De documentaire verdwijnt

Het aantal documentaires op de Nederlandse tv neemt af, terwijl er wel meer talent is.

Extra geld van het kabinet gaat nu deels naar dit genre. De vraag is echter hoeveel?

Het aantal documentaires op de Nederlandse televisie neemt drastisch af. „Terwijl er steeds meer getalenteerde documentairemakers komen en hun werk in het buitenland steeds meer waardering krijgt’’, zegt Paul Cohen, „worden de uitzendmogelijkheden en middelen sterk verminderd.’’ Cohen is lid van de Beleidsgroep Documentaire, waarin producenten, makers en omroepen vertegenwoordigd zijn.

De Humanistische Omroep (Human) en de IKON zenden vanaf volgend seizoen jaarlijks 18 documentaires minder uit. Op last van het Commissariaat voor de Media moeten zij een substantieel deel van hun zendtijd inleveren. Ook zijn er jaarlijks 44 cultuurdocumentaires minder door de samenvoeging van Het Uur van de Wolf (NPS/VPRO) en Close-Up (AVRO) op 1 september 2006. Verder moet de maatschappelijke documentaire behoorlijk inleveren. NCRV Dokument krijgt nog maar geld voor 30 in plaats van 40 documentaires per jaar.

„Het korten op de uitzendtijd is een enorme aderlating bovenop de korting die al was ingezet’’, zegt Cohen. Het gaat volgens hem daarbij vooral om de persoonlijke, met filmische middelen gemaakte, creatieve documentaire en niet om programma’s met een documentair karakter als Profiel of de portrettenreeks van Paul Rosenmöller. Uit berekeningen van Cohen blijkt dat het aantal uitzenduren voor documentairemakers sinds 2004 met een vijfde tot een kwart is verminderd.

Volgens Annemiek van der Zanden, namens de NPS eindredacteur van Het Uur van de Wolf en Holland Doc., betekent deze forse teruggang een ‘kaalslag in het beroepsveld’. „De Nederlandse documentaire staat internationaal hoog aangeschreven en wint vaak prijzen. Maar je kan succesvolle, prijs winnende documentaires niet bestellen. Daarvoor moet er een productie, continuïteit en een oeuvre bestaan. Je hebt ten minste 120 documentaires per jaar nodig om een gezonde industrie op poten te houden.” Binnen de publieke omroep wordt volgens haar niet goed nagedacht over de gevolgen op lange termijn. „Dat is zorgwekkend. Maar gelukkig wordt er nu opnieuw gekeken naar de cultuurprogrammering van de Publieke Omroep, dus ik ben hoopvol.’’

Ook Bert Janssens, directeur van de Humanistische Omroep waar noodgedwongen flink in documentaires is geschrapt, ziet lichtpunten. De twee maal vijftig miljoen euro die volgens het regeerakkoord de komende twee jaar naar de Publieke Omroep vloeien, zouden onder meer zijn bestemd voor het kwetsbare genre documentaire. Ook ziet Janssens veel in de samenwerking met de culturele sector, zoals op het digitale kanaal Cultura.nl.

Het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties (Stifo), het belangrijkste subsidiefonds voor door de Publieke Omroep uitgezonden documentaires, vestigt eveneens de hoop op de in het regeerakkoord toegezegde extra middelen. „De Raad van Bestuur heeft gezegd nu echt werk te willen maken van kunst en cultuur, drama en het artistiek product’’, zegt Stifo-directeur Hans Maarten van den Brink. „Dit jaar hebben we een record aantal subsidieverzoeken voor documentaires. Van die documentaires waarover positief is geadviseerd, kunnen we maar iets meer dan de helft toewijzen. Dat is hier nog nooit vertoond. Daarom is het extra omroepgeld, waarvan een deel door omroepvoorzitter Bruins Slot al is bestemd voor de kwetsbare genres, van harte welkom.”

De prangende vraag luidt nu hoe dat extra geld wordt besteed. „Wij zijn ervoor het te bestemmen voor kunst, drama en documentaire”, zegt Van den Brink. „Dit fonds is bij uitstek de brug tussen de wereld van de omroep en van kunst en cultuur.’’