Fluitjes van weleer

Een fluitje kost nog steeds een cent. Als je het maar in China koopt. In Nederland niet meer. In een vlaag van verlangen naar een fantastisch geluid zocht ik een watervogelfluitje. Vroeger een hele zomer gelukkig mee geweest.

Het is van plastic. In de vorm van een kip met open snavel en uit haar kont een blaaspijpje schuin omhoog. Er moet water in. Niet helemaal vol want dan doet ze het niet. De kip half vol en dan blazen. Wat een weergaloos vrolijk tjilpje. Ze bestaan nog en een Nederlandse groothandelaar in pretpakketten vraagt er 24 cent per stuk voor, maar dan moet ik er wel 144 tegelijk afnemen.

Kijk op www.luchas-promotions.nl, klik op feestartikelen en dan op grabbelton. Misschien een poel organiseren met 144 lezers? Er is nog zo’n prachtding te koop, ook 24 cent. Een fluitje met een zuigertje aan een staafje. Door het zuigertje te verschuiven fluit de fluit hoger of lager. Maar hiervan moet je er maar liefst 288 tegelijk kopen. Voor een concert met tien schoolklassen.

De zoektocht naar fluitjes van weleer werd ingegeven door de introductie van een scherpe snerper voor noodgevallen. Een commercieel behendige dame te Amsterdam haalt een rood plastic fluitje van een cent uit China, noemt het een noodfluitje voor als iemand op straat je wil lastigvallen en vraagt er 5 euro voor (en 1,74 euro verzendkosten). Veilig gevoel.

‘115 decibel bescherming’, staat er op gedrukt. Maar wat een geld! En hij kan alleen hard piepen. Eenzelfde type fluitje met een erwt erin piept niet maar priept. Klinkt veel overtuigender en kost niet half wat mevrouw voor het rode noodfluitje vraagt.

Maar voor 11 cent kan het al. Een goed fluitje op een plek waar je het zo niet direct verwacht. In de supermarkt bij het snoep. Voor 89 cent acht fluitjes in een zakje van Look-o-Look. In elk fluitje zit een zetpil van druivensuiker met citroenzuur. Niet interessant, dat snoep. Te meer het fluitje zelf. Door met een vinger het uiteinde half af te sluiten wordt de toon lager. Vinger weg; toon hoger. Toetie, toetie krijg je dan.

Lastige mannen hebben geen leven meer als iedereen ze met fluitjes verjaagt. Fluitjes zijn hevig in de mode in het oosten van Europa. Mode die snel naar hier waait. Limonadefabrikanten en bottelaars van mineraalwater in het oosten van Europa sluiten sinds kort flesjes met een fluitjesdop.

Volgens het vakblad Verpakkingsmanagement geeft dat ‘een marginaal product meerwaarde’. Niet wat in de fles zit doet er toe, het gaat om de dop. En: ‘het fluitje op het flesje versterkt de band met de belangrijkste consument van de limonadefabriek, het kind’.

Het is een lurkdop. Je trek hem open met je tanden en kan dan uit de fles lurken. Een kleine aanpassing aan het ontwerp maakt van de dop een fluit en als je de lege fles doormidden knipt wordt het een toeter.

De fluitdop wordt gemaakt door een Hongaarse fabriek van het Duitse familiebedrijf Bericap. Ze dachten daar; een grapje. Maar het werd een rage, er valt niet tegen de vraag op te produceren. Iedereen in het oosten wil op zijn fles een fluitje. Van een cent? Net ietsje meer, zegt Bericap.

Wouter Klootwijk