Wie staat waar in de oppositie?

Vandaag debatteert het nieuwe kabinet voor het eerst met de Tweede Kamer.

Elke oppositieleider kiest zijn eigen niche.

De toon is gezet. In het debat over de regeringsverklaring dat vandaag wordt gehouden, dient Geert Wilders, fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid, direct een motie van wantrouwen in. Tegen twee staatssecretarissen (Aboutaleb en Albayrak, allebei PvdA) die nog niets hebben gedaan, en dus ook nog niets verkeerds gedaan kúnnen hebben. Volgens de PVV kunnen zij hun werk niet goed doen, omdat ze een dubbele nationaliteit en dus een dubbele loyaliteit hebben.

De rest van de Kamer vindt dat Wilders te ver gaat, maar de PVV-leider weet precies wat hij doet. Wilders wil dat de andere partijen, en dan met name de VVD, kleur bekennen. De VVD is immers ook tegen dubbele nationaliteiten, maar steunt Wilders’ motie van wantrouwen niet.

De VVD gaat een genuanceerder verhaal houden: over problemen die een dubbele nationaliteit kan opleveren bijvoorbeeld, en over de noodzaak van integratie. Dat betoog zullen kiezers snel vergeten. Maar Wilders’ motie zal de gemoederen waarschijnlijk nog weken bezighouden.

De opstelling van de PVV is tekenend: voor de oppositiepartijen dient het debat van vandaag om hun plaats ten opzichte van het kabinet én van elkaar te bepalen. Eén groot blok vormen, zoals de afgelopen vier jaar regelmatig gebeurde, wordt de komende periode lastig. Daarvoor zijn de onderlinge verschillen nu te groot. Dus kiest elke partij zijn eigen niche om de kiezers te paaien.

Anders dan bij de eerste drie kabinetten-Balkenende (steeds met VVD en zonder PvdA) is de oppositie nu opgesplitst in twee blokken. Links staan GroenLinks en SP (met respectievelijk 7 en 25 Kamerzetels), rechts de VVD (22) en de PVV (9).

En dan zijn er nog D66 (3 zetels), de SGP (2) en de Partij voor de Dieren (2). Afhankelijk van het onderwerp zullen deze drie kleine partijen de ene keer links meestemmen, de andere keer rechts. Op milieugebied bijvoorbeeld, zijn ze in het linkerkamp in te delen. Maar op sociaal-economisch terrein zijn D66 en de SGP eerder geneigd voor rechts te kiezen.

Wat Wilders de komende jaren wil gaan doen, is helder: lawaai maken en de (oude) VVD-agenda tot de zijne maken. Wat de VVD daartegenover zal stellen? De oud-bewindslieden Kamp, nu woordvoerder integratie, en Verdonk (onderwijs) gaan de rechterflank afdekken. En fractievoorzitter Rutte, die wat minder behoudend is, moet nieuwe electorale ‘wingebieden’ zoeken.

Dat verklaart waarom de VVD zich deze week de agenda van D66 toe-eigende. Afgelopen maandag maakte Rutte zich sterk voor het vasthouden aan de bestaande regelingen voor euthanasie en abortus, twee onderwerpen die het kabinet ter discussie stelt.

D66-leider Pechtold was verbijsterd. Hij had juist een dag later een lunch met GroenLinks-leider Halsema, om afspraken te maken over hoe ze gezamenlijk oppositie gaan voeren tegen de kabinetsplannen. Nu de VVD ‘medisch-ethisch’ heeft gekaapt, moet ook D66 op zoek naar een nieuw, ‘eigen’ onderwerp. Pechtold zet zijn kaarten vooralsnog op Europa: het kabinet moet laten zien wat het wil met Brussel, vindt hij.

Links van het spectrum wil Halsema de internationale agenda van het kabinet naar zich toestrekken. Balkenende IV legt volgens GroenLinks te veel nadruk op defensie. Ook keert de partij zich tegen het gemeenschapsdenken van het kabinet. Halsema: „Daar heb ik op zich niks op tegen, maar dit kabinet legt het op aan de verkeerde groepen.”

GroenLinks zou ook willen opkomen voor de belangen van de sociaal zwakkeren, maar op dat terrein moet Halsema haar meerdere erkennen in SP-leider Marijnissen. De SP is na 22 november de grootste oppositiepartij en komt dus altijd als eerste aan bod bij grote debatten. Bovendien kan Marijnissen als geen ander de sociale problemen van het land verwoorden.

Zo lijkt de oppositie de komende jaren op veel grote onderwerpen onderling verdeeld. Alleen op deelterreinen kunnen links en rechts elkaar makkelijk vinden. Met name op de ‘ChristenUnie-onderwerpen’ als homohuwelijk, abortus en euthanasie is de overeenstemming groot. Maar een akkoord op andere gebieden ligt minder voor de hand.

Halsema vestigt haar hoop op de regeringsfracties: misschien is daar zo nu en dan wat mee te regelen. Vooral als CDA, PvdA en ChristenUnie volgende week bij de Provinciale Statenverkiezingen hun meerderheid in de Eerste Kamer kwijtraken. Halsema: „Dan zullen PvdA en ChristenUnie in de Tweede Kamer bereid zijn met ons te onderhandelen.”

Maar die partijen weten zich gebonden aan een lijvig regeerakkoord, van 53 pagina’s zorgvuldig geformuleerde afspraken. Veel ruimte zullen ze niet hebben, de belofte van de nieuwe PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar – over het opzoeken van de grenzen van dat akkoord – ten spijt.