Consequenties

„Heb je nou je zin?”

De klassieke vraag van de verbitterde mens die zelf zijn zin niet heeft gekregen. En, zoals dat meestal gaat, ik had ’m eruit geflapt voor ik de consequenties overzien had.

Het bleef even stil in de huiskamer, afgezien van het geluid van de televisie waarop het kloeke vakbondsleidershoofd van Jacques Tichelaar zichtbaar was. Hij had net uiteengezet dat de PvdA haar knopen had moeten tellen en „het niet gered had”, toen Balkenende tijdens de kabinetsformatie de Irak-kwestie in de doofpot duwde.

Tichelaar vertelde het met de ik-kan-niet-anders-eerlijkheid van de jongen die pas toegeeft dat hij seks met het buurmeisje heeft gehad, nadat zijn moeder gebruikte condooms op zijn kamer heeft gevonden.

„Wat had je dan gewild?”

Ook een klassieke vraag, doorgaans gesteld door degene die het nuchtere, gezonde verstand vertegenwoordigt. In dit geval, ik háát het om het te moeten zeggen, mijn vrouw – die overigens nog steeds lid is van de PvdA, dus zó nuchter en gezond is ze nou ook weer niet helemaal.

„Een kabinet met de VVD, en dus met Verdonk? Wil je dat Nederland radicaal-rechts wordt?” Ze zei het op een effen toon, maar de dreigende lading van haar woorden kon me niet ontgaan.

Ze had een punt, een sterk punt, dat ik zelf ook wel had kunnen bedenken.

Het was zelfs al even door me heengegaan toen ik een flits van Verdonk op de achterbankjes van de Tweede Kamer zag: opeens een anonieme vrouw, machteloos als al die andere Kamerleden die in hun fractie de lakens niet mochten uitdelen.

Het was een geruststellend gezicht, zeker, maar wat kregen we ervoor terug?

De schrik van Venlo.

Ik wil daar niets persoonlijks mee zeggen, ik twijfel niet aan de loyaliteit van dit Kamerlid ten opzichte van zijn volk, maar ik zie nu al op z’n minst een schijnbare belangenverstrengeling tussen hem en andere neorechtse krachten, die desnoods liever géén Nederland willen dan een met moslims gedeeld Nederland. Leon de Winter staat al achter hem, nu de rest nog.

Ik keek nog eens goed naar het hoofd van Wilders, dat overigens aan de achterzijde onvoldoende geblondeerd was.

„Hoe gaat déze PvdA Wilders tegenhouden”, vroeg ik sceptisch, „als ze Balkenende al niet de baas kunnen?”

„Onderschat Tichelaar niet”, riep mijn vrouw. „Hij durft. Zag je hoe hij Marijnissen meteen aanpakte? Die wist niet wat hem overkwam.”

Het was waar. Aan Tichelaar had Triomfantelijke Jan zijn handen vol gehad. Hij is er niet meer aan gewend tegengesproken te worden, dus werd hij meteen opvallend vals. „U bent nog geen premier van Nederland”, sneerde hij. Tegen Wilders hoor je Triomfantelijke Jan nooit zo vilein uitvallen, want dat kan hem stemmen kosten.

De volgende morgen aan het ontbijt. De PvdA-fractie heeft tegen de Irak-motie van de SP gestemd, zegt de nieuwslezer op de radio. In gedachten hoor ik al die mensen ‘nee’ zeggen, terwijl ze ‘ja’ bedoelen.

„Ik weet het niet”, zeg ik, bedrukt.

„Het kon niet anders”, zegt zij.