Geef regie media niet aan premier

De wekelijkse persconferentie van de minister-president vond 37 jaar plaats in Nieuwspoort. Daar heeft de premier een einde aan gemaakt. Dat stemt Friso Endt bitter.

Met ingang van vandaag is de wekelijkse persconferentie van de minister-president verplaatst van het Internationaal Perscentrum Nieuwspoort naar het ministerie van Algemene Zaken, het ministerie van de premier. Het is het einde van een traditie van 37 jaar. De gastheer is nu niet meer de binnen- en buitenlandse onafhankelijke journalistiek (een over de grens met afgunst bekeken constructie), maar de premier zelve; de uitvoerder is de Rijksvoorlichtingsdienst, in de persoon van directeur-generaal Gerard van der Wulp.

Het bestuur van Nieuwspoort wist al twee jaar dat het vertrek van de wekelijkse persconferentie dreigde. Van der Wulp wilde dat in eigen huis brengen, maar na een stevig gesprek werd een wapenstilstand gesloten – uitstel tot na de kabinetsformatie van dit jaar. Vandaar dat toen de kersverse voorzitter van Nieuwspoort, Telegraaf-redacteur Kees Lunshof, begin deze week bij de RVD directeur generaal ontboden werd, hij slechts een vonnis had aan te horen. Van der Wulp zei dat dit bij de kabinetsformatie besloten was, en dat de vicepremiers Bos en Rouvoet met Balkenende instemden, van enig overleg was geen sprake. Er kón geen sprake van zijn, het besluit was immers gevallen. Balkenende, die soms door de media te grof behandeld is, wilde er wel af. Het is de vraag of Bos en Rouvoet het belang van dit besluit hebben kunnen afwegen. Er waren immers belangrijker besluiten te nemen dan de plek van een persconferentie.

Dat het hier gaat om de positie van onafhankelijkheid van de media in dit land is niet zo sterk doorgedrongen. Eerdere generaties waren hier misschien beter van op de hoogte. De premier die met de wekelijkse persconferentie in 1970 begon, Piet de Jong, wist dat hij de toenmalige hoofddirecteur van de RVD mee had, mét de parlementaire pers en mét de Buitenlandse Persvereniging, club van hier gedetacheerde buitenlandse correspondenten. Uiteraard – dat stond toen voor iedereen vast – vond die persconferentie plaats in het ‘huis van de journalistiek’, Nieuwspoort in Den Haag. Gastheer: de parlementaire pers. Nieuwspoort-voorzitter Lunshof: „Het gaat om onafhankelijke voorlichting en niet om ‘hoe verkoop ik mijn minister-president’. De regie is nu in hún handen, zíj bepalen de agenda. Nu wordt officieel gezegd dat de traditie van elke vrijdag de premier op tv, radio en zaterdag in de schrijvende media, blijft gehandhaafd, maar daar kan men in de toekomst best anders over denken. Géén persconferentie als het nieuws niet zo positief is, geen vervelende vragen.”

Zo is de traditie van 37 jaar de nek om gedraaid, zonder overleg, pats, boem. Dat stemt bitter. Zeker bij mensen, journalisten, maar ook bij fatsoenlijke voorlichters die uit overtuiging hebben meegeholpen Nederland in die unieke positie te krijgen. Er zijn zwakke protesten. Dat is alles.

Maar er is een sprankje hoop. Het bestaan van de wekelijkse persconferentie is officieel neergelegd in een Koninklijk Besluit uit 1970 waarin de relatie tussen de minister-president en de Rijksvoorlichtingsdienst is vastgelegd. Daarin wordt ook en met name de wekelijkse persconferentiegenoemd. Die kan dus absoluut niet van tafel worden geveegd, wie de regie ook moge hebben.

Friso Endt is ex-voorzitter van de Buitenlandse Persvereniging en ex-voorzitter van Nieuwspoort.