Te veel mensen, te weinig tijd

Regisseur Albert ter Heerdt behandelt met Kicks een serieuzer onderwerp.

Hij slaagt er niet in de personages gedenkwaardig te maken.

Terwijl Martin Koolhoven met ’n Beetje verliefd voor de lichte komedie kiest om multicultureel Nederland te portretteren, slaat Albert ter Heerdt in Kicks juist een nog ernstiger toon aan dan in zijn succesvolle Shouf Shouf Habibi! uit 2004. Er is voor allebei wat te zeggen, maar de belangrijkste conclusie is toch dat geen van beide geslaagde, interessante films zijn geworden. En dat is jammer.

In interviews heeft Ter Heerdt gezegd dat hij Kicks had bedacht voordat de Amerikaanse film Crash te zien was. Dat zal vast, maar het is typerend dat hij juist aan die film refereert. Crash – vorig jaar winnaar van de Oscar voor de beste film – is namelijk om dezelfde reden niet gelukt als Kicks. Beide films volgen een groot aantal personages dat met een en hetzelfde maatschappelijk probleem wordt geconfronteerd. In Crash was het huidskleur, in Kicks de culturele achtergrond. Maar Crash noch Kicks slaagt erin van alle personages ook maar eentje echt gedenkwaardig te maken.

Het mozaïek van Kicks bestaat uit een paar Nederlanders van Marokkaanse origine en uit Nederlanders die zich uit alle macht tot hen proberen te verhouden. Onder de Marokkanen vinden we een politieagente in opleiding (Maryam Hassouni), een legerofficier (Mohammed Chaara) die voor zijn huwelijk twijfelt tussen de geëmancipeerde Nederlandse zeden en de vertrouwde van zijn vader, en een goed geïntegreerde kickbokser (Mimoun Oaïssa), die enthousiast als rolmodel voor jongeren fungeert, maar juist de meeste moeite heeft met zijn eigen broertje. Ook is er nog een groepje vrienden dat voor komische noten zorgt.

Aan Nederlandse kant vinden we een xenofobe politieman (Marcel Musters) een vrouw die razend benieuwd is naar haar nieuwe medelanders (Hadewych Minis), haar man Roeland Fernhout), die het snelle geld van de reclame beu is en een artistieke film wil maken over de multiculturele samenleving, en nog een dolende ziel (Eva Duijvestein), die werkt in een opvanghuis.

Ter Heerdt, die ook tekende voor het scenario, legt de knoop tussen al deze personages in de ongelukkige dood van een van hen. Dat incident zet alle verhoudingen op scherp.

Net als Paul Haggis in Crash zoekt Ter Heerdt extreme situaties op om zijn film urgentie te geven. Maar hoe kun je meeleven met de worsteling van de wellevende kickbokser als je die alles bij elkaar misschien tien minuten bezig ziet? We moeten het doen met een paar fronsen van Oaïssa. Hij kan prima acteren, maar krijgt de tijd niet om ons aan zich te binden. In plaats van personages met een karakter toont Ter Heerdt ons personages met een eigenschap. Ze zijn dragers van een boodschap.

Er zijn een paar scènes die zich aan de haast onttrekken. Als de asielzoeksters een veilig heenkomen zoeken in een klooster en de oude zusters hun vragen of ze alsjeblieft willen blijven. Verder zijn alle scènes rond de dolende ziel intrigerend. Het tastende acteren van Duijvestein helpt haar personage buiten elk stramien te blijven. Daar toont Ter Heerdt zijn talent als schrijver en filmer. Hij had twee kanten op gekund om Kicks mooi te maken: of minder personages, of meer tijd nemen. Het beste voorbeeld is immers nog altijd Magnolia. Die duurt drie uur.

Kicks. Regie: Albert ter Heerdt. Met: Maryam Hassouni, Hadewych Minis, Mimoun Oaïssa, Roeland Fernhout, Eva Duivesteijn. In: 35 bioscopen. ***