„Ze zegt toch niks?”, vraagt D.

Avondje gekeken met vriendin D. Ze had een programmaatje voor deze woensdagavond: eerst Frans Bromet met zijn docusoap Dier vermist. „Is dat wel wat”, zeg ik zorgelijk, „die serie De winkelwagen waarin Bromet met mensen mee naar huis gaat die boodschappen hebben gedaan, is voornamelijk erg zeurderig.” We keken natuurlijk toch. Naar boerin Denise, die haar hond Balou was kwijtgeraakt, zomaar verdwenen, op een ochtend was de mand leeg. Denise probeerde te beschrijven wat er zo leuk was aan Balou: „Dat iemand altijd blij is.” Bromet is verbaasd dat „boerenmensen” ook zo aan dieren hechten. De boerin somt op wat ze allemaal voor dieren heeft. Ook kinderen?, vraagt Bromet. Drie. „Daar heeft u dus niet genoeg aan eigenlijk?”, zuigt Bromet. Denise laat zich niet uit het veld slaan en haar kinderen ook niet, die tonen tekeningen van de hond en zeggen met weemoed in hun stemmetjes: „Hij kwam altijd als je hem roepte.” Er is ook nog een poging ondernomen om de hond terug te vinden met behulp van een paragnostische dierenarts. „Wat een bijzondere combinatie”, zegt Bromet. „Absoluut”, bevestigt Denise. „Baat het niet dan schaadt het niet”, moedigt Bromet aan. „Zo is het ook”, glimlacht Denise. „Het kost wel wat natuurlijk”, teemt Bromet. „Ja dat bleek achteraf”, schrikt Denise. Maar de hond bleef weg. Daarna komt er nog een vrouw die een grijze roodstaart kwijt is. Vriendin D. vindt de vogel saai. „Ik geef ook niet zoveel om vogels”, zegt ze. De mensen zelf ook niet erg. Ze zijn „best gehecht” aan zo’n dier. Daar doen we het niet voor.

Het volgende programmaonderdeel is Midsomer murders. Een serie met moorden en een inspecteur die die moorden oplost. Sla je gemakkelijk over, in de zucht naar nieuws en informatie, maar dat is niet terecht. Hier worden mooie ambachtelijke plattelandsmoorden gepleegd in een traditionele Engelse setting met een betrouwbare inspecteur die de zaken met deductie en een scherp oog oplost. Een soort rurale Hercule Poirot. Ook zitten er huwelijksdrama’s in, en koordirigenten die elkaar het licht in de ogen niet gunnen, en liefdes die niet over willen gaan, en een slechte man die zijn vrouw drogeert die tot twee keer toe probeert te ontsnappen maar daar steeds niet in slaagt. „Nou dat vind ik te gek worden hoor”, zegt D. als de vrouw voor de tweede keer naar binnen wordt gevoerd, „dat is nooit zo”. Het is gezellig kijken, alle raadsels die eerst zijn opgeworpen worden netjes afgehecht en het hele dorp is aan het eind weer tot rust gekomen. Helaas is dit meteen de laatste aflevering van de serie.

We stomen door naar Pauw & Witteman waar D. naar wil kijken vanwege Connie Palmen. „Ik kijk alleen als er een interessante gast komt”, zegt ze. Heel terecht. Maar voor we Connie krijgen („Ze moet geen rode trui dragen”, vindt D. „Een beetje ruig zwart jasje staat haar beter.”) zijn er eerst twee andere interviews. De moeder van een zoon met psychische moeilijkheden somt op hoeveel instanties en hoeveel wachtlijsten ze al heeft doorstaan in haar pogingen hulp te krijgen. Angstaanjagend veel. Minister van Milieu Jacqueline Cramer zit er ook bij en die babbelt meteen net zoals wij op de bank over hoe veel en hoe lang en hoe moeilijk, alleen is het verschil natuurlijk dat zij minister is en in een televisieprogramma zit. Ze blijft zo kwekken, ook als het over milieu gaat, dat het draagvlak voor de spaarlamp zo groot is en dat we met z’n allen… „Ze zegt toch niks?”, vraagt D. „Ze moet concréter zijn.” Mijn idee. We zijn blij als La Palmen komt. Die weet tenminste hoe je de aandacht vast moet houden. Omdat ze iets te vertellen heeft. Not like some.

Reageer op deze colomn via www.nrc.nl/ogen