink van Numico zal ontvangen over 2006. Minister van Financiën Wouter Bos noemde dat „een belachelijk hoog bedrag”. FNV-voorzitter Agnes Jongerius wil dat het kabinet met een ‘kleptocratentax’ maatregelen neemt.

Duffhues heeft zich samen met Rez Kabir van de universiteit in het Schotse Sterling gebogen over een economische rechtvaardiging voor de beloningen. Ze deden als eerste wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen de prestaties van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven en de beloningen van hun topmannen.

De gangbare theorie is dat aandeelhouders, die als ‘eigenaren’ belang hebben bij waardestijging van de onderneming, bestuurders prikkelen door hun beloning afhankelijk te maken van de prestaties van het bedrijf. Hoe beter de prestaties, hoe hoger de lonen. En hoe slechter, hoe lager.

Maar dat kwam niet uit het onderzoek dat Duffhues en Kabir uitvoerden. De twee economen vonden geen positief verband tussen prestatie en beloning. Eerder het omgekeerde.

Was u verrast door de uitkomst?

„Nee. Maar wel teleurgesteld.”

Waarom?

„Ik ga er toch van uit dat de aandeelhouder een redelijke grip heeft op het management. En de theorie spreekt aan door haar logica: de eigenaar spoort zijn bestuurder aan tot creativiteit door hem daar een eigen, rechtstreeks belang bij te geven. Wij hadden verwacht een positieve relatie tussen beloning en prestatie te vinden. Deze uitkomst past wel in een lange reeks internationale onderzoeken naar topbeloningen die tezamen een mistig beeld geven: geen of slechts een zwak positief verband met de prestatie.”

Wat verklaart dan de hoge beloning?

„Er is een invloedrijke alternatieve theorie die de hoge beloningen toeschrijft aan een teveel aan macht bij bestuurders. Harvard-economen Bebchuk en Fried publiceerden in 2005 het boek Pay without performance over het falen van toezicht op het bestuur. Managers zijn in de positie om in feite hun eigen beloning vast te stellen. Ze kunnen hun positie verbeteren ten nadele van andere belanghebbenden bij het bedrijf, zoals aandeelhouders en werknemers. Elke keer als een onderzoek naar beloningen toont dat er geen verband is met ondernemingsprestaties, wordt dat als aanwijziging voor de juistheid van deze theorie gezien. Maar dat is een bewijs uit het ongerijmde.”

U denkt dat het niet klopt?

„Ik denk dat er een andere verklaring is voor het ontbreken van een verband met ondernemingsprestaties. Namelijk de werking van de arbeidsmarkt voor topmannen. Die wordt gekenmerkt door schaarste. Bedrijven hebben heel specifieke wensen voor hun topman. Bovendien is het werk van topmannen, met alle publieke aandacht, niet eenvoudiger geworden. Dus de lijst van geschikte kandidaten is heel kort, eigenlijk vaak maar één persoon lang. Dan is de prijs volgens de standaard micro-economische theorie onbepaald. Onderhandelingen moeten dan uitkomst bieden. Topmannen verkopen hun huid duur. Logisch, en economisch niet erg.

„Bovendien gaat het vanuit de aandeelhouders gezien niet om enorme bedragen. Zij zien het bovendien meer als een noodzakelijke investering die goed of slecht uitpakt, zoals alle andere investeringen.”

Dus Bennink verdient iedere euro van die 14 miljoen?

„Ja. En misschien nog meer, vanuit zuiver economisch perspectief. Hij heeft het bedrijf miljarden aan marktwaarde opgeleverd. En de banen van de werknemers weer voor jaren veiliggesteld, startend vanuit een penibele situatie. Als de achterban van FNV-voorzitter Jongerius kritiek heeft op die beloningen, komt het omdat zij het niet goed uitlegt.

„Begrijp me goed, ethisch is het lastiger dan economisch, maar dat moet je scheiden. Ik zou als ik Bennink was 13 miljoen weggeven. Maar als je dat gaat afdwingen, dan krijg je geen Benninks meer. En die moeten we wel hebben. Zoveel mogelijk Benninks.”

Kijk voor een lijst met topinkomens op de site van de VEB. www.bestuursvoorzitter.nl