Dankzij de duiven

Meir Shalev: Een duif en een jongen. Vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt. Rothschild & Bach, 416 blz. € 19,95

Meir Shalev heeft in zijn nieuwe, onlangs in het Nederlands vertaalde roman Een duif en een jongen de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1948 tot onderwerp gekozen. Hoewel deze oorlog cruciaal is geweest voor het ontstaan van Israël, heeft hij na de jaren vijftig weinig literaire auteurs meer geïnspireerd. Shalev, zelf geboren in 1948, gebruikt één curieus detail als uitgangspunt: het gebruik van postduiven voor het zenden van berichten van en naar het front.

De postduiven spelen een rol in de liefdesgeschiedenis van een jongen en een meisje. Het meisje werkt in het centrale duivenhok in de dierentuin van Tel Aviv waar de plaatsing van postduiven in verschillende kibboetsen wordt gecoördineerd. De jongen woont in een van die kibboetsen en verzorgt daar de duiven. Hij is een buitenbeentje, zonder vrienden in de kibboets, maar de duiven zijn zijn lust en zijn leven. De twee ontmoeten elkaar in het centrale duivenhok, worden verliefd en sturen jarenlang liefdesbriefjes mee met de duiven die ze naar elkaar zenden. Totdat de jongen in de Onafhankelijkheidsoorlog sneuvelt tijdens de strijd om een klooster bij Jeruzalem. Voordat hij sterft, weet hij echter nog een postduif naar zijn geliefde te sturen met een heel bijzondere boodschap.

Deze boodschap verbindt de tragische geschiedenis op een ingenieuze manier met de andere verhaallijn, die zich afspeelt aan het eind van de jaren negentig. Ja’ier Mendelson, toeristengids gespecialiseerd in het rondleiden van vogelkenners, is een weinig krachtige persoonlijkheid, die zijn leven vooral door vrouwen laat bepalen. Hij is getrouwd met een mooie, rijke, koele Amerikaanse, met wie hij in een chic appartement in Tel Aviv woont, waar hij niet gelukkig is. Zijn moeder geeft hem op haar sterfbed geld om een huis voor zichzelf te bouwen waar hij zich werkelijk thuis kan voelen. Hij vindt een huis in het Jizreëldal en laat het verbouwen door zijn jeugdvriendin Tirtsa. In dit huis heeft hij eindelijk het gevoel dat híj de baas is. Net zoals postduiven altijd de weg naar hun eigen hok terugvinden, heeft Ja’ier voortaan een plek om telkens naar terug te keren.

Shalevs romans lijden soms aan een zekere oppervlakkigheid door de grote hoeveelheid kleurrijke details in die hij erin verwerkt. Doordat hij zich hier beperkt heeft tot twee verhaallijnen komen de soms verbazingwekkende gebeurtenissen maar vooral de personages beter tot hun recht. Zijn trefzekere stijl en het vernuft waarmee hij alle losse eindjes aan elkaar weet te knopen, zullen de liefhebbers van zijn werk ook ditmaal niet teleurstellen.