Athene wekelijks onrustig

Wekelijkse betogingen van Atheense studenten – steeds vaker met geweld – scheppen politieke onrust. De roep om vervroegde verkiezingen wordt steeds luider.

„Gelukkig wéér geen dode.” Verzuchtingen als deze kon men gisteren horen na de zoveelste protestmars van tienduizenden studenten en docenten door het centrum van Athene. Al maandenlang vinden zulke demonstraties elke woensdag of donderdag plaats; ze vertonen qua geweld een duidelijke escalatie.

Een maand geleden waarschuwde minister van Orde, Byron Polýdoras, dat een politieman wel eens zijn zelfbeheersing zou kunnen verliezen. Gisteren klonken inderdaad voor eerst geweerschoten, afkomstig van een agent bij het ministerie van Egeïsche Zaken waar anarchisten probeerden binnen te dringen. Het waren, zo zei hij, waarschuwingsschoten geweest, uit zelfverdediging.

De protestmarsen worden georganiseerd door linksgerichte organisaties, die steeds meer in fysiek conflict komen met leden van de regeringsgezinde studentenbond. Maar de grootste schade wordt – ook gisteren weer – aangericht door de enkele honderden, onder kappen verborgen anarchisten, hier „de bekende onbekenden” genoemd, die zich al tientallen jaren plegen te mengen in demonstraties en zich overgeven aan brandstichting en andere vernielingen. De laatste tijd werpen zij molotovcocktails naar politiemannen, wier kleding soms vlam vat.

Tot arrestatie komt het slechts zelden. De meeste universiteitsgebouwen zijn intussen door studenten bezet, waardoor examens niet kunnen plaatsvinden. Op televisie ziet men hoe rectoren magnifici worden gegijzeld of hun werkkamer uitgezet. De stagnatie is volkomen.

De protesten richten zich vooral tegen een wet op de „hervorming” van het hoger onderwijs. Een van de paragrafen behelst een milde beknotting van het universitair asielrecht waarvan op grote schaal misbruik wordt gemaakt door de anarchisten. Een andere betreft de noodzaak van evaluatie van universiteiten, die in verband wordt gebracht met hun financiering. Veel docenten voelen daar weinig voor. Studenten en leerkrachten samen eisen een veel hogere onderwijsbegroting, die reeds de laagste van de EU was maar onder de regering-Karamanlis nog verder omlaag is gegaan.

Ministers verkondigen, waarschijnlijk terecht, dat aan de protestdemonstraties slechts een minderheid deelneemt. Dat woordgebruik wordt de laatste weken zo stereotiep, dat steeds meer waarnemers gaan geloven aan vervroegde verkiezingen. Deze staan voor maart volgend jaar op het programma, maar in Griekenland wordt de vierjarenperiode uiterst zelden volgemaakt. Verschillende ministers willen dat de regering de huidige onvrede over „het onverantwoordelijk optreden van links” aangrijpt voor het bereiken van een grote verkiezingsoverwinning dit voorjaar.

Het merkwaardige is dat ook de socialistische oppositiepartij bij monde van haar leider Jorgos Papandreou vervroegde verkiezingen eist om de huidige regering, „de slechtste in dertig jaar”, ten val te brengen. Opiniepeilingen geven haar in dit opzicht weinig hoop: de regeringspartij Nieuwe Democratie houdt een constante voorsprong van drie à vier procent. Vanuit de PASOK wordt wat dit betreft herinnerd aan precedenten in Duitsland en Spanje, maar de partij zelf verkeert in onmiskenbare ontreddering. Papandreou’s leiderschap is zwak en vertoont tegenstrijdigheden.