De dingen zoals ze gaan

De bekroonde zanger en theatermaker Daniel Samkalden (28) maakt van zijn prijzengeld een reis langs vier wereldsteden. Voor het Cultureel Supplement doet hij verslag. Vandaag de eerste etappe: Buenos Aires. „Het bevalt me hier. Al blijven de wonderen uit.”

Ik, die me al ontheemd voel als ik in de tram zit, ben op wereldreis. Ik ben vertrokken om een geslaagder mens te worden. Ik reis langs Buenos Aires, New York, Tokio en Berlijn met twee doelstellingen: culturele verrijking en persoonlijke bevrijding. Zo vaag als deze begrippen klinken, zo hoog zijn mijn verwachtingen ervan.

Zo werd ik op een ochtend wakker op het zuidelijk halfrond in een gigantische stad waar niemand me kende en niemand op me zat te wachten. Ik opende mijn ogen tussen blauwe lakens en keek door een vreemd raam naar een vreemd uitzicht. Godzijdank is voor mensen met angst voor vervreemding een gouden tijdperk aangebroken. Ik heb mijn laptop geïnstalleerd op de tafel en daar vanuit kijken alle vrienden en familieleden mee en als ik over straat loop, worden de foto’s die ik maak direct geüpload naar mijn weblog en kunnen ze me blijven volgen. Ik maak me nieuw terrein eigen als een goudvis een wisseling van temperatuur.

Buenos Aires is onoverzichtelijk groot. Er leven 13 miljoen mensen en wolkenkrabbers zijn er niet. In Buenos Aires is het zomer. Het is 30 graden, de lucht is blauw en de stad staat vol oude, hoge bomen met volle bladeren. Er is weinig reden niet naar Buenos Aires te gaan, weet ik nu ik er ben. Onder de bomen rijden auto’s. Heel erg veel auto’s. De helft ervan taxi’s. Ik wandel graag door de hectische straten. Omdat het groen is, omdat de mensen me zacht en vriendelijk aankijken en omdat je hier uren kunt lopen zonder een Trekpleister, Blokker of Bakker Bart tegen te komen. Winkels met veel gelijke kenmerken herken ik nog niet als zodanig. De bomen, de muziek, de aardige taxichauffeurs kunnen me bekoren, maar het allerleukste aan Buenos Aires is dat het goedkoop is. Drie keer zo goedkoop als Nederland. Met als gevolg dat ik niet goedkoper leef, maar er een drie keer zo hoge leefstandaard op nahou.

En er is nog iets leuks aan Buenos Aires: alle meisjes hebben mooie borsten. Iets wat me opviel vanaf het moment dat ik de bagagehal uitliep. Het is buitensporig. Naar het schijnt doet iedereen hier aan plastische chirurgie. Het zit hier in de polis. Ook is heel Buenos Aires in psychotherapie, maar daar zie je op straat dan weer weinig van.

Ik heb een kamer in een relatief rustig deel van de stad. Het kwam me een stuk kleiner voor dan op de foto’s die me waren toegestuurd. De eigenaar moet zich tegen de hoeken van de muur hebben gedrukt om het een ruimtelijk appartement te doen laten lijken. Desalniettemin staat er alles wat ik nodig heb. Meer nog. Er staan genoeg meubels voor een klein landhuis. De meeste ervan heb ik op het balkon gezet. Dat kan hier. Maar het grootste deel van de tijd ben ik uit. Het is hier makkelijk contacten leggen. Ook voor mensen zoals ik. De sociale activiteit cumuleert hier. Zo lunchte ik vanmiddag met vrienden van een jongen waarmee ik gister at en ga ik vanavond met het meisje dat daar weer bij aanwezig was naar een bar en als zij dan weer drie vrienden meeneemt, zit ik de rest van de week vol.

Omdat ik mijn komst met veel

aplomb heb aangekondigd weet iedereen dat ik hier ben voor ‘mijn werk’. Dat ik me wil laten voeden bij het maken van een theaterprogramma, dat ik schrijf voor een krant en daarom zoveel mogelijk inzicht wil krijgen in het artistieke leven. Zelf vergeet ik dat steeds. Ik vind het al heel wat dat ik het hier leuk vind. Ze vragen me of ik al inspiratie heb en of ik al een indruk heb van de cultuur. Ik heb nog geen museum bezocht. Wel al een sportschool. Ik moet mezelf helpen herinneren dat de prijs die ik gewonnen heb moet worden besteed aan de ontwikkeling van mijn carrière. Als theatermaker, niet als sportman.

Ik ben wel naar een toneelstuk geweest. Een monoloog van een acteur die vorige week in Berlijn een Gouden Beer won. Over een transseksueel in de Tweede Wereldoorlog, begreep ik achteraf. Meestal ben ik erg kritisch over toneel. Hier valt dat mee. Deels door de aangename temperatuur als je het theater uitloopt, deels omdat ik geen Spaans versta.

Ik spreek ongeveer net zo slecht Spaans als de Argentijnen Engels. Het maakt het communiceren er niet makkelijker op. De taxichauffeurs hebben er geen last van. Zij voeren evengoed gesprekken met me. Ik probeer te werken in het café van een boekwinkel. De meisjes die me daar thee inschenken en kijken als een kip naar het onweer wanneer ik ze probeer duidelijk te maken dat ik liever kruidenthee wil, die meisjes zou ik graag met mooie taal voor me winnen.

Ik zou een cursus Spaans kunnen doen.’s Nachts de hippe clubs kunnen afstruinen om een beetje te leren dansen en contact te maken met de Argentijnen, in plaats van mijn avonden te slijten met Nederlanders, veelal aan tafel. Nederlanders die vaak angstwekkend dichtbij wonen in Amsterdam. Ik zou op z’n minst op zoek kunnen gaan naar meisjes hier die me wel verstaan. De meisjes die een goede opleiding hebben genoten, die uit de beste wijken komen, een politieke mening hebben, een zonnig toekomstperspectief en een tot in de perfectie gecorrigeerd lichaam. Maar dat doe ik niet.

Met de wetenschap waar de supermarkt zich bevindt, wat de openingstijden zijn van de sportschool en waar ik het beltegoed van mijn telefoon kan ophogen, is het gedaan met mijn ondernemingsdrift.

Ik dacht dat het hier allemaal wel

zou komen. Dat ik op een golf een nieuw leven zou omarmen. Maar het zit er niet in. Ook nu niet. Ook hier niet.

Soms ben ik bang dat ik ben geboren met een kritisch inzicht dat mijn mogelijkheden als mens ver overstijgt. Gelukkig doet dat er hier allemaal niet toe. Alles kan hier op elk moment op alle manieren, maar ook helemaal anders. Je kan naar de dierentuin gaan, maar als dat er niet van komt, kan het ook morgen of overmorgennacht of niet. Dingen lopen zoals ze gaan. Of andersom. Er worden hier geen afspraken gemaakt. Dat ligt me. Je kan hier niet te laat komen. Geen beloftes breken.

Als ik ’s avonds thuiskom, verplaats ik de computer naar mijn bed en luister ik naar Met Het Oog op Morgen. Een morgen die in Nederland dan al is begonnen. In Nederland ligt Ajax eruit, heeft Moszkovicz de tv-show die hij wilde en hebben we een christelijk-sociaal-christelijk kabinet. Ik zou hier best per ongeluk een half jaar kunnen blijven. Het bevalt me. Al blijven de verwachte wonderen uit. Je kan dingen achter je laten, maar zolang je ’s avonds naar herhalingen van Met Het Oog op Morgen luistert is er weinig gewonnen. Gelukkig mag ik nog drie keer opnieuw beginnen. Nog drie keer ontdekken wat ik al weet.

Daniël Samkalden schrijft hier over drie weken vanuit New York.