Debutantenbal voor coalitiefracties

De drie coalitiefracties hebben nieuwe voorzitters. Het eerste debat met het nieuwe kabinet pakte niet voor alle drie even gunstig uit. De Kamer staat nog honderd dagen in de wacht.

De motie van Geert Wilders (op voorgrond) over de dubbele nationaliteit van Ahmed Aboutaleb (links) en Nebahat Albayrak (rechts) werd verworpen. Foto’s Roel Rozenburg Den Haag:1.3.7 Regeringsverklaring kabinet Balkenende. Bijdrage van Wilders - midden - links/rechts de staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Het was even aftasten gisteren in het debat over de regeringsverklaring, maar na veertien uur discussiëren waren de posities ingenomen. Met een centrum-links kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie in vak K, en een oppositie die langs de klassieke links-rechts verhouding van twee kanten het kabinet attaqueert, kan het regeren beginnen.

De herschikking van Kamerzetels op 22 november vorig jaar kreeg daarmee gisteren zijn definitieve beslag. Niet alleen zijn twee van de drie coalitiepartners nieuw, ook sommige oppositiefracties moeten zich een nieuwe rol aanmeten. D66 omdat de fractie is gehalveerd, de SP omdat het aantal leden is verdrievoudigd en de Partij voor de Vrijheid omdat deze fractie nu ineens een factor van belang is geworden.

Met de verkiezingen voor de Provinciale Staten voor de deur (7 maart), gebruikten de fracties het debat ook nadrukkelijk als onderdeel van hun campagnes. Mede daarom werd de uitgestoken hand aan de oppositie – Balkenende nodigde hen nadrukkelijk uit samen met hem de dialoog aan te gaan met de samenleving – maar ten dele geaccepteerd. De linkse oppositie (GroenLinks en SP) erkende ruiterlijk dat met de komst van de PvdA in de coalitie de scherpste randjes van de neo-liberale kabinetten-Balkenende I tot en met III er vanaf waren. Zowel Femke Halsema (GroenLinks) als Jan Marijnissen (SP) was mild. Maar niet kritiekloos: ze vielen vooral de PvdA aan, die op een aantal linkse thema’s concessies had moeten doen om mee te kunnen regeren.

De enige in de Kamer vertegenwoordigde partij die niet deelneemt aan de Statenverkiezingen, de PVV van Geert Wilders, trok wel de meeste aandacht met de motie van wantrouwen tegen de staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb (beiden PvdA). Ook VVD-leider Mark Rutte viel op met enkele felle interrupties. Rutte had zich voorgenomen zowel de liberale agenda naar zich toe te trekken, als Wilders het monopolie op thema’s als asielzoekers en criminaliteit uit handen te slaan. Dat lukte aardig, met name in zijn openingsbeschouwing, waar Rutte stelling nam tegen de bemoeizucht van het kabinet.

Vanwege de verdeelde oppositie werd het debat nooit echt dreigend voor het kabinet. De ‘veilige’ middenpositie komt de coalitie niet slecht uit, gezien het feit dat de coalitiefracties geleid worden door nieuwelingen. Dat ‘debutantenbal’ van Jacques Tichelaar (PvdA), Pieter van Geel (CDA) en Arie Slob (ChristenUnie) pakte niet voor alle drie even gunstig uit.

De PvdA lijkt met de keuze voor Tichelaar een bijter naar de stijl van oud-CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen te hebben gevonden. Tichelaar bood vaardig weerstand tegen de vele aanvallen van oppositieleider Marijnissen. De PvdA heeft zo’n geprofileerde straatvechter als Tichelaar extra nodig nu partijleider Bos ‘vast’ zit in het kabinet. CDA’er Van Geel daarentegen liet ogenschijnlijk over zich heenlopen. Hij leek er bewust voor gekozen te hebben geen kritiek te uiten op „ons kabinet”, zoals hij Balkenende IV consequent noemde. Politiek gezien liep hij daardoor enige schade op, vooral toen hij zich weinig inhoudelijk verweerde tegen interrupties van de oppositie. Slob toonde zich een degelijke fractievoorzitter, wat minder gehaaid dan zijn voorganger Rouvoet.

Om tien over twee vannacht, na de stemming, was één ding duidelijk: dat er nog veel onduidelijk blijft. Het kabinet zet de Kamer nog zo’n honderd dagen in de wacht. Pas dan zijn de dialogen gevoerd met het middenveld en is duidelijk wat het kabinet concreet gaat doen. VVD-leider Rutte verzuchtte dat het tot nu toe „vaag, vager, vaagst” was. Vlak voor de zomer zal de Kamer het échte debat over de regeringsverklaring voeren.