De eenzaamste minuten van de mensheid

A.F.Th. van der Heijden heeft het voorbeschikte patroon van zijn romancyclus ‘Homo duplex’ even laten varen. Met als resultaat een adembenemende roman, gebaseerd op de moorddadige sekte van Charles Manson.

A.F. Th.: Het schervengericht. Een transatlantische tragedie. Querido, 1051 blz. € 34,50 (geb) € 24,90 (pbk)

A.F. Th. van der Heijden is ontketend, en hoe! Als een Prometheus die zich van de rots heeft losgescheurd schreef hij, groots en meeslepend, het nieuwe omvangrijke deel van zijn romancyclus Homo duplex. Aan het einde van deze magistrale inspanning wordt duidelijk van welke beklemming Van der Heijden zich heeft bevrijd. In een ‘Verantwoording’ schrijft hij: ‘Het schervengericht is onderdeel van de romancyclus Homo duplex. Ik heb besloten de afzonderlijke romans (op het al verschenen deel 0, De Movo Tapes, na) pas in een dwingende volgorde te plaatsen na voltooiing en verschijning van de complete reeks.’

Anders dan De Movo Tapes en de vorig jaar verschenen novelle Drijfzand koloniseren eindigt Het schervengericht dan ook niet met de aankondiging van ettelijke nieuwe delen, compleet met rugnummers en titels, waar je het als lezer Spaans benauwd van kreeg omdat zoveel hybris tot noodlottige ondergang moet leiden. In een interview met deze krant zei Van der Heijden over zijn megalomaan ogende project: „Het geheim van mijn leven is misschien dat ik mij vastleg op grote dingen, terwijl ik naar vrijheid streef. Voor mij betekent vrijheid: mezelf de ruimte gunnen voor dit soort grote projecten, waar ik me vervolgens aan vastketen. Daar voel ik me goed bij.” Voor zijn romans blijkt het beter als hij zich niet al te zeer vastlegt, zich niet houdt aan het dwangmatig volgen van een voorbeschikt patroon, maar het toeval een kans geeft in een avontuur van vrije scheppingsdrift.

Het schervengericht is dan ook te vergelijken met Van der Heijdens beste roman, Advocaat van de hanen, die deel uitmaakt van de cyclus De tandeloze tijd, maar ook heel goed los daarvan gelezen kan worden. In Advocaat van de hanen worden de krakersrellen en de dood van kraker Hans Kok beschreven als een mythe van onze tijd. Volgens ongeveer hetzelfde procédé, een mengeling van documentaire en adembenemend spannende fictie, (re)construeert Van der Heijden in Het schervengericht de wereldschokkende moordpartij die de sekte van Charles Manson in 1969 aanrichtte in Los Angeles, met als beroemdste slachtoffer filmactrice Sharon Tate.

Je hoeft De Movo Tapes met al zijn uitgezette, maar onvoltooide verhaallijnen niet paraat te hebben om Het schervengericht te kunnen begrijpen, maar een beetje voorkennis helpt wel om inzicht te krijgen in de bedoelingen van de auteur. In De Movo Tapes treedt als verteller de lichtgod Apollo op. Vanuit het jaar 2024 blikt hij terug op de historische gebeurtenissen die zich sinds de landing van de mens op de maan op het toneel van het theater Aarde hebben afgespeeld en waarin hij zelf in niet geringe mate de hand heeft gehad. In het hoofdstuk ‘Hurly Burly’ van De Movo Tapes vertelt hij wat hij in 1969 in Los Angeles van plan was: het ontketenen van een raciale revolutie via de wetten van de tragedie, waarbij ‘synchroniciteit’, door Godenhand ‘geordend toeval’, het werk moest doen. De onderneming mislukt gruwelijk, want ontaardt in een laaghartige bloedorgie en Apollo dreigt ontmaskerd te worden als de aanstichter. Hij besluit zijn werkterrein te verleggen naar de ‘stadstaat Randstad’ in Nederland waar hij de Oidipous-achtige Tibbolt Satink (Movo) in het leven zal roepen om een ‘wereldstaking’ te gaan leiden.

Zoals in De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch een engel wereldoorlogen initieert om de juiste mens te kweken voor het uitvoeren van een goddelijk plan, zo schuift ook Apollo met mensen alsof het pionnen zijn. In Het schervengericht keert hij eind 1977 terug naar Los Angeles om uit te zoeken waarom zijn meesterplan indertijd mislukt is.

Onder een valse naam (zijn eigen naam heeft hij in 1969 aan de NASA verkocht) meldt hij zich aan als cipier in een Californische gevangenis waar hij op ingenieuze wijze twee hoofdrolspelers in de tragedie samenbrengt – het brein achter de moorden en de echtgenoot van het bekendste slachtoffer. In de twee bijna identieke gevangenen (even klein van stuk en bijna even oud) herkennen we sekteleider Charlie Manson en filmregisseur Roman Polanski, wiens hoogzwangere vrouw Sharon Tate in hun echtelijke villa werd afgeslacht. Van der Heijden noemt de historische figuren die bij de moorden betrokken waren alleen bij hun voornamen, de naam van Charlies sekte verandert hij van The Family in The Circle en het beroemde nummer ‘Helter Skelter’ van de Beatles dat Charlie Manson tot zijn daden inspireerde heet bij hem ‘Hurly Burly’. Voor de rest volgt hij de nauwgezet de feiten, maar hij voegt daar via dialogen tussen moordenaar Charlie en Remo Woodehouse (zoals de filmregisseur zich in de gevangenis laat noemen) als bliksems inslaande interpretaties aan toe.

Charlie blijkt nog aanzienlijk gestoorder dan we uit de non-fictie boeken die aan hem gewijd zijn al konden opmaken. Hij waant zich een omgekeerde Jezus Christus: een godenzoon die geen liefde predikt maar ‘cozy horror’ en zijn volgelingen niet de hemel belooft, maar een onderaards paradijs, een put des afgronds. De filmregisseur, in de gevangenis wegens beschuldiging van verkrachting van een dertienjarig meisje, wil de motieven achterhalen van de man die zijn leven heeft vernietigd. Het leidt ertoe dat hij – zich spiegelend aan de moordenaar van zijn vrouw en ongeboren kind – zijn eigen motieven als kunstenaar en mens aan een onderzoek onderwerpt.

Zoals het een klassieke tragedie betaamt (Homo Duplex is geënt op Sophoces’ Oidipous) worden de gruwelen niet rechtstreeks vertoond maar overgebracht door een bode. Die bode is de filmregisseur. In een totaal verduisterde isoleercel, te midden van zijn eigen drek, reconstrueert hij de laatste uren van zijn vrouw en zoontje en schrijft daarmee als het ware aan ‘het onmogelijk te schrijven boek’, waaraan in De Movo Tapes door de toekomstige leider van de wereldstaking ook al wordt gewerkt. Dat onmogelijke boek heet in Het schervengericht ‘De eenzaamste twintig minuten uit de geschiedenis van de mensheid’. De filmregisseur laat er in even huiveringwekkend als teder proza zijn zoontje spreken, die als voldragen foetus na de moord op de moeder nog twintig minuten in haar lichaam doorleeft.

De opzet van Van der Heijdens romancyclus biedt alle mogelijkheden om er eigentijdse tragedies en mythes in op te nemen, zoals de aanslagen van 11 september 2001 en in Nederland de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. In Het schervengericht worden die gebeurtenissen zijdelings van commentaar voorzien. Charlies van godsdienstwaanzin doorspekte monologen klinken als de gevaarlijke doodsverheerlijkende wartaal van Mohammed B. Het woord ‘submission’ wordt in een gesprek tussen Charlie en Remo geanalyseerd en de moord op Gary Hinman (een paar dagen voor die op Sharon Tate) wordt door de veganist Charlie verdedigd met de woorden dat ‘die charlatan’ vlees at en bont droeg en dus dood moest.

Het schervengericht eindigt met de verbanning van de filmregisseur uit de Verenigde Staten, uit Hollywood dus. Apollo heeft het woord schervengericht als eerste laten vallen. Hij verwees daarbij naar een stemprocedure in de Atheense democratie om leiders die te veel macht naar zich toe trokken voor tien jaar te verbannen. Dit gebeurde door de naam van een persoon op een scherf aardewerk te schrijven. Remo gebruikt de term om de willekeur van het Amerikaanse rechtssysteem aan te klagen. Uiteraard is hij verbitterd over zijn verbanning. ‘En nu …niet Charlie, ik word de ballingschap ingedreven. De moordenaars zijn langs de gewone juridische weg veroordeeld.’ Aan de andere kant beseft Remo dat hij de ballingschap over zichzelf heeft afgeroepen. Hij vergelijkt zichzelf wegens zijn film Chinatown met een tragedieschrijver uit de Griekse oudheid die verbannen werd omdat hij zo goed was dat hij de competitie bedierf.

Het schervengericht bevat – met talloze verwijzingen naar de wereldliteratuur, van de bijbel tot Shakespeare en van Kafka en Genet tot De Saint-Exupérie en Harry Mulisch – de aloude drama’s van revoluties die hun eigen kinderen opeten, van de witte magie van wereldverbeteraars die omslaat in zwart satanisme en van al te ambitieuze stervelingen die voor hun hoogmoed worden gestraft.

Charlie, de moordenaar, predikt ‘de lof der inversie’, de lof der omdraaiing, en dat is ook het middel dat Van der Heijden in deze uit flitsende dialogen en duizelingwekkende beschrijvingen en bespiegelingen opgebouwde roman aanwendt om zijn ontdekking van de hel aanschouwelijk te maken.

Ik kan niet wachten tot Apollo, die in Amsterdam is teruggekeerd, ons meesleurt in zijn volgende tragedie. In welke volgorde hij zijn ontwerpen loslaat op de werkelijkheid, maakt niet uit, de tocht naar de wereldstaking tegen de menselijke conditie en naar het onmogelijk te schrijven boek wil ik meemaken, in elk geval als de nog te verschijnen delen het niveau van Het schervengericht evenaren. Dat weten we uiteraard niet. Wel staat vast, dat als Van der Heijden zo verder gaat, er met Homo duplex een voor Nederland ongekend, naar het hoogste reikend meesterwerk in de maak is.