Toeristenprik

Aan hepatitis E gaan in derdewereldlanden zwangere vrouwen dood. Het eerste vaccin is vooral van nut voor toeristen.

Het Amerikaanse leger en farmaciebedrijf GSK hebben een eerste vaccin tegen hepatitis E getest op Nepalese soldaten. Dat staat vandaag in The New England Journal of Medicine. Het vaccin werkt goed, maar de werking is voorlopig alleen aangetoond voor westerse militairen en vakantiegangers die in Azië de gebieden aandoen waar meer dan de helft van de bewoners geelzucht krijgt door het hepatitis-E-virus.

Door dit resultaat zal ongetwijfeld de controverse die al rond dit onderzoek bestond weer even oplaaien. In een kritische brief in Nature (30 maart 2006) stond dat het oorspronkelijke idee om het vaccin in Nepal te testen onder burgervrijwilligers niet doorging, omdat de Nepalezen „geen aandeel hadden in het ontwerp van de studie”. Daarna is het experiment uitgevoerd bij Nepalese militairen „die kwetsbaar zijn als lid van de gewapende strijdkrachten en tot de armste mensen in het onderontwikkelde land behoren”.

Hepatitis E is na A, B, C en D het vijfde hepatitisvirus dat mensen ziek kan maken. Het is in 1980 ontdekt. Het veroorzaakt een leverontsteking en dus geelzucht, zoals hepatitis doorgaans doet. Voor ongeveer 1 op de 100 zieken is de geelzucht fataal, een percentage dat tot 25 kan oplopen bij zwangere vrouwen. Deze hepatitisvariant veroorzaakt geen chronische leverziekten op lange termijn. Je krijgt hepatitis E vooral van met poep besmet water.

In hun artikel in The New England wijden de onderzoekers geen woord aan de ophef rond het vaccinexperiment. Het begeleidend commentaar van dr. Krzysztof Krawczynski van het Amerikaanse infectieziekteninstituut Centers for Disease Control is echter scherp. Hij stelt vast dat de werkingsduur van het vaccin nog onbekend is. Het onderzoek is ongeveer een jaar na de derde prik beëindigd. Mensen in gebieden waar hepatitis E heerst, weten dus niet hoe lang ze beschermd zullen zijn. En de gevaccineerden werden weliswaar niet ziek, maar onduidelijk blijft of ze wellicht toch geïnfecteerd raakten.

Dat is belangrijk omdat geïnfecteerde gevaccineerden misschien nog wel anderen kunnen besmetten. „Deze gegevens suggereren dat het hepatitis-E-vaccin nuttig kan zijn voor mensen die van de ontwikkelde wereld naar gebieden reizen waar hepatitis E veel voorkomt.” Schrijft Krawczynski. Terwijl de ethiek tegenwoordig wil dat bij onderzoek in ontwikkelingslanden het resultaat ook zin heeft voor de gemeenschap ter plaatse. En verder was 99,6 procent van de proefpersonen uiteindelijk man, merkt Krawczynski op. Terwijl hepatitis E dus vooral voor zwangere vrouwen erg gevaarlijk is.

Wim Köhler