Toneelwereld wil een nieuw bestel

Het Nederlandse toneelbestel moet op de schop. Met acht stadsgezelschappen, elk met een eigen acteursensemble en sterk geworteld in hun vestigingsplaats, zou een einde moeten komen aan de aanhoudende problemen in de sector, zoals versnippering, gebrek aan publiek, een zwaar wegende reisverplichting en een gebrek aan doorstroming van jong talent. Hiervoor is wel extra geld nodig.

Dit staat in een voorstel dat door elf toneelgezelschappen en de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecteuren (VSCD) naar de Raad voor Cultuur is gestuurd. Het stuk moet als basis dienen bij de voorbereidingen van de nieuwe Cultuurnota (2009-2012).

Het huidige bestel is opgebouwd rond drie gezelschappen in Amsterdam, Rotterdam en den Haag en drie in de provincie, alle met een reisverplichting. Herneming van succesvolle producties is nu vaak onmogelijk omdat freelance acteurs elders weer verplichtingen hebben.

In de nieuwe constellatie moeten stadsgezelschappen zich meer ‘nestelen’ en een duidelijk takenpakket krijgen. Bestaande kleinere gezelschappen in Utrecht en Maastricht zouden moeten fuseren, de reisverplichting moet worden afgeschaft. Voor het kweken van een eigen gezicht zouden gezelschappen subsidie moeten krijgen op basis van duidelijk omschreven functies, bijvoorbeeld het spelen van repertoire.

Dit systeem zou volgens Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, leiden tot stroomlijning van het aanbod. „Gezelschappen worden herkenbaarder, voorstellingen kunnen langer worden doorgespeeld.”

De schouwburgen scharen zich achter het voorstel voor meer samenwerking met de gezelschappen. Dit zou problemen met gebrek aan publiek voor het gesubsidieerde toneel, dat nog slecht 15 procent van het aanbod in schouwburgen behelst, tegengaan.