‘De Afghaan wast zich in water waarin-ie pist’

Sinds de opkomst van de laptop en het internet houden militairen weblogs bij.

Die gaan soms echt te ver, vindt Defensie. Daarom komt een gedragscode.

Soldaat Sjoerd bericht op zijn weblog over zijn werk als militair in Kandahar. Hij moest een maand geleden „driehonderd” Afghanen tijdens een controle „in bedwang houden”, vlakbij de poort van de militaire basis in Kandahar. Dat werk vond hij „op zich best wel leuk”, totdat de controle wordt verstoord. „Net op dat moment vonden wat Afghanen het nodig om een raket op ons te schieten. Hij kwam op ongeveer 150 à 200 meter van ons neer. Ik keek net toevallig in die richting en kon heel de explosie zien. Ik kan je vertellen: dichterbij hoeven ze van mij niet te komen!”

De informatie op het weblog van soldaat Sjoerd is een voorbeeld hoe het niet zou moeten, stelt Jan Blacquière, die onder meer verantwoordelijk is voor de interne communicatie bij Defensie. Exacte plaatsaanduiding van een ingeslagen raket is missiegevoelige informatie. Het zou de Talibaan in de kaart kunnen spelen: als die weten op welke plek de raket binnen de basis is ingeslagen, weten ze voor een volgende keer hoe ze hun raketinstallatie op de juiste manier moeten instellen.

Het is daarom voor journalisten door Defensie verboden dergelijke informatie op te schrijven. Journalisten die embedded zijn (verslaggevers die onder de hoede van Defensie door Afghanistan reizen) moeten hun producties altijd voor publicatie laten lezen door Defensie, die vervolgens kijkt of er niets in hun artikelen staat wat de troepen in gevaar kan brengen.

Bij bloggende militairen ligt dit anders. Er was tot op heden niemand die hun verhalen op internet controleert. Ongecontroleerd delen ze hun ervaringen en gevoelens met hun kennissenkring en ieder andere internetgebruiker.

Militairen publiceren niet alleen gevoelige informatie, soms beledigen ze ook de Afghaanse bevolking. Zoals op het weblog van soldaat Jan-Willem. „Die mensen stinken en die kinderen zijn irritant. Als je stilstaat komen er allemaal kinderen op je af en gaan ze hele verhalen in het Afghaans vertellen. En die snappen dan niet dat je er geen kut van begrijpt. Als je het zat bent dan schreeuw je gewoon even hard en wijs je ergens heen.”

Uit zijn weblog blijkt dat Jan-Willem wel eens theedrinkt met de lokale bevolking. Over de Afghaanse huizen schrijft Jan-Willem: „Het zijn vier muren van klei en stront. Ik heb de thee aangepakt en toen die weg was snel ergens in een hoekje weggesmeten haha. Anders heb ik straks allemaal schurft aan mijn mond, je weet nooit waarmee die Afghanen die kopjes schoonmaken (ze wassen zichzelf al in hetzelfde water als waarin ze schijten en pissen).”

Jan-Willem is niet de enige. In veel van de door deze krant bekeken weblogs gebruiken Nederlanders het woord ‘geitenland’ als synoniem voor Afghanistan.

Volgens Defensie „kan dit niet door de beugel. Dit pas niet in onze gedragsregels”. Het ministerie is „ongelukkig” met de ongecontroleerde wildgroei aan weblogs. Afgelopen januari introduceerde Defensie een „krijgsmachtbrede gedragscode” die ongewenst gedrag moet tegengaan.

Een nieuwe ‘weblogcode’ sluit hierop aan. Er staat in dat militairen niet mogen beledigen en geen gevoelige informatie mogen publiceren. Voorafgaand aan missies werden militairen al wel gewezen op de risico’s van het plaatsen van missie-informatie op internet.

Het is voor het eerst in de geschiedenis van de krijgsmacht dat militairen zo frequent en openhartig weblogs bijhouden. Voor de komst van internet schreven militairen brieven naar geliefden, familie en vrienden. De post deed er weken over. Pen en papier zijn ingeruild voor een laptop met internet. Op de Nederlandse legerbasis in Afghanistan is het dan ook een beeld dat je veel ziet: militairen die met laptop op schoot hun weblog bijhouden.

Defensie schat dat ongeveer 40 tot 50 van de bijna 2.000 uitgezonden militairen in Afghanistan een weblog bijhouden. „Negenting procent daarvan betreft hele leuke weblogs, maar die vier tot vijf kwalijke weblogs moeten we eruit pikken.”

Waarom bloggen militairen? Een antwoord op de vraag is te vinden op het zeer uitgebreide internetdagboek van Kevin, een militaire kok. „Waarom ik toch doortype op mijn laptopje? [...] Om dingen van me af te schrijven.” „Er is een behoefte om ervaringen te delen”, zegt Blacquière. Hij benadrukt de weblogs „zeker niet” te willen verbieden. „Familieleden reageren massaal op de weblogs. Dat contact vinden wij belangrijk. Wij willen de vrijheid van meningsuiting niet beperken.”

Op het gros van de weblogs schrijven militairen over zaken als het weer, hun familie, carnaval en hun dagelijkse werkzaamheden. Sommigen zeggen dat „de tijd voorbij vliegt”, anderen juist dat ze zich vervelen. Patrick blogt op 28 januari: „De hele dag een beetje in de zon zitten en kijken hoe twee Afghanen zichzelf haast elektrocuteren bij het lassen van een hek. Wat een volk. Ik heb er een lekkere bruine kop aan over gehouden, verder was het maar saai.”

Lees de weblogs van de Nederlandse militairen in Uruzgan via: nrc.nl/binnenland